is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 7, 1912, no 1, 01-01-1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De verzekering geschiedt bij de door den Staat te stichten „Schweizerische Unfallversicherungsanstalt in Luzern". De wet heeft behalve op bedrijfsongevallen, en bepaalde daarmede gelijk te stellen beroepsziekten, ook betrekking op nietbedrijfsongevallen, welke ziekte, invaliditeit of dood ten gevolge hebben. De verzekering geeft recht op hulp bij ziekte, ziekengeld, invaliditeitsrenten, bijdragen in begrafeniskosten en renten voor de nagelaten betrekkingen. De hulp bij ziekte, waarop de verzekerde van het oogenblik, dat het ongeval plaats heeft, tot aan zijn herstel recht heeft, bestaat in geneeskundige behandeling, het verstrekken van geneesmiddelen enz. en van vergoeding voor noodzakelijke reiskosten. Van den 3en da" der ziekte af heeft de verzekerde recht op een ziekengeld van hoogstens 80 pCt. van het loon, dat hij derft; bedraagt dit loon echter meer dan 14 frs. per dag, dan mag het meerdere niet in rekening worden gebracht. Bij blijvende ongeschiktheid tot werken ontvangt de verzekerde een invaliditeitsrente van hoogstens 70 pCt. van zijn jaarloon; is echter de verzekerde zoo hulpbehoevend, dat bijzondere verpleging noodig is, dan kan de rente voor den duur van dien toestand tot 100 pCt. worden verhoogd. Bij gedeeltelijke ongeschiktheid tot werken wordt de invaliditeitsrente evenredig verminderd. Sterft de verzekerde tengevolge van een ongeval, dan heeft de echtgenoot(e) recht op een rente die hoogstens 30 pCt. van het jaarloon van de(n) overledene bedraagt; elk kind beneden 16 jaar ontvangt 15 pCt. en 25 pCt. als zijn beide ouders overleden zijn Is een kind bij het bereiken van den 16-jarigen leeftijd blijvend ongeschikt tot werken dan ontvangt het zulk een rente tot 70 jaren na den geboortedag van de(n) overledene. Door de ascendenten en door de broers en zusters wordt resp. levenslang en tot het 16e levensjaar te zamen een rente genoten van 20 pCt. van bovenbedoeld jaarloon; de rente moet gelijkelijk onder hen verdeeld worden. Het totaalbedrag der renten van de nagelaten betrekkingen mag niet meer dan bO pLt. van het jaarloon van de(n) overledene bedragen.

In het algemeen wordt het ziekengeld aan het einde van elke week uitbetaald, terwijl de invaliditeitsrente en de renten der nabestaanden den len van elke maand

bii vooruitbetaling worden uitgekeerd. . . ±

De Staat betaalt aan de verzekeringsbank de helft der administratiekosten en geeft haar een bedrijfskapitaal van 5 millioen francs benevens een gelijk bedrag voor het stichten van een reservefonds. De premies moeten voor elke gevarenklasse zóó gesteld worden, dat daaruit de uitgaven voor de betrokken klasse kunnen bestreden worden. De premies voor de bedrijfsongeval en moeten door den werkgever worden betaald; die voor de niet-bedrijfsongevallen komen voor 3/, ten laste van den verzekerde en voor 74 ten laste van den Staat. Voor de betaling van de door de arbeiders verschuldigde premies moet de werkgever zorgen; hij mag deze echter van hun loon aftrekken. ,

Ter uitvoering der wet zijn de werkgevers verplicht van de oprichting van een onderneming kennis te geven, loonlijsten bij te houden en bovendien de noodige maatregelen te nemen ter voorkoming van ongevallen.

Eene referendumsbeweging, door industrieele vereenigingen op touw gezet had ten gevolge, dat op het eind van den termijn (12 September 1911) 75 930 handteekeningen waren verkregen (geëischt worden slechts 30000). Den 26cn d. a. v. werd door den Bondsraad bepaald, dat de volksstemming op 4 Februari 1912 plaats zal hebben.