is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 7, 1912, no 2, 29-02-1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behoorende tot het gezin van leden 4 745 496 M., ondersteuning bij zwangerschap en bevalling 6 432 231 M., uitkeeringen bij overlijden 7 462 283 M., kosten van behandeling en verpleging in ziekenhuizen 45 270 027 M., zorg voor herstellenden 246 702 M. Als vergoeding voor door derden toegekende ziekenondersteuning werd 4 582 249 M. uitgegeven.

Frankrijk.

(France.)

De vakvereenigingen, bonden van vakvereenigingeii en plaatselijke centrales op 1 Januari 1911. ')

(Les syndicats professionnels, les unions de syndicats et les bourses du travail au Ier janvier 1911.)

In den loop van 1910 nam zoowel het aantal vakorganisaties van verschillende soort als het aantal leden sterk toe. Op 1 Januari 1911 waren er 15 668 organisaties, met 2 386 086 leden, tegen 14 842, met 2 196 940 leden, op 1 Januari 1910.

Vakvereenigingen in de industrie en in den handel. Het aantal vakvereenigingen in handel en industrie, die voldeden aan de vereischten, gesteld door de wet van 21 Maart 1884, bedroeg op 1 Januari 1911 10 259 (4 742 van patroons, 5 325 van werklieden en 194 gemengde), haar ledental 1 473 137 (van de patroonsorganisaties 403 759, van de werkliedenvereenigingen 1 029 238 en van de gemengde vereenigingen 40 145).

Het aantal georganiseerde vrouwen bedroeg 1 Januari 1911 134 172, waaronder 9 965 leden van patroonsvereenigingen, 101049 leden van werkliedenvereenigingen en 7 566 leden van gemengde organisaties. Opmerking verdient, dat het percentage vrouwen in de gemengde organisaties (18,8 pCt.) grooter was dan in de werkliedenvereenigingen (10,05 pCt.) en vooral grooter dan in de patroonsvereenigingen (2,5 pCt.).

Het bedrijf, waarin percentsgewijze het grootste aantal georganiseerde patroons voorkwam, was de chemische nijverheid: 94,04 pCt. der patroons in deze industrie was lid van een vakvereeniging. Daarna volgde de groep papierbewerking en drukkersbedrijven met 85,75 pCt., dan de mijnbouw met 79,69 pCt., het transportbedrijf en de handel met 47 pCt., de groep vrije beroepen met 42,25 pCt., de groep huiselijke diensten met 32,53 pCt., de bereiding van en handel in voedingsmiddelen met 30,23 pCt., de metaalbewerking met 19,62 pCt., de groep bouwbedrijven met 16,10 pCt., de steen- en aardewerkindustrie met 13,87 pCt., de leder- en huidenbewerking met 10,53 pCt. In de overige bedrijfsgroepen was minder dan 8 pCt. der patroons georganiseerd. De groep landbouw, boschbouw, visscherij en veeteelt telde het kleinste percentage vereenigde patroons n.1. 1,46.

Op 1 Januari 1911 bestonden de volgende door de patroonsorganisaties in het leven geroepen instellingen: 414 plaatsingsbureaux, 280 vakbibliotheken, 87 onderlinge weerstandskassen, 9 werkloozenkassen, 24 reiskassen, 125 vakcursussen en vakscholen, 55 laboratoria, 30 pensioenkassen, 21 onderlinge voorschotkassen, 29 ongevallenverzekeringsmaatschappijen, 17 coöperatieve verbruiksvereenigingen, 9 coöperatieve productievereenigingen en 19 proefvelden. Voorts werden 376 publicaties uitgegeven en zijn in 1910 8 vakwedstrijden en tentoonstellingen gehouden.

De bedrijfsgroep, waarin relatief het grootste aantal georganiseerde arbeiders voorkwam, was de mijnbouw met 32,80 pCt.; daarna volgden de chemische nijverheid met 31,15 pCt., de steengroeven met 24,66 pCt., het transportbedrijf en de handel met 24,39 pCt., de bouwbedrijven met 22,99 pCt., de papierbewerking en de drukkersbedrijven met 19,22 pCt., de vrije beroepen met 18,72 pCt., de lederen huidenbewerking met 17,89 pCt., de metaalbewerking met 17,78 pCt., de textielnijverheid met 15,50 pCt., de houtbewerking met 14,18 pCt. en de steenen aardewerkindustrie met 11,12 pCt. De groep huiselijke diensten telde het kleinste percentage vereenigde werklieden, n.1. 1,86.

Op 1 Januari 1911 bestonden de volgende door de vakvereenigingen van werklieden in het leven geroepen "instellingen: 1052 plaatsingsbureaux, 1428 vakbibliotheken, 815 onderlinge weerstandskassen, 593 werkloozenkassen, 497 reiskassen, 354 vakcursussen en vakscholen, 3 laboratoria, 81 pensioenfondsen, 38 onderlinge voorschotkassen, 87 coöperatieve verbruiksvereenigingen, 37 coöperatieve productievereenigingen en 1 proefveld. Voorts werden 133 publicaties uitgegeven en zijn in 1910 3 vakwedstrijden en tentoonstellingen gehouden.

') Bulletin de 1'Office du Travail van'December 1911. Zie voor 1910 afl. 1, 1911, bladz. 85.