is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 8, 1913, no 7, 30-07-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leeuwarden (K). Zeer druk in April (vooral in de 2e helft) en Mei; lange arbeidsdagen, eenige vraag naar werkkrachten, doch weinig aanbod. In Juni afneming van drukte; nagenoeg geen zeer lange arbeidsdagen meer en vraag en aanbod van werkkrachten gelijk. G.w. Toestand dezelfde als in 1912.

Leiden (K). Zeer druk in April (toeneming in den loop der maand) en Mei; meer vraag naar werkkrachten dan aanbod. In Juni afneming der drukte, zoodat er aan het einde der maand niet meer dan geregeld werk was en vraag en aanbod van werkkrachten weer gelijk waren. Toestand dezelfde als in 1912. G.w.

Nijmegen (K). Seizoendrukte, zoowel in April en Mei (toestand ongeveer dezelfde als in 1912) als in Juni (toestand gunstiger dan verleden jaar). Vraag en aanbod van werkkrachten vrijwel gelijk (in April vraag eer grooter dan kleiner). G.w.

Rotterdam (K). April. Toenemende seizoendrukte (meer personeel, langer werktijd), zoowel voor naaisters als in dameshoedenmagazijnen-détailzaken (in seizoenondernemingen zonder vast personeel hooger loon). Toestand ongeveer dezelfde als in 1912. Voor zoover bekend waren vraag en aanbod vrijwel gelijk (iets gunstiger geworden). G.w.

Mei. Voor naaisters nog toenemende drukte (meer meisjes, overwerk); meer vraag naar werkkrachten dan aanbod. In dameshoeden-magazijnen echter afloopende drukte, zoodat aan het einde der maand niet meer dan geregeld werk was; vraag en aanbod van werkkrachten gelijk. Toestand vrijwel dezelfde als verleden jaar. G.w.

Juni. Geregeld werk. Vraag en aanbod van naaisters vrijwel gelijk en geen werkloosheid. In dameshoedenmagazijnen (toestand ongunstiger dan in 1912) meer aanbod van werkkrachten dan vraag (voor de vrl. werkkrachten ongunstiger geworden) en een weinig werkloosheid.

Utrecht (K). Groote seizoendrukte in April (langer werktijd, vooral voor de huisnaaisters) en Mei; toestand in deze maanden gunstiger dan in 1912. In Juni afneming van werkzaamheden, zoodat aan het einde der maand slapte heerschte (korter werktijd); weinig verschil met 1912. Vraag en aanbod van werkkrachten gelijk. G.w.

Confectiefabrieken voor heerenbovenkleeding, enz. en ateliers van loonconfectionairs.

Almelo (P). Geen slapte bij de vervaardiging van werkmanskleeding, zeer druk bij de vervaardiging van kinderkleeding (meer personeel) en slap bij de vervaardiging van overhemden (kortere arbeidsduur en minder verdiensten voor degenen, die per stuk betaald worden). Toestand vrijwel als in 1912. Meer vraag naar geschoolde werkkrachten dan aanbod. G. w.

Amsterdam (K). Juni. Slapte door het afloopen van het seizoen (arbeidsduur verkort). Ook was er minder export. Toestand iets ongunstiger dan in 1912, mede door de vroege Pinksteren. Iets meer aanbod van werkkrachten dan vraag. Eenige werkloosheid.

's-Hertogenbosch (K). Drukte in April (vooral in de 2e helft) en Juni; in Mei niet meer dan geregeld werk. In April was de toestand gunstiger dan in 1912 en was er meer vraag naar werkkrachten dan aanbod. In Mei en Juni was er nagenoeg geen verschil met verleden jaar en was er vraag noch aanbod. G.w.

Rotterdam (K). Geregeld werk in April; slapte in Mei (aan het eind slapper dan in het begin) en Juni, doordat het seizoen voorbij was. Toestand in April en Mei vrijwel als in 1912, in Juni iets ongunstiger dan verleden jaar. In April vraag en aanbod van werkkrachten gelijk, in Mei meer aanbod dan vraag; weinig of geen werkloosheid.

Confectiefabrieken voor vrouwenbovenkleeding en ateliers van loonconfectionairs.

Amsterdam (K). Juni. Eenige drukte door de weersgesteldheid; meer personeel, langere arbeidsduur en hoogere loonen. Toestand gunstiger dan in 1912. Meer vraag naar werkkrachten dan aanbod. G.w.

Rotterdam (K). Bij de vervaardiging van damesconfectie was het eind April druk in verband met het aanbrekende voorjaarsseizoen (deels langere arbeidsduur en meer loon). Ook begin Mei hield deze drukte aan, daarna afneming van werkzaamheden, zoodat einde Juni slapte heerschte. Toestand vrijwel dezelfde als in 1912. Vrijwel evenwicht tusschen vraag en aanbod van werkkrachten. G.w.

Lingeriefabrieken. Amsterdam noemde den toestand normaal, terwijl uit Haarlem, 's-Hertogenbosch en Leiden drukte gemeld werd. Voorts was het te Groningen in April druk; in Mei verminderde de bedrijvigheid, doch in Juni werd