is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 7, 1912, no 2, 29-02-1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Grèves et lock-outs terminés au mois de janvier 1912. Au mois de janvier 1912, 20 grèves se sont terminées: 1 avait commencé en octobre, 2 en novembre, 3 en

décembre 1911 et 14 en janvier 1912. . , ,

Une grève a duré 100 jours, une 85 jours, une 35 jours et demi, une 22 jours et demi, une 21 iours et demi, une 11 jours, une 5 jours, une 3 jours, une 2 jours et demi, trois 2 iours une 1 jour et une moins de 1 jour. La durée de 6 conflits est encore inconnue.

Le résultat est connu pour 15 grèves: 4 conflits ont fini par une reussite; dans 4 grèves il y a eu transaction, 6 conflits ont fini par échec; 1 greve de sohdarite afini

nar la"solution de la grève principale. .

4 exèves ont fini par des négociations directes entre le patron et ses ouvriers, 4 par des négociations entre les parties, l'une des deux ou les deux parties representees par des svndicats, 1 par médiation de tierces personnes, 3 sans negociation par 1 echec des ouvriers, 1 par l'embauchage d'autres ouvriers et 1 par 1'embauchage d autres ouvriers et par un autre mode de règlement.

Au mois de janvier 1912, 3 lock-outs ont pris fin: 1 avait commencé en octobre 1911

et 2 en janvier 1912. .

Un conflit a duré 93 jours, un 21 jours et un 1 jour. ... . 0 .

Le résultat est connu pour 2 lock-outs: 1 conflit a fini par échec des ouvriers

1 Pa21 lock-outs1 ont fini par des négociations entre les parties, l'une des deux ou les deux parties représentées par des syndicats et 1 sans négociation par 1'echec des ouvriers.

Staking van sleepers te Rotterdam.

(La grève des charretiers ö Rotterdam.)

Op 5 Januari 1912 brak te Rotterdam eene staking van sleepers uit, welke vrijwel algemeen was. Het conflict ontstond op de volgende w'j^e- . .

In het vorig jaar had de Rotterdamsche sleepers- en voerhedenvereeniging eischen gesteld tot verbetering van de loonen en den arbeidstijd. De Bond van slee perspatroons en goederenvervoerders te Rotterdam was wel geneigd aan de gestelde eischen tegemoet te komen, omdat de rechtvaardigheid daarvan werd erkend, maar kon dit niet doen zonder dat ook de niet bij den Bond aangesloten patroons de eischen inwilligden, zulks met het oog op de sleeplopntarieven welke, als gevolg van de concurrentie, zoo laag mogelijk waren. Ten einde aan het verlangen van de sleepersgezellen te voldoen, werd overleg gepleegd tusschen de georganiseerde en de niet georganiseerde sleeperspatroons, te zamen vertegenwoordigende ongeveer 52 ondernemingen. Gevolg van dit overleg was, dat tusschen deze patroons en de gezellenorganisatie eene collectieve arbeidsovereenkomst tot stand kwam waarin de verbeterde arbeidsvoorwaarden waren opgenomen. Basis van deze verbeteringen was eene verhooging van de sleeploontarieven.

De collectieve overeenkomst werd voorloopig aangegaan voor den tijd van 1 iaar gerekend van 1 December 1911 tot uit. November 1912.

Enkele sleeperspatroons waren echter buiten de overeenkomst gebleven, zoodat reeds dadelijk moeilijkheden ontstonden. Eenige groote werkgevers droegen nameliik het vervoer hunner goederen op aan enkele dezer sleeperspatroons, die wel hunne werklieden lieten deelen in de verkregen gunstiger arbeidsvoorwaarden maar de tarieven niet hadden verhoogd. Op deze wijze werden aan sommige sleeperspatroons belangrijke werkzaamheden onttrokken, waardoor dezen genoodzaakt zouden kunnen worden hun personeel te ontslaan.

Omtrent de redenen, welke bedoelde groote werkgevers er toe leidden, hun goederenvervoer aan andere patroons op te dragen, verschillen de lezingen. Deze werkeevers gaven als reden op, dat zij steeds meer aan sleeploon hadden moeten betalen dan anderen, en dat hun, ook na invoering der verhoogde tarieven, meer in rekening werd gebracht dan deze tarieven aangaven. De betrokken sleeperspatroons wraakten de juistheid van deze voorstelling in zooverre, dat het hoogere sleeploon noodzakelijk gevolg was van het slechte sleepwerk der werkgevers.

De directe aanleiding tot de staking is gelegen in de omstandigheid dat de sleepersgezellen, in dienst van de patroons, die hunne tarieven met hadden verhoogd weigerden de goederen te vervoeren. Zij werden daarop voor de keuze gesteld alsnog de goederen te vervoeren of ontslagen te worden. In overleg met hun organisatie kozen zij het laatste, onder voorwaarde, dat dan de organisatie last zou geven dat alle sleepersgezellen te Rotterdam het werk zouden neer eggen. Hieraan werd gehoor gegeven. Op 5 Januari 1912 legden ongeveer 800 sleepers het werk neer onder wie ± 700 georganiseerden. Ongeveer b5 georganiseerde gezellen, belast'met de verzorging der paarden in de stallen, bleven aan den arbeid.