is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 8, 1913, no 5, 30-05-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werklieden: 1670. Afloop: geheel ten gunste 56, gedeeltelijk 115, ten nadeele der werklieden 141.

Aantal begonnen uitsluitingen: 20. Aantal geëindigde uitsluitingen: 24, betrokken ondernemingen: 207 (146 tot volledigen stilstand gebracht); aantal arbeiders, bij het uitbreken der geschillen in de betrokken ondernemingen werkzaam: 5 659; aantal uitgeslotenen: 3 412, indirect betrokken werklieden: 9. Afloop: geheel ten gunste 4, gedeeltelijk 16, ten nadeele der patroons 4.

Frankrijk. (France.) Maart 1913.') Nieuwe geschillen:' 90 stakingen en 1 uitsluiting; aantal betrokken werklieden (bij 82 geschillen): 7 678. In Maart 1912: 131 stakingen; gemiddeld in Maart van de laatste 5 jaren: 157. Oorzaken of eischen: loonsverhooging 54, loonsverlaging 1, andere looneischen 6, verkorting van den arbeidsduur 4, regeling van het werk 5, afschaffing of niet-invoering van stukarbeid 1, fabrieksreglement 1, afschaffing of vermindering van boeten l.wederindienstneming van werklieden of meesterknechts 11, ontslag van werklieden of meesterknechts 8, andere oorzaken 3. Verdeeling naar de bedrijven of beroepen: bouwbedrijven 26, textielnijverheid 19, metaalbewerking 14, houtbewerking 9, transportbedrijf 7, landbouw 4, steengroeven 3, leder- en huidenbewerking 2, polygrafische vakken 2, mijnbouw 2, gasfabricage 1, bakkers 1, pannenbakkers 1. In Maart eindigden 95 geschillen, waarvan 63 in dezelfde maand begonnen waren. Afloop: gunstig 17, schikking of gedeeltelijk gunstig 24, ongunstig 54.

Groot-Britannië en Ierland. (Grande-Bretagne et Irlande.) April 1913.2) Aantal begonnen geschillen: 153, tegen 81 in Maart 1913 en 41 in April 1912. Aantal betrokken werklieden: 47 150 direct en 16 493 indirect. Verdeeling naar de bedrijven: bouwvakken 21, kolenmijnbouw 8, steengroeven 2, machinenindustrie 12, scheepsbouw 16, overige takken der metaalindustrie 11, textielnijverheid 25, kledingindustrie 11, transportbedrijf 17, overige bedrijven 30. Oorzaken of eischen: loonsverhooging 101, andere loonkwesties 12, personeel 20, organisatie 11, arbeidsduur 4, overige oorzaken 5. Aantal geëindigde geschillen: 102 nieuwe en 18 oude (resp. 37 457 en 3 608 direct betrokken werklieden). Afloop: ten gunste .der werklieden 36, ten gunste der patroons 25, schikking 59. Aantal verloren arbeidsdagen bij ae geschillen die in April liepen: 588 400, tegen 446 000 in de voorgaande maand en

7 087 300 in April 1912 toen door de mijnwerkersstaking 3) 6 684 000 arbeidsdagen verloren gingen.

(—) Staking van bestuurders van huur-automobielen te Londen. 4) (Grève de chauffeurs de taxi-autos a Londres.) Tijdens deze staking werd met het oog op de steeds stijgende benzineprijzen herhaaldelijk naar goedkoopere brandstoffen voor motorrijtuigen gezocht. Toen proeven met een mengsel van benzine en paraffine, waarvan de prijs op 10'/2 d- per gallon komt, bevredigend uitvielen, bood een der groote automobielmaatschappijen o. m aan, deze brandstof tegen den kostprijs te leveren. Dit voorstel werd door de stakers verworpen, doch toen de prijs tot 8 d. werd verlaagd, besloten zij bij deze onderneming de staking op te heffen; den 17en Maart gingen daar ongeveer 315 bestuurders weer aan den arbeid. Nadat nog bij enkele andere maatschappijen op dergelijke voorwaarden het werk was hervat, kwam den 18en Maart door onderhandelingen tusschen de betrokken organisaties een overeenkomst tot stand, welke den volgenden dag door de stakers werd goedgekeurd en tot geheele opheffing der staking leidde. O.m. is overeengekomen, dat de prijs der brandstof in het vervolg niet meer dan

8 d. per gallon zal mogen bedragen, terwijl een maximum-verbruik van 1 gallon per 18 mijl moet worden gegarandeerd. Alle stakers zullen weder in dienst genomen worden. Zij, die tijdens de staking aan het werk bleven, zullen niet, zooals aanvankelijk gedacht werd, ontslagen maar in staat gesteld worden in het automobielbedrijf te blijven, zij het dan daar, waar zij niet met de vroegere stakers in aanraking komen. Naar schatting hebben de auto-maatschappijen door de staking £ 250 000 verloren, terwijl de arbeidersorganisatie in het geheel £ 40 000 aan stakingsgelden uitkeerde.

') Bulletin de 1'Office du Travail van April 1913.

=) Labour Gazette van Mei 1913.

:i) Zie afl. 4, 1912, bladz. 296.

') Mededeelingen van den Consul-Generaal te Londen d.d. 11,17, 19, 20 en 26 Maart 1913. Zie afl. 2,1913, bladz. 128.

7*