is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 7, 1912, no 7, 29-07-1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Duitsche 43, Engelsche 56, Fransche 1, Grieksche 3, Noorsche 27, Oostenrijksche 1, Russische 2, Spaansche 142, Uruguaansche 2 en Zweedsche 16. Op de schepen van Belgische en Rumeensche nationaliteit werden geen aanmerkingen, het schip betreffende, gemaakt. Het aantal werklieden, tijdens de controle aan boord bevonden, bedroeg 21 893.

Gedurende de maand Juni werden 206 aangiften van ongevallen ontvangen, waaronder 1 van ernstigen aard.

Langdurige werktijden kwamen voor bij 59 schepen, waarvan 1 geladen met erts, 4 met hout, 5 met ijzer, 5 met graan, 1 met jenever, 36 met stukgoed, 6 met steenkolen en 1 met steenkolen en stukgoed. Met inbegrip van rustpoozen werd 19 tot 54 uur gewerkt.

Gedurende deze maand werden geen binnenschepen in de haven van Rotterdam en geen zeeschepen in die van Dordrecht bezocht.

Nationaliteitsbewijzen. Gedurende de maand Juni 1912 werden door de Commissarissen der Koningin in het geheel uitgereikt 2 849 nationaliteitsbewijzen, d. i. 260 minder dan in de voorafgaande maand en 293 meer dan in dezelfde maand van het vorige jaar.

Door de Commissarissen der Koningin in de provinciën Gelderland, NoordHolland, Zeeland, Utrecht, Overijssel, Groningen en Limburg werd alleen van het getal der afgegeven nationaliteitsbewijzen mededeeling gedaan. De cijfers bedroegen voor deze provinciën resp. 489, 280, 31, 56, 291, 218 en 432, tegen resp. 405, 271, 53, 55, 140, 257 en 252 in dezelfde maand van het vorige jaar.

Omtrent de vermoedelijke oorzaken van daling of stijging van het aantal uitgereikte bewijzen in de overige provinciën (zie afl. 2, 1909, blz. 178) kan het volgende worden bericht.

Uit de mededeelingen van den Commissaris der Koningin in de provincie Noord-Brabant blijkt, dat in Juni j.1. werden uitgereikt 254 bewijzen van Nederlanderschap, d. i. 53 meer dan in Juni 1911. Van deze 254 afgegeven bewijzen werden er 68 uitgereikt aan personen, voor wie de hier bestaande werkloosheid de reden was om zich naar het buitenland te begeven; 26 bewijzen werden uitgereikt aan personen, die als oorzaak van vertrek opgaven de hoogere loonen in het buitenland en 62 aan personen, die verbetering van positie zochten. De overige 98 betroffen personen, die om andere redenen dan de hiervoren genoemde een bewijs hebben verzocht. Ongeveer alle bewijzen werden uitgereikt aan personen, die zich naar Duitschland wenschten te begeven.

Door den Commissaris der Koningin in Zuid-Holland werden in Juni j.1. 22 bewijzen minder afgegeven dan in de overeenkomstige maand van het vorige jaar. Van de 206 in Juni 1912 uitgereikte bewijzen werden er 20 verstrekt ter vervanging van reeds vroeger afgegevene. 21 personen, die hier te lande op een enkele uitzondering na geen werk hadden, vertrokken naar Duitschland zonder de zekerheid te hebben aldaar werk te kunnen krijgen. Van degenen, die in het buitenland een werkkring vonden, waren 61 hier te lande werkloos. Het getal nationaliteitsbewijzen voor de Rijnvaart afgegeven bedroeg T9. Bij publieke werken vonden 36 personen werk, voornamelijk als grondwerker; 7 personen vonden werk in den scheepsbouw en 5 als mijnwerker. De meeste werklieden vertrokken naar Duitschland.

Het totaal aantal door den Commissaris der Koningin in Friesland afgegeven nationaliteitsbewijzen beliep in de maand Juni 1912 181, d. i. 53 minder dan in Juni 1911. De meeste burgemeesters gaven de oorzaken van daling of stijging van het aantal afgegeven nationaliteitsbewijzen niet op. Voor zoover dienaangaande mededeeling werd gedaan, was niet genoeg werk in de gemeente of waren de hooge loonen in het buitenland de reden van vermeerdering in de afgifte der bewijzen door één burgemeester; voldoende vraag naar werkkrachten was reden van vermindering in de afgifte der bewijzen door 10 burgemeesters.

Door den Commissaris der Koningin in de provincie Drenthe werden in Juni 1912 411 nationaliteitsbewijzen uitgereikt, d. i. 49 minder dan in dezelfde maand van het vorige jaar. 345 bewijzen werden uitgereikt aan personen, die in het buitenland een werkkring vonden of zochten; van dezen hadden 305 hier te lande wel werk, 40 geen werk. 68 bewijzen werden uitgereikt aan personen, die naar het buitenland vertrokken met de zekerheid aldaar werk te krijgen. Hiervan zouden o.a. 20 worden geplaatst als grondwerker en 23 bij den aanleg van spoorwegen, bij huizenbouw of mijnexploitatie. 277 personen vertrokken naar het