is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 20, 1925, no 3, 28-04-1925

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

Indexcijfers van Koersen van Aandeelen.

(Nombres-indices de cours d'actions.)

Döor Jhr. Ir. M. J. de Bosch Ke m p e r,

Hoofdcommies bij het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Conjunctuur-onderzoek, buitenslands; ook in Nederland.

Reeds sinds geruimen tijd had het de aandacht getrokken, dat de opeenvolging van voorspoed en depressie in het economische leven een zekere regelmaat vertoont, en herhaaldelijk is getracht een theorie op te stellen, die hiervan een afdoende verklaring zou kunnen geven. Allengs ontstond echter de wensch om verder te gaan dan een verklaren alleen; de betrekkelijke regelmaat in de opeenvolging der verschijnselen zou, meende men, in staat moeten stellen den omslag der conjunctuur eenigen tijd van te voren aan de hand van bepaalde teekenen te voorzien. Mocht dit gelukken, dan ware het misschien mogelijk, door geëigende maatregelen — hetzij van particulieren, hetzij van overheidszijde — de gevolgen van' dat omslaan te verzachten. Zelfs gingen stemmen op die meenden dat men, bij genoegzame kennis van de factoren welke de conjunctuur beheerschen en van de teekenen welke haar toekomstig verloop aankondigen, wellicht in staat zou zijn tot een zoodanig ingrijpen, dat de schommelingen zelf minder hevig zouden worden.

Onder de in het oog loopende en voor breede lagen van de bevolking noodlottigste gevolgen van de op en neer gaande beweging der economische conjunctuur behoort wel de werkloosheid. Vele pogingen om tot een practische behandeling van het conjunctuur-vraagstuk te geraken, schijnen dan ook de voorkoming van werkloosheid ten doel te hebben gehad. Sommige van die pogingen dateeren reeds uit den tijd vóór den oorlog. Zoo do instelling dei' Fransche Staatscommissie van 1908, die in 1911 een rapport uitbracht „sur les indices des crisis économiques et sur les mesures financières, propres a attentie r les chömages, résultant de ces crisis". Maar vooral gedurende en na den oorlog heeft het vraagstuk aan beteekenis gewonnen. Nog steeds uit het gezichtspunt der werkloosheidsbestrijding is het vraagstuk aangevat door het Internationale Bureau van den Arbeid te Genève, dat het vorige ^jaar een rapport in het licht gaf getiteld; „La Crise de Chömage 1920—1923 en door een commissie bijeengeroepen door den President der Vereenigde Staten, welke haar rapport publiceerde onder den! naam „Business Cycles and un-

employment". ,

Ook in ons land heeft deze zijde van het vraagstuk de aandacht getrokken. Na de ernstige crisis van 1907—1908 was bij Kon. besluit van 30 .luli 1909 een commissie benoemd om het vraagstuk der werkloosheid in vollen omvang te bestudeeren. Deze commissie heeft op verschillende plaatsen van haar eindverslag (in 1914, kort vóór het uitbreken van den wereldoorlog verschenen) de wenschelijkheid bepleit van de oprichting van „een permanent bureau, dat

gegevens verzamelt, verwerkt en publiceert een; crisis-commissie om

alle verschijnselen die een crisis begeleiden', en vooral die welke eraan voorafgaan, te bestudeeren" (Eindverslag blz. 850). Inderdaad is eenigen tijd daarna, in 1917 door den Nederlandschen Werkloosheidsraad een „Instituut voor Crisis-onderzoek" in het leven geroepen', waarin verschillende vooraanstaande personen der economische wetenschap en van het practische leven zitting hadden. *) Weldra stelde zich dit Instituut, ter verkrijging van het benoodigde statistische materiaal, in verbinding met het Centraal Bureau voor de statistiek, dat, in overeenstemming met de tijdsomstandigheden en' voor zoover de middelen het toelieten van zijn' kant begonnen was uitbreiding te geven aan de publicatie van economische gegevens. In' onderling overleg werd m 1918 een schema opgesteld van gegevens, waarvan geregelde publicatie wenschebjk zou zijn. Uit gebrek aan geldmiddelen heeft het Instituut voor Crisis-onderzoek zijn aangevangen arbeid niet kunnen voortzetten.

In den laatsten tijd is in verschillende landen de studie der conjunctuur op een meer blijvende leest geschoeid. Reeds in 1911 was, bij de Statistique générale de la France een permanente commissie ingesteld voor de bestudeering van de gegevens, die op de nadering van een1 industrieele crisis zouden wijzen. De inmiddels uitgebroken oorlog is oorzaak, dat van deze commissie

1) Zie over de oprichting daarvan het „Tijdschrift der Nationale Vereeniging tegen de Werkloosheid", 6e jaargang (1617), blz. 174.