is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 7, 1912, no 1, 01-01-1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1910 en gemiddeld ± 270,8 per jaar bij 107,2 geschillen gedurende de periode 1901—1905.

De provincie, waarin de meeste stakingen uitbraken, was Noord-Holland, n.1. 85*); daarop volgt Zuid-Holland met 64§) geschillen; achtereenvolgens komen: Gelderland met 11, Friesland met 10, Noord-Brabant en Overijssel elk met 7, Utrecht en Drenthe elk met 6, Groningen met 4, Zeeland met 3 en Limburg met 2 stakingen.

Ter vergelijking met het jaar 1910 en met de vijfjarige perioden 1906 1910 en 1901 — 1905 diene het volgende staatje, dat in procenten van het totaal het aantal stakingen geeft, onderscheiden naar de provinciën.

I.

•go I . -O

!«• . ■ s"8 —~ ••j —

JAREN. g* = -£ ol - _ -s? §£ .j

CQ s Si V OS ffl gf fl cc 3j © «» Pft

(Années.) vS 3^ gl « |? || ff |l

Sg 2 3 2i ë? || ££ | g 331 §1 g§ 1.1

siïï- oS. nS êÖ nÏJ S5. feè. oè 5S. oê. ! 3 5.

1911 3,41 5,37 31,22 41,46 1,46 2,93 4,88 3,41 1,95 2,93 0,98

1910 6,77 3,01 26,32 41,35 — 8,27 1,50 5,26 6,02 0,75 0,75

1906—1910 6,13 7,15 23,36 34,89 1,61 3,36 3,80 6,42 9,05 3,21 1,02

1901—1905 5,47 4,98 18,24 37,98 1,16 2,99 4,31 6,97 12,77 4,31 0,83

Staat II geeft voor de jaren 1911, 1910, 1906—1910 en 1901—1905 een overzicht van de stakingen in de gemeenten met meer dan 50 000 inwoners, benevens van de verhouding van het aantal dier stakingen tot het totaal aantal stakingen in het Rijk. In verhouding tot het totaal aantal in Nederland uitgebroken stakingen, kwam in het jaar 1911 57,56 pCt. van alle stakingen voor in de groote gemeenten1), tegen 63,16 pCt. in 1910, gemiddeld 53,28 pCt. in 1906 — 1910 en gemiddeld 50,25 pCt. in 1901—1905.

II.

Aantal stakingen.

GEMEENTEN {Nombre cles grèves.) COMMUNES

met meer dan 50000 i— de plus de 50 000

■ ,, Gemiddelde Gemiddelde

inwoneis.i) 19u 19l0 (Moyenne) [Moyenne) habitants.

1906—1910 1901—1905

Amsterdam 61 2) 47 38,6 34,6 Amsterdam.

Rotterdam 35 3) 11 13,6 8,6 Rotterdam.

's-Gravenhage 13 17 10,6 5,6 La Ilaye.

Utrecht 2 4 2,- 1,8 Utrecht.

Groningen 2 2 4,- 3,8 Groningue.

Haarlem 2 — 1,- 3,8 Harlem.

Arnhem 3 i 3 2,8 1,- Arnhem.

Leiden — — 0,4 1,4 Leyde.

Totaal voor de groote

steden 118 84 73,- 60,6 Total pour les communes.

Totaal aantal stakingen in

het Rijk 205 133 137,- 120,6 Total pour le Royaume.

In procenten . . 57,56 63,16 53,28 50,25 | En pour cent.

") In de gemeenten Tilburg en Nijmegen, die volgens de uitkomsten der negende tienjaarlijksche volkstelling op 31 December 1909, eveneens meer dan 50 000 inwoners telden, kwam zoowel in 1910 als in 1911 geen enkele staking voor.

2) Waarvan 1 tevens in Rotterdam.

3) » 2 » » Amsterdam.

*t Waarvan 1 tevens in Zuid-Holland. §1 „ 2 „ „ Noord-Holland.