is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 8, 1913, no 7, 30-07-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door de berichtgeefster uit Groningen werd gemeld, dat van het inkomen van een arbeidersgezin ± 15/24 mag worden besteed aan voeding, 5/24 aan woning, 1 /24 aan vuur, licht en bewassching, 3/48 aan kleeding en aanschaffing voor de linnenkast en 3/48 voor fondsen, belasting en schoolgeld. Indien een gezin, bestaande uit 4 personen, met een inkomen van f 600 per jaar moet rondkomen, mag voor de voeding per dag en per persoon 26 ets. (14 ets. voor broodkost en 12 ets. voor middagmaal) worden uitgegeven. Bij een inkomen van f 800 en f 1000 per jaar resp. 34 en 42 ets.

Vier inzendsters zonden een of meer gespecificeerde arbeiders-budgets in, welke hieronder volgen.

Arnhem. | Haarlem, j Rotterdam. Amsterdam.

Samenstelling der gezinnen en bedrag der inkomsten per week in guldens. M Man, vrouw en 4 a 6 Man, vrouw en

De uitgaven betreffen: >„ 6personen. ——

3 kinderen. j Stad. i Platteland. gaande).

f14,— p. w.: fH,— p. w.1 f 13,— p. w. | f12,— p. w. f 12,—• p.w. f 20,— p. w. Uitgaven in guldens per week.

Yoeding 7,— 7,— 6,CO 6,00 6,— 9,50 of 10,—')

Huishuur ) 2,25 3,— 2,— 2,—

Huishuur en belasting . ( + 2,60 4,— of 3.50')

Kleeding 0,50 1,70 1,70 1,— 2,—

Kleeding en extra uitgaven 2,36

Vuur en licht .... 1,06 1,— 1,— 1,— 0,75 1,25

Wasch- en werkmateriaal 0,49 0,40 0,50

Schoolgeld ...... 0,30 2,— 0,25

Begrafenisfonds .... 0,15 0,03 0,09

Ziekenfonds . . . , . 0,29 0,30 0,30 0,22 0,28 Brandassurantie . . , .1 0,03 Busgeld, zieken- en begrafenisfonds 0,17 j

Courant 0,10

Lectuur 0,10

Lectuur en onvoorziene ,

uitgaven _ 0,30

Onvoorziene uitgaven . . 0,40 0,40 0,25

Diversen 0,50

Sparen 0,75 1,—

Aanschaffing huisraad . . 0,25 0,50

Privé gebruik man . . . 0,25 0,30

') Hangt af van het verkrijgbaar zijn van een geschikte woning.

Ongevallenverzekering in den tuinbouw.

(Assurance contre les accidents de travail dans l'horticulture.)

Blijkens het verslag over het boekjaar 1912 van „de Tuinbouw-Onderlinge", Vereeniging uit den Nederlandschen Tuinbouwraad tot het onderling dragen van het bedrijfsrisico, waren op 1 Januari 1912 2 394 werkgevers aangesloten meteen verzekerd loonsbedrag van f 4 705 000 en op 31 December 1912 2 464 werkgevers, met een aangegeven verzekerd loonsbedrag van circa f 4 800 000. Er valt een vermeerdering te constateeren van 70 werkgevers en f 95 000 loon. Het aantal verzekerde arbeiders was te stellen op + 12 000. In 1912 werden 364 ongevallen aangegeven. Van deze brachten 76 geen kosten mede en gaven 68 slechts aanleiding tot vergoeding van kosten voor genees- en heelkundige behandeling. Van de overige getroffenen waren er 198 binnen 2 maanden hersteld. In 19 gevallen waren de gevolgen niet binnen 2 maanden afgeloopen. Aan 4 dezer getroffenen werd eene blijvende uitkeering toegekend, terwijl op 1 Maart 1913 eveneens nog 4 ongevallen in behandeling waren. In den loop van het jaar kwamen 3 ongevallen met doodelijken afloop voor, waarvan 2 aanleiding hebben gegeven tot toekenning van eene blijvende uitkeering aan nagelaten betrekkingen. Van de getroffenen