is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 4, 1909, no 10, 30-10-1909

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nagenoeg alle patroons staan hun personeel jaarlijks een zekeren vacantietijd toe, waarvan de duur, voor zoover daaromtrent inlichtingen werden verstrekt, nog al uiteenloopt. Gevallen, dat vacantie wordt verleend naar omstandigheden, en enkele andere bijzondere afwijkingen buiten beschouwing gelaten, kan over het algemeen worden gezegd, dat tusschen 8 en 14 dagen (velen geven op ± 14 dagen, anderen ± 8, nog anderen 8—14, enz.) verlof wordt toegestaan. Door meerdere patroons wordt er in dit verband melding van gemaakt, dat zij hun personeel op de Beursvacantiedagen geheel of gedeeltelijk vrijaf geven.

Bij verzuim wegens dringende noodzakelijkheid (ziekte, enz.) wordt nagenoeg nergens loon ingehouden. In zeer enkele zaken komt het integendeel somtijds voor, dat bij ziekte boven het gewone salaris nog een extra tegemoetkoming wordt uitgekeerd. Door enkele patroons wordt opgegeven, dat alleen bij ziekte van langen duur tot inhouding van salaris wordt overgegaan. Zoo ontvangt het personeel van één kantoor bij ziekte gedurende de eerste 4 maanden het volle loon, terwijl daarna l/4 van het salaris wordt ingehouden.

Het heffen van boeten voor fouten en overtredingen komt slechts zeer sporadisch voor. Eén patroon heft boeten, afhankelijk van den aard der fouten en overtredingen; bij een anderen patroon moeten de bedienden boete betalen voor te laat komen, welke boeten later weder onder het personeel verdeeld worden, terwijl ten slotte één patroon vermeldde, dat het bij hem slechts éénmaal is voorgekomen, dat een boete geheven werd.

In niet meer dan 16 van de 81 kantoren (met 189 van de 523 bedienden) wordt, op de hieronder zoo mogelijk nader omschreven wijze, voorzien in gevallen van ouderdom of invaliditeit onder het personeel of een gedeelte daarvan.

Kantoren. bedienden Omschrijving van de voorziening.

I 19 Er bestaat een pensioenfonds, waarin de bedienden en de vennootschap

jaarlijks een bijdrage storten. De bedienden bezigen daarvoor een gedeelte der gratificatie.

1 18 In geval van hoogen ouderdom (70 jaar) of invaliditeit wordt een door

de directie vast te stellen jaargeld toegekend, zonder dat daarvoor bijdragen of premiën gestort behoeven te worden.

1 4 Voor den oudsten bediende is een verzekering gesloten — de premie

wordt geheel door de Bank betaald — tot uitkeering van een zeker bedrag op een bepaalden leeftijd.

1 36 Het oudere personeel is door de Bank tegen ouderdom en invaliditeit

verzekerd.

1 3 Bij ouderdom of invaliditeit outvangen de bedienden tegemoetkoming

van den patroon, tenzij zij tijdens hun diensttijd aanleiding gaven tot ontevredenheid.

1 5 De boekhouder en de klerk zijn tegen ongelukken verzekerd. Bij tijde¬

lijke invaliditeit ontvangen zij resp. f 2,50 en f 1,— per dag, bij blijvende invaliditeit een uitkeering van resp. f 5 000,— en f 2 000,—, terwijl bij overlijden resp. f2 500,— en f 1 000,— aan hunne nabestaanden wordt uitbetaald.

1 17 Door verzekering ontvangen de boekhouders enz. op 65-jarigen leeftijd

een pensioen van f 1 200,—. Het pensioen kan ook eerder ingaan, doch is dan naar verhouding lager.

Loopers naar omstandigheden.

1 15 Voor den oudsten wissellooper is als belooning voor 20 jaar trouwen

dienst een verzekering gesloten tot uitbetaling van een lijfrente ingaande op 60-jarigen leeftijd.

1 5 Nog geen vaste regeling. Toen een bediende van 25 jaar na een ziekte

ongeschikt voor zijn werk bleek te zijn, werd hem een toelage van f 300,— per jaar toegekend.

1 11 Er bestaat een ondersteuningsfonds.

1 2 Voor den jongsten bediende wordt iets gestort voor pensioen

1 18 Er wordt pensioen verleend naar omstandigheden.

2 13 Er wordt gehandeld naar omstaudigheden.

1 17 Geregeld bij huishoudelijk reglement.

1 6 Ja (niet omschreven).

Schriftelijke overeenkomsten in verband met de Wet op het Arbeidscontract zijn, voor zoover uit de ingekomen antwoorden kon worden nagegaan, niet