is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 7, 1912, no 4, 29-04-1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de plaatsen, waar gemeentelijke werkloozenfondsen gevestigd zijn, waren derhalve op 1 Januari 1912 112 vereenigingen, welke niet bij die fondsen waren aangesloten. Deze vereenigingen telden 15 604 verzekerde leden. Bij de beschouwing van deze cijfers is rekening te houden met de omstandigheid, dat onder deze 15 604 verzekerde leden begrepen zijn 9 575 leden van den Alg. Ned. Diamantbewerkersbond. Zonder dezen bond waren niet aangesloten 111 vereenigingen met 6 029 verzekerde leden.

Van het aantal werkloozen onder de verzekerde leden in de verschillende maanden des jaars geeft staat III (zie blz. LXXXV) een overzicht.

Gemiddeld per week kwamen in het jaar 1911 op 100 verzekerde personen, werkzaam in de diamantindustrie 4,8 werkloozen voor. ') Dit percentage bedroeg voor de drukkersbedrijven 0,8, en voor de bouwbedrijven 5,6. Onder de metselaars, opperlieden, schilders en timmerlieden was het relatief aantal werkloozen resp! 7,3, 7,2, 10,- en 3,-. In de groep „leder, wasdoek, enz.", kwamen op 100 verzekerde leden 0,6 werkloozen voor, in de groep „oer, steenkolen, turf" 0, in de gecombineerde groepen „bewerking van metalen, vervaardiging van stoom- en andere werktuigen en scheepsbouw" 1, in de textielnijverheid 0,5, in de groep „bereiding van voedings- en genotmiddelen" 1,6 (w.o. de sigarenmakers en tabaksbewerkers met 1,7 pCt.), in de vrije beroepen 1,4 en in de „overige beroepsgroepen" (eene samenvatting van de niet afzonderlijk opgenomen bedrijven) 1,2.

Voor alle bedrijven te zamen bedroeg het percentage werkloozen 2,7; het grootst was het relatief aantal werkloozen in December (4,9 pCt.), het kleinst in September (1,9 pCt.),

Betreffende de voornaamste der afzonderlijke bedrijven valt het volgende op te merken.

In de diamantindustrie was de toestand het gunstigst in Maart, het ongunstigst in December. Grooter dan in de meeste maanden was voorts de werkloosheid in de maanden Mei tot en met Augustus.

In de drukkersbedrijven kwamen de grootere percentages werkloozen voor in de maanden Augustus tot en met December. In Mei was de toestand het gunstigst, in September het ongunstigst.

In de bouwbedrijven was het relatief aantal werkloozen aanmerkelijk grooter in de wintermaanden (November, December, Januari en Februari) dan in de overige maanden des jaars. Het percentage was het kleinst in Mei, het grootst in Januari.

De arbeiders in de bewerking van metalen, vervaardiging van stoom- en andere werktuigen en den scheepsbouw waren het meest werkloos in de maanden Januari tot en met Maart; het grootst was het percentage werkloozen in januari het kleinst in Juni, Juli, September en October.

Onder de sigarenmakers en tabaksbewerkers was de toestand in de eerste helft des jaars over het geheel ongunstiger dan in de tweede helft; het laagste percentage werkloozen kwam voor in December, het hoogste in Februari en April.

De grafische voorstelling van het percentage der werkloozen, gepubliceerd in afl. 1, 1912 (blz. 27) geeft een duidelijk beeld van het relatieve aantal werkloozen in de voornaamste bedrijven in de verschillende maanden des jaars.

In de gemeenten met 50 000 of meer inwoners kwamen in 1911 gemiddeld per week op 100 verzekerde leden de volgende aantallen werkloozen voor: Amsterdam 4,6, den Haag 3,9, Rotterdam 1,6, Utrecht 2,3, Arnhem 4,1, Groningen 1,8, Haarlem 2,2, Leiden 2,-, Nijmegen 1,6 en Tilburg 0,4.

Bij de beschouwing van deze cijfers houde men in het oog, dat hoewel in de verschillende tijdruimten in elke plaats afzonderlijk dezelfde beroepen in het onderzoek worden betrokken, deze beroepen niet in alle plaatsen dezelfde zijn.

In het jaar 1911 werd door de vereenigingen, welke dienaangaande inlichtingen verstrekten, aan de verzekerde leden uitgekeerd een bedrag groot f 58 259 93 (zie staat IV op blz. LXXXVI). Hierin is begrepen f45 968,86 aan uitkeering verstrekt door organisaties, welke bij gemeentelijke werkloozenfondsen zijn aangesloten. Aan de verzekerde leden, die deze uitkeering ontvingen, werd door de gemeentelijke werkloozenfondsen f 37 906,325 aan bijslag verstrekt (zie staat V op blz. LXXXVI).

In totaal werd derhalve door de verzekerde leden van de bij de gemeentelijke

t '!.„ü'LlPf®?aYen de diamantbewerkers hebben slechts betrekking op hen, die de geheele

nver Hp ls ^°5r j orKamsaties in de diamantindustrie niet mogelijk betrouwbare gegevens

over de werkloosheid van minder dan 6 dagen per week te verstrekken.