is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 7, 1912, no 12, 30-12-1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De groote meerderheid der woonschepen (843) bood voldoende huisvesting. Slecht was de huisvesting in 217, waarvan 163 te klein en 56 bouwvallig waren.

Behoorlijke gelegenheid tot verwarming zonder brandgevaar bestond in 401 woonwagens en 1046 woonschepen, onvoldoende gelegenheid in 175 woonwagens en 68 woonschepen.

In het algemeen werden weinig opmerkingen gemaakt over gebrek aan afgescheiden slaapplaatsen. Samenwoning van ongehuwde volwassenen van verschillend geslacht in één vertrek kwam weinig voor. Slechts ten aanzien van 44 woonwagens en 33 woonschepen werd de toestand in dit opzicht bepaald ongunstig genoemd.

Waar de groote fout der onvoldoend ingerichte woonwagens en woonschepen was het gebrek aan ruimte, is het niet te verwonderen, dat herstel vrijwel onmogelijk is. Verbetering werd dan ook onmogelijk geacht ten aanzien van 289 wagens, terwijl alle 217 ongeschikte woonschepen voor verbetering onvatbaar werden geacht.

Ongeveer 100 woonwagens en 700 woonschepen hadden uitsluitend de bestemming om den bewoners tot woning te dienen. Van de woonwagens, die ook nog tot andere doeleinden werden gebruikt, dienden 420 mede als vervoermiddel, 27 tot berging van goederen, waarin handel werd gedreven, 15 tot werkplaats, terwijl acht woonwagens feitelijk alleen den naam hondenkar waard waren. Van de woonschepen, die niet uitsluitend tot woning dienden, werden 217 tevens gebruikt als vervoermiddel voor de bewoners zelf, 109 als bergplaats van goederen, 80 voor het goederenvervoer.

Waar de woonwagens meerendeels mede gebezigd werden als vervoermiddel is het begrijpelijk, dat slechts 43 woonwagens voortdurend op dezelfde plaats bleven en daarentegen 532 woonwagens steeds een wisselende standplaats hadden. Van de woonschepen daarentegen lagen 587 steeds op dezelfde plaats, terwijl 522 een wisselende ligging hadden.

371 woonwagens werden het geheele jaar door bewoond, 205 alleen gedurende bepaalde tijden. Van deze laatste werden 195 niet bewoond gedurende de wintermaanden, wanneer de bewoners, in den zomer de kermissen bereizend, voor de meerderheid woonden in een gewoon huis. 1 035 woonschepen werden het geheele jaar bewoond, 55 alleen gedurende bepaalde tijden.

Van de woonwagens en woonschepen, uit één vertrek bestaande, werden bewoond door:

1 of 2 meerderjarigen 55 woonwagens, 115 woonschepen,

id. met 1 of 2 kinderen 124 » 84 »

id. met 3—6 kinderen 146 - » 137 »

id. met meer dan 6 kinderen. . . 33 » 13 »

3 of meer meerderjarigen .... 9 » 19 »

id. met 1—2 kinderen 11 » 5 »

id. met 3 of meer kinderen ... 18 » 10 »

alleen minderjarigen 3 »

Van de woonwagens en woonschepen, uit meer dan één vertrek bestaande, werden bewoond door:

1 of 2 meerderjarigen 50 woonwagens, 135 woonschepen,

id. met 1—2 kinderen 52 » 109 »

id. met 3—6 kinderen 42 » 232 »

id. met meer dan 6 kinderen. . . 12 » 49 »

3 of meer meerderjarigen .... 3 ,» 52 »

id. met 1—2 kinderen 10 » 50 »

id. met 3 of meer kinderen ... 8 » 43 »

alleen minderjarigen ...... 3 » 2 »

Met betrekking tot den aard der bewoners zijn de door het onderzoek verkregen gegevens allerminst volledig, daar vaak op een of meer vragen door de burgemeesters geen antwoord is gegeven. De bevolking der 584 woonwagens en 1 123 woonschepen kon geschat worden op resp. ongeveer 2 800 en 5 200 personen. Vreemdelingen waren daarvan 142 en 13 (als niet vreemdeling opgegeven in de woonwagens 1 866, 3 042 in de woonschepen) Volgens de opgaven zouden hebben : voldoende middelen van bestaan 1 842 bewoners der woonwagens en 4 613 bewoners der woonschepen;

gebrekkige middelen van bestaan 182 bewoners der woonwagens en 146 bewoners der woonschepen;

bepaald onvoldoende middelen van bestaan 509 bewoners der woonwagens en 214 bewoners der woonschepen.