is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 8, 1913, no 7, 30-07-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooral koolsoorten en bieten genoemd, daarna wortelen, koolraap, sla en prinsesseboonen. In het algemeen houdt het volk wel van groenten, maar is de hooge prijs vaak een beletsel om dagelijks een groentegerecht op tafel te hebben.

Op de vraag of in het algemeen het gebruik van vleesch of van groente of van aardappelen is toe- of afgenomen, meenden 5 instellingen op een toeneming van het vleeschgebruik te mogen wijzen, doch 4 op een afneming. Ook werd door sommige een toenemend gebruik van erwten, boonen, havermout en rijst gemeld, met een afneming — hoewel zeer gering — van aardappelen.

De aanwending van de hooikist en van kranten voor de bereiding van maaltijden en voor het warmhouden van spijzen, is nog te veel uit den laatsten tijd, dan dat het nut er van tot in alle lagen van ons volk zou kunnen zijn doorgedrongen. Toch neemt het gebruik van beide, volgens 14 van de 20 berichtgeefsters, hoewel langzaam, bepaald toe. Enkelen meenen dat ons volk eerst nog meer ontwikkeld moet worden en dat de hooikist voor velen nog te duur is.

Ook een belangrijke kwestie is of door het verzenden van goedkoope en smakelijke stamppotten naar het platteland tot verbetering van de volksvoeding zou kunnen worden bijgedragen. Sommige instellingen meenden dat dit wel zou gaan, indien alle voorzorgen tegen bederf konden worden genomen en voor een oordeelkundig verwarmen en toedienen kon worden zorg gedragen; ook zou voldoende rekening moeten worden gehouden met de plaatselijke gebruiken en smaken der bevolking. Andere meenden dat het verkoopbaar stellen van uitgewogen groente zou bijdragen tot verbetering. Weer andere dat het geven van cursussen in bereiding van voedsel, aan deze en dergelijke maatregelen moest voorafgaan.

Als wenschelijke en mogelijke verbetering in de volksvoeding noemden de meeste instellingen het gebruik of het meerdere gebruik van erwten, boonen, rijst, tapte- en karnemelk, paardenvleesch, Argentijnsch vleesch, stokvisch en zoutevisch, kaas en margarine. Dit zou kunnen leiden tot een minder gebruik van aardappelen en meer gebruik van eiwithoudende voedingsstoffen. Een der berichtgeefsters bepleitte de invoering van z.g. koude maaltijden in den zomer en meende voorts dat het aanbrengen van kennis omtrent den verkoop van minderwaardige levensmiddelen (b.v. slechte boter tegenover goede margarine) zou bijdragen tot verbetering van de volksvoeding. In het algemeen achtte men meer gelegenheid tot degelijke voorlichting over het geheele land omtrent de bereiding van volksvoeding ') een dringenden eisch des tijds en ook voorlichting omtrent een doelmatiger besteding van het beschikbare geld.

In dit verband is het van belang te vermelden, dat-door één berichtgeefster als minimum voor voeding in den tegenwoordigen tijd een bedrag van 28 tot 30 cent per persoon en per dag werd genoemd, een meening die door de Haagsche Huishoudschool volkomen gedeeld wordt; dit bedrag wordt echter te hoog geacht voor gezinnen met lage loonen. Sommigen gaven op dat '/3i anderen dat de helft, weer anderen dat 55 pCt., 60 pCt. en 70 pCt. van de verdiensten voor voeding moest worden besteed; een percentage dat zeker verband houdt met het inkomen.2)

Medegedeeld werd, dat te Alkmaar, Harderwijk, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam en Zutphen door den Volksbond gelegenheid wordt gegeven liet onderwijs te volgen in de bereiding van volksvoedsel. Voorts, dat bedoeld onderwijs nog wordt gegeven door de T. B. C. Vereeniging te Alkmaar, de Vereeniging „Samenwerking" en de Toynbeevereeniging te Amsterdam en de Vereeniging „Ons Huis te Rotterdam, terwijl de Maatschappij tot Nut van het Algemeen in den winter 1911—1912 te Culemborg een cursus hield in k9ken.

2) Uit een onlangs verschenen rapport der sociaal-democratische studieclub te Amsterdam waarin de jaarbudgets van een 70tal arbeidersgezinnen worden besproken, (zie Afl. 5, 1913, blz. 280) blijkt, dat gemiddeld 50 pCt. der totaal-uitgaven voor voedsel wordt besteed. In 9 gezinnen uit gemeenten 10 000 inwoners bedroeg dit percentage: 53,17, in 29 gezinnen uit gemeenten tusschen 10 0(X) en 1000W inwoners52,87 en in 32 gezinnen uit gemeenten met boven 100 000 inwoners: 47,13. Daarentegen wordt in de grootere gemeenten in verhouding tot het totaal der uitgaven meer uitgegeven voor kleeding en schoeisel en voor huishuur.

Gemiddelde uitgaven per gezin in 70 arbeidsgezinnen.

29 gezinnen uit

9 gezinnen uit gemeenten 32 gezinnen uit

gemeenten onder tusschen 10000 gemeenten boven Alle gezinnen.

BENAMING 10000 inwoners. en 100000 inwoners.

100 000 inwoners.

Bedrag. pCt. Bedrag. pCt. Bedrag. pCt. Bedrag. pCt.

Gld. Gld. Gld. Gld.

Voedingswaren 393,86 53,17 440,65 52,87 461,20 47,13 444,02 50,02

:::: ^ ^ gS 'fê '!$ 'ü? "885 1:

S-ure'n.poetsartike,en. : : si:o3 .!?:! .!?;! .§# ïaSSo . :|

Bier, sterke drank, tabak, sigaren 11,30 1,52 ' 7,23 0,87 18,14 1,86 12,74 1,44

Contributiën, fondsgelden . . 4,7,32 6,38 51,02 6,12 67,71 6,92 58,17 6,55

Belastinsr .... 5,91 0,80 10,04 1.21 10,10 1,03 9,54 1,07

Diversen '. '. . 49>6 6,72 60,24 7,23 | 67,91 6,94 62,40 7,04

740,90 100- 1 ~ 833,40 100,- | 978,66 i'OO- i 887,90 | 100,-