is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 20, 1925, no 6, 30-07-1925

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bindendverklaring' tot grondslag te hebben deü overeenstemmenden wil van de groote meerderheid van werkgevers en arbeiders tot invoering van een bepaalde regeling der arbeidsvoorwaarden in1 een bedrijf. Het verzoek tot verbindendverklaring dient uit te gaan1 van een der partijen bij de collectieve arbeidsovereenkomst. De verklaring dient geweigerd te worden o.a., indien blijkt, dat een belangrijke minderheid onder hen, die partij bij de collectieve arbeidsovereenkomst zijn, zich tegen de verbindendverklaring verzet, of indien de verbindendverklaring ia strijd zon zijn met het algemeen belang of zou leiden tot te groote benadeeling van de rechtmatige belangen van derden in het betrokken bedrijf of daarbuiten.

Niet alle bepalingen eener collectieve arbeidsovereenkomst leerien zich voor verbindendverklaring. Met name is dit niet het geval met de bepalingen, die de rechten en verplichtingen: der contracteerende werkgevers- en arbeidersorganisaties regelen, zooals de verplichting, om in de statuten dier organisaties bepaalde voorschriften op te nemen, voorts bedingen, waarbij een bepaalde boete verschuldigd is, indien een der organisaties niet aan hare verplichtingen voldoet, of bepalingen, waarbij de organisaties zich verbinden tijdens den duur van de collectieve overeenkomst geen andere collectieve arbeidsovereenkomsten aan te gaan: of geen staking of uitsluiting toe te passen. Dergelijke bepalingen zijn, omdat zij geen verplichtingen van de individüeele werkgevers en arbeiders betreffen, uit haren aard reeds van de verbindendverklaring uitgesloten. Het ontwerp wil dan ook in het algemeen aan den Minister van Arbeid de beslissing overlaten, welke bepalingen al dan niet voor de verbindendverklaring in aanmerking komen. Zooals hierboven vermeld, zijn1 echter twee groepen bepalingen steeds uitgesloten, daar verbindendverklaring daarvan a priori niet in het algemeen! belang kan worden geacht.

Uit de in het voor-ontwerp geregelde rechtsgevolgen der verbindendverklaring volgt in de eerste plaats, dat de verbindendverklaring niet alleen geldt voor hen, die niet door de collectieve arbeidsovereenkomst gebonden zijn, doch ook voor hen, die zulks wel zijn; in de tweede plaats, dat de verbindendverklaring beperkt blijft tot het territoir, waarvoor de collectieve overeenkomst geldt.

Op de niet-naleving van den rechtsplicht, uit de verbindendverklaring voortvloeiende, stelt het ontwerp sancties van civielrechtelijken aard. Ieder, die partij is bij een overeenkomst, waarop de verbindend verklaarde bepalingen van toepassing zijn, alsmede iedere rechtspersoonlijkheid bezittende vakvereeniging van werkgevers of arbeiders, waarvan leden partij bij zoodanige overeenkomst zijn, heeft het recht de nietigheid in te roepen van met die bepalingen strijdige bedingen, alsmede vergoeding te vorderen van de schade, die de vakvereeniging of haar leden lijdt door handelingen in strijd met die bepalingen.

De Minister zal ten slotte bij de beslissing over een verzoek strekkend tot verbindendverklaring zich de noodige voorlichting zoowel van ambtelijke zijde als uit de kringen van belanghebbenden, hebben te verschaffen. De wijze, waarop dit zal geschieden, kan in het algemeen aan het oordeel van dien bewindsman overgelaten worden.

Coöperatie.

(Coopéralion.)

De groothandelscoöperatie „De Handelskainer" in 1924.

(L'organisation coopérative dit.e „De Handelskamer" en 1921.)

Blijkens het verslag over het boekjaar 1924 bedroeg het aantal deelgenooten der Handelskamer op 31 December van dat jaar 345 met een ledental van rojid 152 000 leden tegen 372 met een ledental van 156 000 in den aanvang des jaars. De totale omzet nam daarentegen toe van f 11,2 millioen in 1923 tot f 11,3 millioen in 1924. De omzet zou echter belangrijk groioter kunnen zijn, indien alle deelgenooten daartoe medewerkten, en wordt door de samenstellers van het verslag in dat geval geraamd op 17 millioen gulden.

Het aantal personen in de bedrijven der Handelskamer werkzaam, verminderde in 1924 met 6 en bedroeg op 31 December in het geheel 175.

Door de in 1924 getroffen: wettelijke regeling van het ïegeeringscrediet is het de Handelskamer mogelijk geworden het bestaande tekort te doen verdwijnen, zoodat in de balanspositie, vergeleken bij 1923, een' zeer gunstige verandering te constateeren valt. Het eigen vermogen werd opgevoerd van f 517 000,— tot f 638 000,—.