is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 7, 1912, no 9, 30-09-1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Groot-Britannië en Ierland.

(Grande-Bretagne et Irlande.)

De trade unions gedurende 1911. ')

(Les syndicats ouvriers en 1911.)

Einde 1911 waren bij het Labour Department 1 168 trade unions bekend; deze telden te zamen 3 010 346 leden of 23,3 pCt. meer dan in 1910. De vermeerdering van het ledental overtrof die van 1907 — de grootste welke tot nog toe plaats had — met 9,4 pCt. In de transportbedrijven — waarbij in 1911 belangrijke geschillen voorkwamen 2) — nam het aantal georganiseerden het sterkst toe: de vakvereenigingen van zeelieden en dokwerkers telden in 1911 ongeveer driemaal zooveel leden als het jaar te voren. Ook het aantal georganiseerde werklieden zonder vakkennis, bouwvakwerklieden en wevers in de katoennijverheid steeg aanzienlijk. Opgemerkt zij, dat ook de katoenindustrie in 1911 door belangrijke geschillen getroffen werd 3).

De volgende tabel geeft een overzicht van het aantal leden der vakvereenigingen in eenige bedrijfsgroepen op het eind der jaren 1910 en 1911.

BEDRIJFSGROEP EN". 1910. 1911. GROUPES D'INDUSTRIES.

'

Bouwvakken J5G 909 173 036 Batiment.

Mijnen en steengroeven .... 729 958 747 819 Mines et carrières.

Metaal-, machinenindustrie en

scheepsbouw 369 654- 414 083 Métaux, machines, navires.

Textielnijverheid 379 226 435 389 Textiles.

Kledingindustrie 67 038 74 670 Vêtement

Transportbedrijf 244 123 514 827 Transport.

Drukkersbedrijf 74 275 77 161 linprimerie.

Overige bedrijven 419 540 573 361 Autres.

Totaal. . 2 440 723 3 010 346 Total.

Vergeleken met 1902 was het totaal aantal leden in 1911 met 53,2 pCt. toegenomen. In 1911 waren in de voornaamste bedrijven, het bouwbedrijf en de kledingindustrie uitgezonderd, meer georganiseerden dan in een der vorige jaren. Hun aantal verminderde in het bouwbedrijf sedert 1900 voortdurend, doch in 1911 viel weer vermeerdering waar te nemen. De vakorganisaties in de kledingindustrie telden in dat jaar meer leden dan in een der andere jaren na 1896.

Het aantal vrouwelijke leden van trade unions bedroeg in 1911 272 858, tegen 221 283 in 1910 en 125 423 in 1902. Meer dan 60 pCt. der georganiseerde vrouwen was werkzaam in de katoenindustrie.

Bonden van trade unions en trades councils. Einde 1911 bestonden er 110 bonden van trade unions, met 3 812 599 leden, d. i. 13,2 pCt. meer dan in 1910 en 107,2 pCt. meer dan in 1902. Hierbij zijn echter verscheidene personen meer dan eens geteld, daar zij lid zijn van bij meer dan één bond aangesloten vereenigingen. De voornaamste bonden zijn de „General Federation of Trade Unions", de „Miners' Federation of Great Britain", de „Federation of Engineering and Shipbuilding Trades of the United Kingdom" en de in 1911 opgerichte „National Transport Workers' Federation". In 1911 telden deze bonden resp. 861 482, 588 000, 401 472 en 200 185 leden, d. i. voor de eerste drie resp. 21,4 pCt. meer, 1,5 pCt. minder en 7,9 pCt. meer dan in 1910.

Einde 1911 bestonden er 247 trades councils; deze telden te zamen 1 176 551 leden, d. i. 16,4 pCt. meer dan in 1910 en 44,8 pCt. meer dan in 1902.

i) Labour Gazette van Augustus 1912. Zie voor 1910 afl. 9, 1911, bladz. 612.

f. ,fle bladz' 155> afl- 3- 19I1> bladz. 240; afl. 9, 1911, bladz. 603; afl. 10, 1911, bladz. 662: aii. li, ïyii, bladz. 740.

3) Zie afl. 11, 1911, bladz. 712; afl. 4, 1912, bladz. 292.