is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 20, 1925, no 3, 28-04-1925

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De arbeidsvoorwaarden dezer plaatsvervangers mogen niet ongunstiger ziin dan de vaste verzoeningsraad heeft bepaald.

Indien de voorgeschreven pogingen tot minnelijke schikking mislukken, kan de T.a vereemgmg de staking uitroepen, waarvan officieel mededeeling moet worden gedaan aan den verzoeningsraad en waarbij de volgende voorschriften in acht genomen moeten worden: de geldende collectieve arbeidsovereenkomst moet vervallen zijn, en op een vergadering van tenminste 2/3 der leden moet het stakingsvoorstel zijn aangenomen. Overeenkomstige eischen zijn gesteld voor het proclameeren eener uitsluiting: alle verzoeningspogingen (met inbegrip van de bereidwilligheid der patroons tot arbitrage) moeten gefaald hebben, de collectieve arbeidsovereenkomst moet afgeloopen zijn een algemeene vergadering van ten minste 2/3 der leden de patroonsvoorwaarden hebben verworpen en de verzoeningsraad tijdig van het voornemen tot sluiting der onderneming m kennis zijn gesteld.

Breekt een staking uit, dan wordt een stakingscomité gevormd. Dit comité bestaat uit ten minste 5 meerderjarige leden der organisatie, die lezen en schrijven kunnen, ten minste een jaar ter plaatse verblijf houden en Va jaar in het vak werkzaam zijn. Ongeorganiseerden en personen, die lijfstraf hebben ondergaan, kunnen geen Md zjjn van

Hel COIRltG.

t*® stopzetting van den arbeid geldt voor alle leden der betrokken organisatie, die tot net vak behooren. De vakcentrale kan geen partieele stakingen uitroepen

Als strafbaar ingrijpen in de vrijheid van den arbeid wordt beschouwd: het uitoefenen van pressie door bedreiging vanwege den patroon of zijn organisatie dan wel door de vakvereeniging of vakcentrale; voorts het verhinderen van arbeiders om arbeid te verrichten, indien de stopzetting van het werk niet wettig is geproclameerd; ten slotte het vernielen of schade berokkenen aan materialen. Tegen deze vergrijpen wordt vrijheidstraf van ten lioogvste 60 'dagen geëischt.

Voorts wordt boete bedreigd tegen hen, .die weigeren een collectief arbeidsgeschil aan het oordeel van den vasiten verzoeningsraad te -onderwerpen ©n tegen patroons, die weigeren de arbeidersafgevaardigden te ontvangen of dezen moeilijkheden in den weg leggen. Ook heeft de verzoeningsraad het recht opheffing eener vakvereeniging te bevelen. Weigert een patroon de uitspraak van een scheidsgerecht te aanvaarden, dan mogen gedurende nog zes maanden daarna geen arbeiders worden tewerkgesteld op ongunstiger voorwaarden dan in het vonnis is bepaald. Weigeren arbeiders zich aan de uitspraak te onderwerpen, dan is hun onmiddellijk ontslag geoorloofd, zonder aanspraak op eemge schadevergoeding; bovendien is de vakvereeniging boete verschuldigd.

Noorwegen.

(Norvège.)

De verplichte arbitrage.

(L'arbitrage obligatoire.)

De Januari-aflevering van' de Kevue Internationale dn Travail bevat een artikel van den voormaligen Noorschen Minister van Justitie Johan Castberg, waarin deze de verplichte arbitrage in Noorwegen bespreekt. In 1915 is aldaar bemiddeling verplichtend geworden voor alle arbeidsgeschillen en arbitrage voor de meeste, doch de kiem voor dit stelsel was reeds in 1902 of zelfs vroeger gelegd. De heer Castberg behandelt de houding, welke de politieke partijen, de werkgevers en de arbeiders ten opzichte van dit vraagstuk innemen en toont aan, hoe deze houding zich wijzigde met de economische omstandigheden.

De laatste arbitragewet hield in 1923 op te bestaan, doch de invoering van een nieuwe regeling moet slechts een kwestie van tijd worden geacht. De schrijver bespreekt de beteekenis van het tegen het stelsel geopperde bezwaar, dat de arbitrale uitspraken noodzakelijk willekeurig zouden moeten zijn, en merkt op, dat daarbij reeds bepaalde regels worden' gevolgd of zich langzamerhand vormen. Hij gaat na, welken invloed de arbitrage op het lot der arbeiders en op de nijverheid uitoefent en trekt het besluit, dat verplichte arbitrage aan de maatschappij gelegenheid verschaft in haar eigen belang tusschenbeiden te treden, waardoor tevens de werkgever en de arbeider beschermd worden.

14*