is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 7, 1912, no 2, 29-02-1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit de staten I, II en -III blijkt, dat, evenals in 1910, het aantal aanvragen door werkgevers om mannelijke werknemers in het afgeloopen jaar beneden het aantal aanbiedingen bleef. Het tegenovergestelde is het geval met de aanvragen om vrouwelijke werknemers.

Het aanbod van mannen van 18 jaar en ouder overtrof verre de vraag naar dezen; op 100 aanbiedingen kwamen 39,03 aanvragen voor (tegen 34,48 in 1910). Met de mannen van jonger dan 18 jaar is dit niet het geval. De vraag was grooter dan het aanbod; op 100 aanbiedingen kwamen 102,40 aanvragen voor (90,34 in 1910). Het aanbod van vrouwen van 18 jaar en ouder was nagenoeg gelijk aan de vraag; op 100 aanbiedingen kwamen 99,36 aanvragen voor (105,56 in 1910). Daarentegen bleef het aanbod van vrouwen jonger dan 18 jaar ver beneden de vraag: op 100 aanbiedingen kwamen 263,61 aanvragen voor (tegen 207,94 in 1910). 30 06 pCt. van de mannen van 18 jaar en ouder en 42,73 van de mannen beneden dién leeftijd, die zich als werkzoekenden hadden doen inschrijven, vonden in 1911 plaatsing. Voor 1910 waren deze cijfers resp. 27,53 en 40,84. Relatief grooter was het aantal plaatsingen van vrouwen van 18 jaar en ouder, nl. 68,15 pCt. (tegen 69 91 pCt. in 1910); het aantal plaatsingen van vrouwen jonger dan 18 jaar bedroeg 40,40 pCt. (tegen 38,95 pCt. in 1910) van hen die zich hadden aangeboden.

Vergelijkt men de opgaven der beurzen over 1911 met die over 1910 (zie onderstaand staatje), dan blijkt dat de vraag naar werkkrachten in het algemeen in eerstgenoemd jaar grooter was; op 100 aanbiedingen kwamen in 1910 58,35, in 1911 65,29 aanvragen voor. De vraag naar mannelijke werkkrachten boven 18 jaar was in 1911 grooter, de vraag naar vrouwelijke werkkrachten boven 18 jaar daarentegen kleiner dan in 1910. De vraag naar personen beneden 18 jaar (zoowel mannen als vrouwen) was in het afgeloopen jaar grooter dan in 1910. In het bijzonder valt op het groote percentage voor de vrouwen, n.1. 263,61 aanvragen op 100 aanbiedingen van meisjes jonger dan 18 jaar.

Ook het aantal plaatsingen was in het algemeen in 1911 relatief grooter dan in 1910. Slechts voor de vrouwen van 18 jaar en ouder is het verhoudingscijfer minder gunstig.

Aanvragen op 100 aanbiedingen Plaatsingen op 100 aanbiedingen

van werknemers van werknemers

Vanoudjeïren| VanoudJeral'en ^

( 1910 34,48 90,34 27,53 40,84

Mannen j 1911 3903 102,40 30,06 42,73

1910 105,56 207,94 69,91 38,95

Vrouwen . j 1911 99 30 263,61 68,15 40,40

( 1910 58,35 37,67

Totaal mannon en vrouwen . < 65,29 41,44

Zooals reeds in het Voorwoord van aflevering 1 van den 6en jaargang werd medegedeeld werden aanwijzingen omtrent het verstrekken van statistische opgaven voor de arbeidsbeurzen vastgesteld, welke met den aanvang van 1911 door alle bij de Vereeniging van Nederlandsche Arbeidsbeurzen aangesloten instellingen zouden worden in acht genomen, terwijl in het laatst van 1910 ook tot de niet bij deze vereeniging aangesloten beurzen het verzoek gericht werd met deze aanwijzingen rekening te willen houden. Hierdoor is een zoodanige gelijkvormigheid verkregen in de wijze van boeking van de aanbiedingen, aanvragen en plaatsingen, dat thans een vergelijking tusschen de beurzen onderling mogelijk is.

Een kort overzicht van de opgaven der verschillende beurzen volgt op blz. 123.

Vergelijkt men het cijfer der aanbiedingen met dat der aanvragen bij elke beurs dan blijkt dat de arbeidsgelegenheid in het jaar 1911 het gunstigst was bij dé beurs te Venlo. Op 100 aanbiedingen kwamen n.1. 116,38 aanvragen in. Hierop volgen de beurzen te Nijmegen met 79,80 aanvragen op 100 aanbiedingen, Enschede met 79,14, Amsterdam met 74,52, 's-Gravenhage met 69,28, Zwolle met 64,23, Delft met 60,20, Gouda met 57,75, Arnhem met 57,35, Utrecht met 56,43, Schiedam met 55,61, Haarlem met 52,21, Groningen met 51,70 en Rotterdam met 50,47. Bij de overige beurzen kwamen op 100 aanbiedingen minder dan 50 aanvragen in.