is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 8, 1913, no 5, 30-05-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ongevallenstatistiek 1907.

(La statistique des accidents du travail, 1907.)

Verschenen is de Ongevallenstatistiek over het jaar 1907, door de Rijksverzekeringsbank samengesteld ter voldoening aan de bepaling van art. 17 der

Ongevallenwet 1901.')

Daarin wordt medegedeeld dat met de samenstelling van ongevallenstatistieken een tweeledig doel beoogd wordt: in de eerste plaats het verzamelen van gegevens noodig voor de beoordeeling van het financieele risico der ongevallenverzekering en in de tweede plaats een doeltreffende bestrijding van het gevaar voor ongevallen door het bevorderen van juiste en nauwkeurige kennis van aard, bron en omvang van dat gevaar. In verband hiermede kunnen in elke volledige ongevallenstatistiek twee verschillende, hoewel niet scherp gescheiden onderdeelen worden aangewezen, nl. 1° een financieel en 2° een medisch-technisch gedeelte. Ten aanzien van laatstgenoemd gedeelte werd besloten het onderzoek met grootere tusschenpoozen voort te zetten. Het doel toch, het samenstellen van eene statistische beschrijving van het gevaar voor ongevallen, waaronder niet alleen valt de verzameling van aantallen en van verhoudingsgetallen, maar ook de opsporing van frequentieverschillen en zoo mogelijk hunne verklaring, werd voorloopig bereikt in de statistieken welke over de jaren 1903—1906 zijn verschenen. De tijd, welke zal kunnen verloopen alvorens hieromtrent een nieuw onderzoek wordt ingesteld, moet afhankelijk gesteld worden van het belang dat aan spoedige opsporing en nauwkeurige kennis van veranderingen verbonden is en van de snelheid waarmede die veranderingen voortschrijden. Tot en met 1906 was ook de betrekkelijke talrijkheid van ongevallen nog aan voortdurende en belangrijke wijzigingen onderhevig, zoodat er toen reden was dit deel der statistiek zonder onderbreking te publiceeren. In genoemd jaar echter schijnt het tijdperk der aanvankelijk snelle stijging van het aantal ongevallen afgesloten. Het aantal ingekomen aangiften van ongevallen bedroeg nl. in 1903 (11 maanden): 38194, in 1904: 49 542 in 1905: 55 523, in 1906: 64636, in 1907 : 69 330, in 1908 : 65 501, in 1909:

64 638', in 1910: 66086.

Het sub 1 genoemde financieele gedeelte der statistiek meende men en wegens het daaraan verbonden geldelijk belang èn wegens den omvang der voortdurende wijzigingen, welke het financieele risico bleek te ondergaan, niet te mogen

onderbreken. , . . . ,

Hoewel de inhoud der thans verschenen statistiek wegens de hierboven genoemde beperking, niet meer vergeleken kan worden met die van de vroeger gepubliceerde statistieken, is toch zooveel mogelijk gestreefd naar continuïteit. Naar den inhoud is de statistiek wederom onderscheiden in twee groepen: i4.de statistiek der ondernemingen. B. de statistiek der ongevallen.

A. Statistiek der ondernemingen. In verband met de hiervoor besproken wijziging der statistiek is niet meer opgenomen het aantal verzekerde werklieden, aangezien dit gegeven voor de berekeningen en vergelijkingen, waarvoor de statistiek de elementen bedoelt te verschaffen minder bruikbaar is dan het aantal type-werklieden (type-werkman = de som van 300 arbeidsdagen), hetwelk nu in de statistiek is opgenomen. , , . ...

Op het einde van het jaar 1907 bedroeg het aantal ondernemingen vallende onder de bepalingen der Ongevallenwet 83 797 (1906: 80 876), het aantal arbeidsdagen over dit jaar 172 341 698 (1906: 167 397 630) en het „verzekerde 2) loon f 292 401 524 (1906 : 280 799 766). Het getal der ondernemingen en het percentage der vermeerdering behoort niet veel waarde te worden toegekend daar voortdurend aangiften inkomen betreffende ondernemingen, die reeds vóór de aangifte hebben bestaan. Een juister inzicht in aard en omvang der werkelijke veranderingen geeft het volgende staatje. Ten einde de onderlinge vergelijkbaarheid te vergrooten, zijn de gemeentelijke brandweerorganisaties, waarvan de meeste eerst in 1906 verzekeringsplichtig werden verklaard, buiten beschouwing gelaten.

i) Zie voor de Ongevallenstatistiek 1903 en 1904: afl. 4, 1908, blz. 45 e.v.; afl. 5, 1908, blz. 44 e.v.; afl. 6, 1908 blz 36 e.v.; voor 1905 en 1906: afl. 11, 1911, blz. 707 e.v ; afl. 12, 1911, blz. 784 e.v.; afl. 1, 1912 blz.41 e.v.

' 2, Het verzekerde loonbedrag kan van het werkelijk betaalde loon afwijken tengevolge van de bepa lingen van de artt. 7 sub III, 8 en 42, al. 3 der Ongevallenwet; volgens art. 7 sub III wordt voor de z.g. seizoenbedriiven een bij Koninklijk besluit van 2 Februari 1903 (S<6/. n°. 63) vastgesteld bedrag als dagloon aangenomen; art. 8 bepaalt dat voor volontairs, leerlingen en dergelijke personen, die wegens onvoltooide opleiding geen loon of een lager loon ontvangen dan de minst betaalde volslagen werklieden in het vak, het loon van den minst betaalden volslagen werkman als dagloon wordt aangenomen doch mei. meer dan f 1,— ; art. 42 bepaalt dat voor werklieden die meer hebben verdiend dan gemiddeld f 4,— per dag, als dagloon een bedrag van f 4,— wordt aangenomen.