is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 4, 1909, no 12, 30-12-1909

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

particulieren niet zooveel werkzaamheden verrichten, dat de patroons hunne gezellen voldoende aan den gang kunnen houden. Het schildersvak wordt hoe langer hoe meer een seizoenbedrijf.

Behangers en stoffeerders.

Amersfoort (B). De werkzaamheden in het behangersbedrijf namen wel af, doch tot inkorting van den arbeidsduur werd niet overgegaan. Evenwicht tusschen vraag en aanbod van werkkrachten. Geen werkloosheid.

Amsterdam (B). De seizoenslapte in het behangersbedrijf duurde voort en uitte zich in verkorting van den arbeidsdag met 1 uur en ontslag van werklieden. Er werd thans gemiddeld 8 uur per dag gewerkt en overwerk kwam niet meer voor. Het aanbod van werkkrachten was grooter dan de vraag. Het aantal werkloozen werd van werkliedenzijde op 18 pCt. geschat, tegen 14 a 15 pCt. in October.

Breda (B). Terwijl behangers slapte bleven ondervinden, hielden stoffeerders voldoende werk. Vraag en aanbod van werkkrachten bleven vrijwel met elkander in evenwicht, hoewel de vraag kleiner was dan in October. Geen werkloosheid.

Bussum (Hilversum B). Er was weinig werk (seizoenslapte). Verlevendiging viel niet waar te nemen. Het aanbod van werkkrachten was grooter dan de vraag en er viel sporadisch werkloosheid waar te nemen.

Delft (B). Er heerschte een aanzienlijke slapte, zoodat de arbeidsdag belangrijk werd ingekort en er werkloosheid voorkwam. Geen vraag of aanbod van werkkrachten.

Dordrecht (B). Over het algemeen ondervonden behangers en stoffeerders slapte, echter zonder bepaalde gevolgen voor het personeel. Het aanbod van werklieden overtrof de vraag en er heerschte werkloosheid.

Enschede (B). Voor stoffeerders hield de slapte aan, hetgeen ontslag van gezellen ten gevolge had. Het aanbod van werkkrachten overtrof de vraag, maar er heerschte geen werkloosheid.

Gouda (B). De slapte in het behangersbedrijf hield aan (geen werk). Evenwicht tusschen vraag en aanbod van werkkrachten.

's-Gravenhage (B). Behangers ondervonden slapte, tengevolge waarvan werklieden werden ontslagen. Door één patroon werd echter van drukte melding gemaakt. Het aanbod van werkkrachten overtrof de vraag.

Groningen (B). Als gevolg van het seizoen duurde de slapte voort, maar er heerschte geen werkloosheid en tusschen vraag en aanbod van werkkrachten bestond evenwicht.

Haarlem (Mh). Er heerschte thans slapte. Verlevendiging werd niet waargenomen, doch is wel in uitzicht. Het aanbod van werkkrachten overtrof de vraag en er heerschte een weinig werkloosheid.

Den Helder (B). Behangers. Zie onder „Schilders".

's-Hertogenbosch (B). De gewone seizoenslapte duurde voort. Vraag noch aanbod van werkkrachten, evenmin als in de vorige maand. Geen werkloosheid.

Hilversum (B). Er was niet meer dan middelmatig werk. Hier en daar viel eenige achteruitgang waar te nemen en werden gezellen ontslagen, doch daartegenover staat, dat elders weer werklieden werden aangenomen. Vraag en aanbod van werkkrachten wogen ongeveer tegen elkander op en werkloosheid kwam slechts sporadisch voor_

Kampen (B). Behangers en stoffeerders ondervonden slapte, nu de seizoèndrukte is afgeloopen. De arbeidsduur werd verkort. Evenwicht tusschen vraag en aanbod van werkkrachten. Geen werkloosheid.

Leeuwarden (K). De seizoenslapte duurde voort. Voor het vaste personeel werd een kortere arbeidsdag ingevoerd, waarvan slechts bij uitzondering werd afgeweken. Vraag naar werkkrachten was er niet en ook het aanbod was gering. Geen werkloosheid.

Nijmegen (B). In het stoffeerdersbedrijf was het thans zeer slap. Het aanbod van werkkrachten overtrof de vraag en er heerschte een weinig werkloosheid.