is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 8, 1913, no 1, 01-02-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toch viel bij deze fondsen in het afgeloopen jaar weder een kleine toeneming op te merken en wel resp. van 13 en 15.

Onderstaand staatje geeft een overzicht van het aantal vereenigingen, dat op 1 Januari 1913 aangesloten was bij de gemeentelijke werkloozenfondsen, van het aantal niet aangesloten vereenigingen, die inlichtingen aan het Bureau verstrekten, zoomede van het aantal verzekerde leden van beide groepen.

Gemeenten. (Communes.)

Vereen gin gen aan- Vereenigingen niet-

gesloten bij het aangesloten bij het

gemeentelijke gemeentelijke

werkloozenfonds. werkloozenfonds.

(Syndicats affiliés (Syndicats noniu fonds communal affiliés au fonds

de chómage.) comm. de chömage.

Aantal.

(Nombre.)

Verzekerde leden.

(.Membres assu re's.)

Aantal.

(Nombre.)

Verzekerde leden.

(Membres assur és.)

Gemeenten. (Communes.)

Vereenigingen aan- Vereenigingen niet-

gesloten bij het aangesloten bij het

gemeentelijke gemeentelijke

werkloozenfonds. werkloozenfonds.

(Syndicats affiliés (Syndicats non-

au fonds communal affiliés au fonds

de chómage.) comm. de chónage.)

~\ i ~

Aantal.

(Nombre.)

Verzekerde leden.

(Membres assure's.)

Aantal.

(Nombre.)

Verzekerde leden.

(Membres assure's.)

Amersfoort . . 6 123 7 184 Maastricht . . 2 79 4 525

Amsterdam . . 30 9 814 13 ') 11 246 Middelburg . . 6 167 3 67

Arnhem ... 19 1 304 4 44 Nijmegen. . . 16 1 021 2 91

Baarn .... 4 154 3 97 Rotterdam . . 21 3 965 J 11 714

Bussum ... 6 117 2 35 Schiedam... 4 137 7 273

Delft .... 11 679 7 145 Tilburg ... 7 1 092 4 194

Deventer. . . 10 485 2 21 Utrecht ... 24 2 186 j 5 153

Dordrecht. . . 16 1 319 6 126 Vlaardingen . . 10 790 I 1 13

Den Haag . . 14 1 113 18 2 229 Vlissingen . . 3 104 | 1 11

Groningen . . 14 1 039 4 104 | Zaandam ... 7 218 1 2 280

Haarlem en [ Zeist .... 7 180 I — —

Schoten . . 12 1 426 7 287 Zwolle.... 2 76 i 8 200

Hilversum . . 11 641 7 126

Leeuwarden . . 10 350 4 133

Leiden ... 9 734 12 , 501 Totaal . . 281 29313 | 144 J 17 799 ')

') Jucl. 9 796 leden van den Alg. Ned. Diamantbewerkersbond.

In de plaatsen, waar gemeentelijke werkloozenfondsen gevestigd zijn, waren derhalve op 1 Januari 1913 144 vereenigingen met 17 799 verzekerde leden, welke niet bij die fondsen waren aangesloten. Op 1 Januari 1912 bedroegen deze aantallen 112 en 15 604. Bij de beschouwing van deze cijfers is rekening te houden met de omstandigheid, dat onder deze 17 799 en 15 604 verzekerde leden begrepen zijn 9 796 en 9 575 leden van den Alg. Ned. Diamantbewerkersbond. Zonder deze organisatie waren niet aangesloten 143 vereenigingen met 8 003 verzekerde leden op 1 Januari 1913 en 111 vereenigingen met 6029 verzekerde leden op 1 Januari 1912.

Van het aantal werkloozen onder de verzekerde leden in de verschillende maanden des jaars geeft Staat III (zie blz. X) een overzicht.

Gemiddeld per week kwamen in het jaar 1912 op 100 verzekerde personen, werkzaam in de diamantindustrie 14,8 werkloozen voor, tegen 4,8 in 1911.') Deze percentages bedroegen voor de drukkersbedrijven 0,7 en 0,8, en voor de bouwbedrijven 4,3 en 5,6. Onder de metselaars, opperlieden, schilders en timmerlieden was het relatief aantal werkloozen resp. 6,- 5,4, 7,9 en 3,2 in 1912 en resp. 7,3, 7,2, 10,- en 3,- in 1911. In de groep „leder, wasdoek, enz." kwamen op 100 verzekerde leden, zoowel in 1912 als in 1911, 0,6 werkloozen voor; in de groep „oer, steenkolen, turf", in beide jaren 0, in de gecombineerde groepen „bewerking van metalen, vervaardiging van stoom- en andere werktuigen en scheepsbouw", resp. 0,5 en 1, in de „textielnijverheid" resp. 0,3 en 0,5, in de groep „bereiding van voedings- en genotmiddelen" resp. 0,7 en 1,6 (w.o. de sigarenmakers en tabaksbewerkers met resp. 0,8 en 1,7 pCt.), in de „vrije beroepen" resp. 1,2 en 1.4 en in de „overige beroepsgroepen" (eene samenvatting van de niet-afzonderlijk opgenomen bedrijven) resp. 2,2 en 1,2.

Met uitzondering van de diamantindustrie en van de „overige beroepsgroepen", was in alle andere beroepsgroepen het relatief aantal werkloozen in 1912 kleiner

]) De opgaven betreffende de diamantbewerkers hebben slechts betrekking op hen, die de geheele week werkloos waren. Het is voor de organisaties in de diamantindustrie niet mogelijk betrouwbare gegevens over de werkloosheid van minder dan 6 dagen per week te verstrekken.