is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 8, 1913, no 1, 01-02-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f

Indien geene voorvallen, als hierboven onder a—f bedoeld, in eene maand voorkwamen, behoort ook daarvan mededeeling te worden gedaan.

F. Iedere Kamer verstrekt zoo dra mogelyk, nadat in een door haar vertegenwoordigden bedrijfstak binnen haar gebied eene werkstaking of uitsluiting is uitgebroken, daaromtrent inlichtingen door inzending van eene opgave van het adres van den patroon of de patroons, b\j wie het geschil is uitgebroken, en van de in het geschil betrokken werkliedenorganisatie of wel van een of meer in het geschil betrokken werklieden, die in staat zijn nadere gegevens te verstrekken.

(Opmerking: Verdere inlichtingen omtrent werkstakingen en uitsluitingen worden van de Kamers niet verlangd ; deze zullen zooveel mogelijk rechtstreeks door het Centraal Bureau voor de Statistiek worden verzameld.)

N.B. Alle bovenbedoelde inlichtingen moeten worden verzonden aan het volgende adres:

Aan

den Heer Directeur van het Centraal Bureau voor cle Statistiek,

ie

's-Gravenhage.

Model A. (Bladz. 1.)

KAMER VAN ARBEID voor te

Opgaven omtrent het loon en den arbeidsduur van werklieden gedurende het'tijdvak

Toelichting ter invulling.

Verzocht wordt de onderneming, waarop de gegevens betrekking hebben, met haren naam, of, indien hiertegen bezwaar bestaat, door middel van een cijfer of letter aan te duiden. De naam der onderneming wordt in geen geval gepubliceerd. Het in de onderneming uitgeoefende bedrijf of de daarin uitgeoefende bedrijfstakken behooren duidelijk te worden aangegeven.

Indien niet alle werklieden op één lijst vermeld kunnen worden, gebruike men meer lijsten en geve men aan deze volgnummers.

Omtrent een zeker aantal werklieden kunnen groepsgewijze gegevens worden verstrekt, mits alle in de kolommen f—q opgenomen cijfers en verdere opgaven voor eiken arbeider, behoorende tot de groep, dezelfde zyn. Ten aanzien van eiken arbeider, voor wien afzonderlijke arbeidsvoorwaarden gelden, gebruike men een afzonderlijken regel.

Kolom f. Indien de plaatsruimte in deze kolom niet voldoende mocht zijn om alle stuk- of tariefloonen te vermelden, dan vermelde men deze loonen op de laatste bladzijde of op een afzonderlijke bijlage.

Kolommen h, i en j. De loonbedragen moeten tot in centen nauwkeurig worden ingevuld en mogen niet worden afgerond. Indien in de opgegeven bedragen de verdiensten van hulppersoneel begrepen zijn, make men daarvan in kolom q melding onder opgave van het aantal personen, waaruit het hulppersoneel bestaat en van het bedrag, dat van het loon van den werkman voor dit hulppersoneel moet worden afgetrokken. Is een opgave van dit bedrag niet te verstrekken, dan kan worden volstaan met een zoo juist mogelijke schatting ervan; uit een toelichting behoort dan echter te blijken, dat het loon van het hulppersoneel geschat is.

Onder „extra arbeid" wordt hier verstaan alle arbeid, welke niet in de kolommen k en l is aangegeven, dus alle overwerk en voorts alle nacht- en Zondagsarbeid voor zoover deze uitzondering en geen regel zijn. Ziin nacht- en Zondagsarbeid regel, zooals b.v. bij de bakkers, dan moet het loon daarvoor niet nog eens afzonderlijk in de kolommen i en j vermeld worden.

Kolommen k en l. Het komt voor, dat eene arbeidsduurregeling getroffen is zonder dat daarbij de uren van aanvang en einde van de dagelijksche arbeids-, rust- en schafttijden zijn vastgesteld. Er kan b.v. alleen bepaald zijn, dat ten hoogste 10 uur per dag gewerkt zal worden. In zulke gevallen vuile men het aantal arbeidsuren in na aftrek van de rust- en schafttijden.

Indien de arbeidsduur niet voor alle dagen der week dezelfde is, b.v. wanneer des Zaterdags vroeger wordt opgehouden, make men daarvan uitdrukkelijk melding. Dit geschiede eveneens als de arbeidsduur niet voor alle jaargetyden dezelfde is of als, b.v. in Israëlietische zaken, als regel des Zaterdags niet en des Zondags wel gearbeid wordt.

Bestaat er geen arbeidsduurregeling, dan late men de kolommen niet oningevuld, doch vuile in: geen regeling.

Kolommen m, n, o en p. Hetgeen voor de kolommen h, i en j betreffendo extra arbeid wordt opgegeven geldt ook hier. Uit de invulling van kolom p late men steeds duidelijk blijken, welke arbeid als overwerk, als nachtarbeid en als Zondagsarbeid wordt aangemerkt. Men vuile dus b.v. niet in: overwerk 25 pCt., nachtarbeid 50 pCt. en Zondagsarbeid 100 pCt. extra, doch overwerk (7—20 n.m.) 25 pCt., nachtarbeid (70 n.m—6 v.m.) 50 pCt., Zondagsarbeid (Zaterdag 12 'snachts—Zondag 12 'snachts) 100 pCt. extra.

Kolom q. In deze kolom worden alle bijzonderheden omtrent loon en arbeidsduur vermeld, welke niet vallen onder het hoofd van een der vorige kolommen. Men vermelde hier b.v. het aantal dagen, dat een arbeider door ziekte in het tijdvak van onderzoek verzuimd heeft; dat een gezel belast was met het toezicht op de andere werklieden, enz.

(Zie voor bladz. 2 en 3 de volgende pagina; bladz. 4 is opengelaten voor „overige mededeelingen".')