is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 8, 1913, no 4, 30-04-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Te Enschede overtrof de vraag naar werkkrachten het aanbod, te Hengelo was er evenwicht. G.w.

Enschede, Hengelo (2 K.).

Katoenbleekerij. Drukte werd alleen gerapporteerd uit Enschede; te Eibergen en Nijverdal was er geregeld werk. De toestand was dezelfde als verleden jaar. Te Nijverdal overtrof de vraag naar werkkrachten het aanbod, te Enschede en Eibergen bestond evenwicht. G.w.

Enschede (1 K.), Eibergen, Nijverdal (KF., 1 P.).

Katoendrukkerij. Er heerschte zoowel te Enschede als te Leiden drukte, te Leiden gepaard gaande met verlenging van den arbeidsdag. Te Leiden was de toestand op het einde van het kwartaal gunstiger dan in 1912, te Enschede viel geen verschil waar te nemen. Te Leiden overtrof de vraag naar jeugdige werkkrachten het aanbod, te Enschede was er evenwicht tusschen vraag en aanbod. G.w.

Enschede, Leiden (2 K.).

Wolindustrie (spinnerij en weverij). Te Geldrop heerschte een flinke drukte, gepaard gaande met aanneming van personeel, verhooging van loonen en overwerk. Vooral in het begin van het kwartaal was het druk. Te Leiden was het tamelijk druk, terwijl te Tilburg geregeld werk was (in enkele fabrieken overwerk). Volgens W. bestond er in laatstgenoemde gemeente in de flanelfabrieken eenige slapte, welke tot verkorting van arbeidsduur leidde. De toestand was overal gunstiger dan verleden jaar.

Te Leiden bestond evenwicht tusschen vraag en aanbod. Te Geldrop overtrof de vraag het aanbod (mede doordat er veel vraag naar arbeiders is voor den in aanleg zijnden spoorweg Eindhoven—Weert). Dit was, in het bijzonder wat de jeugdige werkkrachten betreft, volgens P. eveneens het geval te Tilburg (als gevolg van de nieuwe Arbeidswet), waar echter volgens W. vraag en aanbod tegen elkander opwogen. G. w.

Leiden (1 K). — Geldrop en Tilburg (2 P. en 2 W.).

Linnenindustrie. In alle plaatsen heerschte op het einde van het kwartaal in mindere of meerdere mate drukte. Te Geldrop viel in Februari volgens P een neiging tot slapte waar te nemen, welke begin Maart weder verdwenen was; in deze plaats werd het loon voor enkele soorten linnen verhoogd, terwijl volgens W. nieuwe werklieden werden aangenomen en de werktijd verlengd werd. Te Boxtel had volgens W. eveneens aanneming van werklieden en verlenging van den werktijd plaats, terwijl door P. werd medegedeeld, dat de drukte geen bepaalde gevolgen had. Ook te Goirle had uitbreiding van personeel plaats. De toestand was vergeleken bij het einde van het eerste kwartaal van 1912 gunstiger (te Boxtel volgens P. echter dezelfde). De vraag naar werkkrachten overtrof het aanbod te Geldrop en Boxtel, terwijl er te Goirle evenwicht was. G. w.

Boxtel, Geldrop en Goirle (2 P. en 3 W.).

Sajetindustrie. Druk. Te Leiden geen verschil met verleden jaar, te Veenendaal toestand gunstiger (werklieden aangenomen).

Te Leiden was de vraag naar jeugdige werkkrachten grooter dan het aanbod. Te Veenendaal was er evenwicht. G. w.

Leiden, Veenendaal (2 K.).

Jutefabricage. Te Goirle heerschte door de steeds grooter wordende vraag naar jute-artikelen groote drukte (volgens W. was er echter geregeld werk). Voor Rijssen werd de toestand normaal genoemd. De toestand was gunstiger dan verleden jaar (volgens W. te Goirle echter geen verschil).

Vraag en aanbod waren gelijk (te Goirle volgens P. echter meer vraag). G.w.

Goirle, Rijssen (1 KF., 1 P. en 1 W.).

Tricotfabricage en breierijen. Met uitzondering van Almelo en Apeldoorn, waar geregeld werk was, viel overal mindere of meerdere drukte waar te nemen. Te Groningen, Hattem, Veenendaal en Winterswijk had deze drukte vraag naar werkkrachten ten gevolge. Vergeleken bij het einde van het overeenkomstige kwartaal van 1912 was de toestand te Hattem, Rotterdam, Veenendaal en te Groningen (sommige ondernemingen) gunstiger te noemen, terwijl te Almelo, Vriezeveen, Leiden en Winterswijk de toestand dezelfde was. De vraag naar werkkrachten overtrof het aanbod te Almelo (mede door uitbreiding van sommige textielfabrieken), Groningen, Hattem en Winterswijk. In Leiden, Rotterdam en Veenendaal bestond er evenwicht tusschen vraag en aanbod. G.w.

Groningen, Leiden, Rotterdam en Veenendaal (4 K.). — Almelo, Apeldoorn, vriezeveen, Hattem en Winterswijk (1 KF., 3 P., 1 W.).