is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 7, 1912, no 2, 29-02-1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landbouw) werkzaam. Bovendien werkten in 1909 545, in 1910 546 „Ausführungsbehörden" (210 staats- en resp. 335 en 336 provinciale en gemeentelijke). De 66 bedrijfsverenigingen in de industrie omvatten

in 1909: in 1910:

322 322 afdeelingen en

715 953 725 109 ondernemingen met gemiddeld

9 003 908 9 381 878 verzekerde personen of

7 945 797 8 291 936 type-arbeiders („Vollarbeiter").

De 48 bedrijfsverenigingen in den landbouw omvatten in 1909 en 1910 resp. 594 en 593 afdeelingen en in beide jaren 5 434 100 ondernemingen met gemiddeld 17 179 000 verzekerde personen. De werkzaamheid der staats-, provinciale en gemeentelijke „Ausführungsbehörden" strekte zich in 1909 en 1910 uit over gemiddeld resp. 984 537 en 992 694 verzekerde personen of resp. 737 320 en 746 383 type-arbeiders.

Bij de bedrijfsvereenigingen waren werkzaam:

in 1909: in 1910:

1 161 1 161 personen als leden van de besturen der vereenigingen,

5 844 5 838 „ „ „ „ „ „ „ afdeelingen,

27 809 26 646 vertrouwensmannen,

4 380 4 470 beambten en 363 385 technische inspecteurs.

Door de 114 bedrijfsvereenigingen werd in 1909 en 1910 resp. 187 798 543,90 M. en 204 473 651,67 M. uitgegeven (waaryan resp. 146 302 256,52 M. en 147 991 435,01 M. aan schadeloosstellingen), waartegenover resp. 208 673 500,54 M. en 214 834 293,17 M. ontvangen werd. Het kapitaal der bedrijfsvereenigingen bedroeg einde 1909 479 835 267,36 M., einde 1910 505 500 987,97 M. De uitgaven der staats-, provinciale en gemeentelijke „Ausführungsbehörden" beliepen in 1909 en 1910 resp. 13 476 762,79 M. en 20 415 234,89 M. (waarvan resp. 13 100 220,22 M. en 13 387 252,84 M. aan schadeloosstellingen), die der 14 verzekeringsinstellingen resp.

2 660 044,42 M. en 2932 432,66 M. (resp. 1 930 423,27 M. en 1 948 132,38 M. aan schadeloosstellingen), waartegenover bij deze laatste een ontvangst van resp.

3 768 113,23 M. en 4 202 442,75 M. stond. Het kapitaal der verzekeringsinstellingen bedroeg einde 1909 17 445 746,57 M., einde 1910 18 796 191,39 M.

Aan schadeloosstellingen werd door de bedrijfsvereenigingen, „Ausführungsbehörden" en verzekeringsinstellingen te zamen uitgekeerd in:

Mark. Mark.

1910. . . .163 326 820 1897. . . . 63 973 548

1909. . . .161 332 900 1896. . . . 57 154 398

1908. . . .157 062 870 1895. . . . 50 125 782

1907. . . .150 325 292 1894. . . . 44 281 736

1906. . . .142 436 864 1893. . . . 38 163 770

1905. . . .135 437 933 1892. . . . 32 340178

1904. . . . 126 641 740 1891 .... 26426377

1903. . . .117 246 500 1890. . . . 20 315 320

1902 .... 107443326 1889 .... 14464303

1901. . . . 98 555 869 1888. . . . 9 681447

. 1900 .... 86649946 1887 .... 5932930

1899. . . . 78 680 633 1886. . . . 1 915 366 1898. . . . 71 108 729

Het aantal nieuwe ongevallen, waarvoor in 1909 en 1910 voor de eerste maal schadeloosstellingen betaald werden, bedroeg resp.' 139 070 en 132 064. Hiervan hadden resp. 9 363 en 8 857 den dood, en resp. 1 118 en 1 072 blijvende algeheele ongeschiktheid tot werken ten gevolge.

In 1909 en 1910 werd aan resp. 19 967 en 18 651 nagelaten betrekkingen (resp. 6 372 en 5 956 weduwen of weduwnaars, resp. 13 288 en 12 416 kinderen of kleinkinderen en resp. 307 en 279 verwanten in de opgaande linie) voor de eerste maal een rente betaald.

Het totaal aantal ongevallen, dat in 1909

664 247 en 672 961.

Ter uitvoering van de wettelijke invaliditeitsverzekering waren in 1910 31 verzekeringsbanken en 10 toegelaten kassen werkzaam. Door deze instellingen

en 1910 gemeld werd, was resp.