is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 8, 1913, no 6, 30-06-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8e Jaargang.

30 Juni 1913.

Afl. 6.

MAANDSCHRIFT

VAN HET

CENTRAAL BUREAU VOOR DE STATISTIEK.

NEDERLAND.

(PAYS-BAS.)

Arbeidsmarkt.

(Bulletin du travail.)

Voorloopig overzicht van den stand der arbeidsmarkt in enkele bedrijven in Mei 1913. ')

Timmerlieden, metselaars en opperlieden. Terwijl in verschillende plaatsen eenige achteruitgang was waar te nemen, bleven in vele andere de werkzaamheden toenemen. Over het geheel was de toestand vergeleken bij de vorige maand eer iets gunstiger dan ongunstiger. Werkloosheid kwam slechts sporadisch en in zeer geringe mate voor. In verschillende gemeenten schoten nog handen tekort.

Stukadoors en witters. Door het afloopen van den schoonmaaktijd verminderden vooral in de 2de helft der maand in verschillende plaatsen de witterswerkzaamheden, zoodat de toestand daar iets minder gunstig was dan in April. Slapte en werkloosheid «van eenige beteekenis kwamen overigens niet voor. De toestand was nagenoeg dezelfde als in Mei van het vorige jaar.

Schilders. In verschillende plaatsen nam de drukte nog toe. Ook te Amsterdam vermeerderden de werkzaamheden, zoodat aan het einde der maand ook daar de vraag naar werkkrachten grooter was dan het aanbod. De toestand was over het geheel gunstiger dan verleden jaar.

Lood- en zinkwerkers. De maand Mei bracht eenige achteruitgang. In verscheidene plaatsen, waar in April min of meer drukte heerschte, was thans niet meer dan geregeld werk en in enkele andere, waar de vorige maand nog geregeld werk was, trad thans slapte in. Eenige toenemende werkloosheid kwam alleen voor te Amsterdam. Dooreengenomen was er weinig verschil met Mei 1912.

Behangers en stoffeerders. Terwijl in sommige steden de werkzaamheden toenamen, viel in andere afneming van drukte te constateeren, al kwamen ook nergens slapte en werkloosheid voor. De toestand kan over het geheel wel iets gunstiger genoemd worden dan in Mei van het vorige jaar.

Heerenkleeding (maat en confectie; geen fabrieken van confectie). De voorjaarsdrukte hield in de maatzaken nagenoeg onveranderd aan. Confectiewerkers ondervonden daarentegen in sommige plaatsen achteruitgang en in enkele trad zelfs bepaald slapte in, zoodat de werklieden, wilde men werkloosheid voorkomen, aan de goedkoopere soorten maatwerk gezet moesten worden. De toestand was nagenoeg dezelfde als in Mei 1912.

Naaisters- en modistevak. Er bleef een flinke drukte heerschen. Alleen in enkele plaatsen werd eenige achteruitgang waargenomen, zoodat daar niet meer dan geregeld werk was. De toestand verschilde weinig van dien in Mei 1912.

Wasch- en strijkinrichtingen. De weersgesteldheid in Mei was voor dit bedrijf gunstig; de seizoendrukte hield niet alleen aan, doch nam in sommige plaatsen nog toe. In de meeste plaatsen bestond gebrek aan personeel.

Het definitieve en meer uitgebreide overzicht over de maanden April, Mei en Juni betreffende alle bedrijven zal worden opgenomen in de Juli-aflevering.