is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 8, 1913, no 3, 28-03-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook in de kledingindustrie te Leeds werden werklieden gevraagd. De vraag naar vrouwelijke werklieden overtrof het aanbod in de katoen-, wol- en sajetindustrie en in wasscherijen, voorts in sommige districten ook in de schoen- en kleedingindustrie. Vergeleken met het vorige jaar ging in bijna alle belangrijke takken van nijverheid — vooral in de ijzer-, staal-, machine- en aardewerkindustrie alsmede bij de steenfabricage en in het drukkersbedrijf — meer om. De stijging der loonen hield aan. Bij de loonsveranderingen, die in Februari plaats hadden, waren 228 738 werklieden betrokken; van allen werd het loon verhoogd en wel met in totaal M 9 687 per week. De trade unions, die opgaven verstrekten, telden einde Februari op een ledental van 903 503 personen 17 835 werkloozen, d. i. 2,0 pCt., tegen 2,2 pCt. einde Januari 1913 en 2,8 pCt. einde Februari 1912. Einde Februari 1913 was 4,4 pCt. der tegen werkloosheid verzekerde arbeiders werkloos, tegen 5,0 pCt. op het laatst der vorige maand.

Italië. {Italië.) Januari 1913. ') De stand der arbeidsmarkt was over het algemeen ongunstig: in verscheidene bedrijven heerschte groote slapte. Slechts in enkele centra kwam aanmerkelijke verbetering in den toestand. In de bouwbedrijven ging bijzonder weinig om. Ook voor de hoogovens was het een stille maand. Voor de losse werklieden was bijna nergens genoeg werk, vooral niet in Lombardije, Fmilia, Romagna en Venetië. Tengevolge hiervan nam, vooral in de genoemde provincies, de emigratie - die grootendeels van tijdelijken aard was — toe. Waar evenwel met de uitvoering van openbare werken werd aangevangen, deed zich het omgekeerde verschijnsel voor. Hier en daar werd de arbeidsduur wegens de heersclrende slapte verkort.

Noorwegen. (Norvège.) Januari 1913. Het Noorsche Centraal Bureau voor de Statistiek verstrekte welwillend het volgende staatje betreffende de werkloosheid onder de leden van eenige der voornaamste vakvereenigingen.

Aantal ledeD. * Percentage werkloozen.

(Nombre des membres.) (Chömeurs en pour-cent.)

BEROEPEN. 1 PROKESSIONS.

Jan. Dcc. Jan. Jan. i Doe. Jan.

1913. 1912. 1912. 1913. | 1912. 1912. j

—— ;

Metaalbewerkers. . . 7 948 7 772 7 062 1,8 1,0 3,1 Ouvr. eii métaux

Boekdrukkers. . . . 1 980 1 948 1 S131 — 1,3 0,5 Imprimeurs

Houtbewerkers. ... 1 522 \ 49S 1 104 3,0 0,3 7,0 Ouvr. cu bois

Metselaars 704 71J 551 12,3 0,0 14,0 Macous.

Schoenmakers .... 721 700 034 1,4 ],0 1,7 Cordouuiers.

Meubelmakers. . . . 550 530 517 2,4 2,2 2,3 Mennisiers

Boekbinders .... 510 480 451 0,4 0,8 0,4 Kelieurs

Pak.kers 417 117 380 0,5 3,4 4,7 Boulangers.

Schilders 370 370 2S0 13,5 10,9 10,1 Peintres.

Totaal . . . 14 7821 14 414 12 79a| 2,7 i 2,3 | 2,0 j Total.

Arbeidsbeurzen.

(Placement.)

België. (Belgique.) Januari 1913. Zie onder „Arbeidsmarkt".

Denemarken. (Danemark.) Februari 1913. Blijkens welwillend door de Directie verstrekte opgave kwamen in Februari 1913 bij de arbeidsbeurs te Kopenhagen 2 933 aanbiedingen van werklieden in (1 826 van mannen en 1 107 van vrouwen), terwijl 1 640 patroons arbeidskrachten aanvroegen (720 bij de afdeeling voor mannen en 920 bij die voor vrouwen). Het -aantal plaatsingen van mannen bedroeg 899, dat van vrouwen 925 (in Februari 1912 resp. 828' en 939).

Duitschland. (Allemagne.) Februari 1913. 2) Voor zoover de cijfers van 782 arbeidsbeurzen, die qver Februari tijdig opgaven inzonden, vergeleken kunnen worden, was het aantal aanbiedingen van werklieden ongeveer 15 000 grooter, het aantal aanvragen door patroons ongeveer 8 000 en dat der plaatsingen ongeil Ii°Kd-i1K!Jl?cic) deJ. lav.0ro (Nuova serie) van 1 Maart 1913. (Zie bladz. 182.)

2) Reichs-Arbeitsblatt van Maart 1913,