is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 7, 1912, no 11, 30-11-1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1913 voor rekening van de gemeente uit te voeren werken, bepalingen op te nemen waardoor voorkomen wordt, dat bij schriftelijk aangegane overeenkomst of bij reglement ten nadeele van de arbeiders, die ter uitvoering van die werken gebezigd worden, afgeweken wordt van het in de artt. 1638c en d van het Burgerlijk Wetboek bepaalde, en nader te omschrijven welke rechten de arbeiders aan genoemde artikelen kunnen ontleenen, opdat in het bijzonder omtrent de draagwijdte van de uitdrukking „betrekkelijk korten tijd", in deze artikelen voorkomende, meeningsverschil bij de toepassing uitgesloten zij.

— Groningen. Door den Raad dezer gemeente werd in zijne vergadering van 26 October 1912 besloten, dat voortaan in de bestekken en voorwaarden van aanbesteding der werken, welke daarvoor naar het oordeel van B. en W. in aanmerking komen, de bepaling zal worden opgenomen, dat de aannemer gehouden is de loonen der middellijk of onmiddellijk in zijn dienst zijnde werklieden zoodanig te regelen, dat aan ten minste 75 pCt. van het totaal aantal werklieden geen lagere loonen verzekerd zijn, dan vermeld worden op den staat, zooals deze voor het betrokken jaar is vastgesteld (zie hieronder). Voor werklieden in vasten dienst bij den aannemer en voor hen, die niet als volle werkkrachten kunnen worden beschouwd, kan op aanvraag der Directie afwijking van het minimumloon worden toegestaan. De Directie kan den aannemer vergunning geven om voor bepaalde werkzaamheden het loon per stuk of per hoeveelheid werk te berekenen, mits de werkman niet minder verdient, dan hem door het minimumloon is verzekerd. Indien een werkman door ziekte verhinderd is geweest arbeid te verrichten, moet hem het naar tijdsruimte vastgestelde loon worden uitbetaald voor den tijd, welken de verhindering langer dan 3 dagen duurt, maar slechts voor ten hoogste 12 dagen of zooveel korter als de dienstbetrekking duurt. Ook moet den' arbeider het loon voor ten hoogste 6 dagen worden uitbetaald gedurende den tijd in welken van zijn arbeid geen gebruik wordt gemaakt, indien dit niet te wijten is aan eigen schuld van den werkman of aan eenige verhindering, welke niet door overmacht (weergesteldheid, staking of uitsluiting e.d.) is veroorzaakt. Bij verzuim als gevolg van bevalling, overlijden, begrafenis, e.d. moet den arbeider het loon worden betaald voor den tijd der verhindering, doch voor ten hoogste één dag.

In de raadsvergadering van 28 October 1912 werd besloten de volgende

loonminima in de in 1913 vast te stellen bestekken en voorwaarden voor de uitvoering van gemeentewerken op te nemen: voor werkvrouwen per dag f 1,—, voor glazenwasschers 16 ets. per uur, voor behangers 18 ets., voor smeden en straatstampers 19 ets., voor aardwerkers, handlangers, opperlieden of sjouwers 20 ets., voor witters, loodgieters, zinkwerkers, gas- en waterleidingfitters, leidekkers, cementmastiekwerkers en betonwerkers 21 ets., voor ververs 22 ets., voor vlechters bij betonwerken 23 ets., voor timmerlieden, stukadoors, metselaars en gewone steenhouwers 25 ets., voor straatmakers 26 ets. en voor steenhouwers, werkende in zandsteen 28 ets. per uur.

— Zaandam. Door den Raad dezer gemeente werden in zijne vergadering van 25 September 1912 vastgesteld „bepalingen ingevolge artikel 1638c en d van het Burgerlijk Wetboek (Arbeidscontract)". Hieraan is het volgende ontleend.

Den aannemers wordt de verplichting opgelegd aan de werklieden, die middellijk of onmiddellijk in hun dienst op het werk werkzaam zijn, geen lager uurloon te betalen dan voor een volslagen metselaar 30 ets., steenhouwer 29 ets., stratenmaker en stucadoor 28 ets., timmerman 27 ets., loodgieter enz. 26 ets., verver, grondwerker en opperman 25 ets., smid, behanger en sjouwer of handlanger 23 ets. Zij mogen deze werklieden niet langer doen arbeiden dan 10 uur per etmaal. De werkdag zal geacht worden aan te vangen des morgens ten zes ure en eindigen des avonds ten zes ure, de schafttijden hieronder begrepen. In bijzondere gevallen, ter beoordeeling der directie, kan deze tijdsbepaling worden gewijzigd tot vijf ure des morgens en vijf ure des avonds. Des Zaterdags zal de arbeid des namiddags ten vier ure eindigen. Overschrijding van den maximum-arbeidstijd van 10 uur per etmaal kan slechts geschieden na verkregen vergunning van B. en W., in welk geval voor de eerste 4 uur overwerken bovengenoemd loon met 50 pCt. en verdere uren in den nacht met 100 pCt. moet worden verhoogd. Arbeid op Zondagen en op Nieuwjaarsdag, 2en Paaschdag, Hemelvaartsdag, 2en Pinksterdag en op de beide Kerstdagen kan eveneens slechts geschieden na verkregen vergunning van B. en W., in welk geval voor elk uur werken het minimumloon met 100 pCt. moet worden verhoogd. De aannemers mogen op het