is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 7, 1912, no 2, 29-02-1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In Hoofdstuk II geeft de Commissie een overzicht van de in eenige andere Europeesche staten bestaande bepalingen nopens: a. het bijleggen en voorkomen van belangengeschillen en het tot stand brengen van regelingen van arbeidsvoorwaarden; b. het geven van advies omtrent arbeidsaangelegenheden aan de Regeering; c. het verzamelen van inlichtingen over arbeidsaangelegenheden.

h In Hoofdstuk III van haar rapport behandelt de Commissie de haar wenschelijk voorkomende wijzigingen in de Wet op de Kamers van Arbeid. Zij betoogt op verschillende gronden uitvoerig, dat K. v. A., mits beter georganiseerd en met meer bevoegdheid dan nu, als permanente plaatselijke colleges de aangewezen

lichamen zijn voor:

1" het verzamelen van inlichtingen over arbeidsaangelegenheden; 2°. het dienen van advies aan de hoofden der departementen van algemeen bestuur en aan verdere autoriteiten;

3°. het geven van advies en het ontwerpen van overeenkomsten en regelingen op verzoek van daarbij belanghebbenden;

4° het voorkomen en vereffenen van geschillen over arbeidsaangelegenheden. De Commissie wenscht de taak der K. v. A. ten aanzien van het bemiddelend optreden bij arbeidsgeschillen voortaan echter te beperken tot belangengeschillen, met uitsluiting derhalve van zuivere rechtsgeschillen. Voorts heeft zij het niet raadzaam geoordeeld, de taak der K. v. A. uit te breiden in dien zin, dat de tusschenkomst eener Kamer bij elk geschil verplicht wordt gesteld en evenmin, dat aan hare uitspraken bindende kracht zou worden gegeven. (De Commissie merkt hierbij op, dat weliswaar de overgroote meerderheid der K. v. A. bindende kracht voor hare beslissingen verlangen; zij meent echter op goede gronden te mogen veronderstellen, dat deze wensch geuit is voornamelijk met het oog op de door de Kamers zoo veelvuldig behandelde rechtsgeschillen.)

Als krachtigste middel ter voorkoming van belangengeschillen noemt de Commissie het sluiten van collectieve arbeidscontracten. Dit moet van overheidswege worden bevorderd, hetgeen algemeen als wenschelijk wordt erkend. De Commissie oordeelt, dat de wetgever zelfs nog verder dient te gaan. Wanneer de overgroote meerderheid der beoefenaren van een vak (b.v. 3/4 der werkgevers en 3U der werklieden) door een collectieve overeenkomst gebonden is, moet, in het belang van de organisatie en de rust in het bedrijf, de overheid bevoegd zijn, den inhoud van een dergelijk contract te verklaren tot algemeene bedrijfsregeling, bindend ook voor de niet-toegetredenen. In bijlage III van haar rapport heeft de Commissie dit denkbeeld afzonderlijk nader gemotiveerd en uitgewerkt.

5°. Ten slotte is de Commissie van oordeel, dat de middelen, waardoor de K. v. A. de belangen van patroons en werklieden in onderlinge samenwerking hebben te bevorderen, niet limitatief in de wet moeten vermeld staan, zooals thans, waardoor haar taak wordt beperkt en bemoeilijkt. t A _ . .

Dc verruiming van de bevoegdheden der Kamers van Arbeid denkt de Commissie

zich als volgt. ^ . , , , . , * „ „

a Ten behoeve van - door de Regeering goedgekeurde - in te ste len enquêtes dient een K. v. A. bevoegd te zijn, bepaalde personen tot het verstrekken van inlichtingen te kunnen verplichten. Dit is het eenvoudigst te bereiken door de betreffende artikelen uit de Enquêtewet toepasselijk te verklaren. De overgroote meerderheid der Commissie bleek er tegen, den leden der Kamers bij een enquete de bevoegdheid te verleenen fabrieken en werkplaatsen te bezoeken.

b Autoriteiten (besturen van gemeenten, provincies, enz.) zullen verplicht zijn, in bepaalde gevallen het advies der K v. A. in te winnen in zake arbeidsaangelegenheden.^ bemiddelend optreden bij geschillen zal le. voor sommige personen de verplichting bestaan, aan de betrokken K. v. A. kennis te geven van een geschil, indien dit heeft geleid tot werkstaking of uitsluiting; 2e. de voorzitter van den Arbeidsraad (zie verder) de bevoegdheid hebben, bij werkstaking of uitsluiting de partijen of een dezer tot het geven van inlichtingen voor zich te doen verschijnen, onder verplichting van de opgeroepenen om te verschijnen, 3e. de tot oplossing van het geschil aangewezen Beiniddelingsraad bevoegd zijn om partijen en getuigen voor zich te doen verschijnen, onder verplichting van de opgeroepenen om te verschijnen. , , ~ . . . ,,

Verder dan een verschijningsplicht voor te stellen, meende de Commissie niet te moeten gaan; zij acht getaigenplicht op verschillende gronden niet wenschelijk.

De gewijzigde organisatie der Kamers heeft de Commissie zich als volgt gedacht.