is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 7, 1912, no 3, 29-03-1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Grèves et lock-outs terminés au mois de février 1912. Au mois de février 1912, 21 grèves se sont terminées: 1 avait commencé en juillet, 1 en novembre, 2 en décembre 1911, 5 en janvier et 12 en février 1912.

Une grève a duré 87 jours, une 38 jours, une 36 jours, deux 28 jours, deux 26 jours, deux 11 jours, trois 3 jours, trois 2 jours et trois 1 jour. La durée de 3 conflits est encore inconnue.

Le résultat est connu pour 18 grèves: 5 conflits ont fini par une réussite; dans 5 grèves il y a eu transaction, 8 conflits ont fini par échec.

2 grèves ont fini par des négociations directes entre le patron et ses ouvriers, 3 par des négociations entre les parties, 1'une des deux ou les deux parties représentées par des syndicats, 3 par médiation de tierces personnes, 3 sans négociation par 1'échec des ouvriers, 3 par 1'embauchage d'autres ouvriers et 1 par arbitrage.

Au mois de février 1912, 2 lock-outs ont pris fin: 1 avait commencé en janvier et 1 en février 1912.

Un conflit a duré + 10 jours et a fini par échec des ouvriers par médiation de tierces personnes.

Ces données sont encore inconnues pour 1'autre conflit.

Staking van loodgieters en gasfitters te Amsterdam.

(La grève des plombiers et des gaziers a Amsterdam.)

Onder de loodgieters en gasfitters te Amsterdam brak op 8 Januari j.1. een werkstaking uit, welke indirect het gevolg was van een verschil van meening, dat ontstond tusschen de Loodgieterspatroonsvereeniging „Eensgezindheid" en de „Amsterdamsche Vereeniging van lood- en zinkbewerkers, fitters en aanverwante vakken" over de vraag, of deze werkliedenorganisatie aan de tusschen de patroonsvereeniging eenerzijds en een drietal werkliedenverenigingen anderzijds gesloten collectieve arbeidsovereenkomst gebonden was. Deze werkliedenorganisatie, welke vóór hare reorganisatie, doch tijdens den geldigheidsduur der overeenkomst, den naam droeg van „Federatie van Lood- en Zinkbewerkers", had n.1. van de naamsverandering aan de patroonsvereeniging als contractante eenerzijds geen kennis gegeven. Toen zij zich tot de patroonsvereeniging wendde met klachten over patroons, die naar hare meening de bepalingen der overeenkomst niet naleefden (volgens de werkgevers bepaalde de niet-naleving van de bepalingen zich tot een poging daartoe door één patroon), gaf de omstandigheid, dat de patroonsvereeniging aanvankelijk geen en later niet dan incidenteel kennis had gekregen van de naamsverandering, aanleiding tot eene correspondentie, welke bij de werkliedenorganisatie de opvatting deed post vatten, dat de patroons haar als eene onbekende behandelden en zij buiten de overeenkomst gesteld werd. De patroonsvereeniging verklaarde, slechts beoogd te hebben de werkliedenorganisatie op haar verzuim te wijzen en van haar de verklaring te verkrijgen, dat de vereeniging dezelfde was als de vroegere Federatie en meende, dat de werkliedenorganisatie door hare naamsverandering niet ontslagen was van de overeenkomst.

Gevolg van dit verschil van meening was, dat de werkliedenorganisatie de indiening van looneischen aankondigde, welke de patroonsvereeniging op 23 November bereikten.

De Kamer van Arbeid voor de Bouwbedrijven trachtte bemiddelend op te treden, doch zonder resultaat. Een voorstel der Kamer tot instelling van een verzoeningsraad, waarin beide partijen zitting zouden hebben, werd door de werklieden niet aanvaard. Deze handhaafden hunne eischen, stelden een ultimatum (5 Januari) en drongen, doch tevergeefs, op eene conferentie bij de patroons aan. De patroonsvereeniging besloot op 3 Januari de eischen der gezellen niet in te willigen en de bestaande collectieve arbeidsovereenkomst als geldend te beschouwen.

Op 8 Januari werd daarna zoowel bij de georganiseerde als bij de niet georganiseerde patroons de arbeid neergelegd.

Het aantal stakers bedroeg op dien datum 354 bij 91 ondernemingen. De R.-K. Metaalbewerkersbond „St. Eloy" en de Prot. Chr. Metaalbewerkersvereeniging „Rehoboth", evenals de in het geschil betrokken werkliedenorganisatie contractanten anderzijds, hadden besloten aan de staking geen deel te nemen, omdat zij deze ongemotiveerd achtten.

De eischen der loodgieters waren samengevat in een ontwerp-contract van 15 artikelen.

Dit ontwerp bevatte o. m. de volgende bepalingen: a. een minimumloon van 32 ets. per uur voor 23-jarigen en ouderen; b. verhooging van het halfwassenen jongmaatjesloon met 20 pCt.; c. 's zomers een 10-urigen werkdag met vrijen