is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 8, 1913, no 9, 30-09-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arbeidsovereenkomst te sluiten, bleek dit altoos het geval te zijn. Ten aanzien van de zeer talrijke gevallen echter, waarin partijen die bedoeling niet hadden, doch als resultaat van een werkstaking of zoogenaamde droge beweging tot overeenstemming kwamen omtrent de arbeidsvoorwaarden zonder deze op schrift te stellen, rees de vraag of het overeengekomene als collectieve arbeidsovereenkomst beschouwd moest worden. Bij het inwinnen van inlichtingen bleek het niet doenlijk aan te nemen, dat in zulke gevallen een mondelinge collectieve arbeidsovereenkomst gesloten was; zelfs bleek een enkele maal, dat juist de bedoeling had voorgezeten geen collectieve arbeidsovereenkomst te sluiten. Het Bureau heeft daarom dergelijke mondelinge regelingen niet onder de collectieve arbeidsovereenkomsten opgenomen; of ze juridisch als zoodanig te beschouwen zijn, zij hier in het midden gelaten.

Thans volgt een overzicht van de op 1 Januari 1911 van kracht zijnde collectieve arbeidsovereenkomsten; de chronologische lijst der contracten zal in de volgende aflevering opgenomen worden. Daarin zal ook voorkomen een beknopt overzicht van de collectieve arbeidsovereenkomsten op 1 Januari 1912 en 1913 van kracht. Ten slotte zal de volgende aflevering hoogstwaarschijnlijk nog een overzicht bevatten van de collectieve contracten, die reeds vóór 1 Januari 1911 vervallen waren. Dit kon niet in deze aflevering worden opgenomen, daar de noodige inlichtingen nog niet alle ontvangen waren.

De toestand op I Januari 1911.

De staten, op grond van het ingekomen materiaal samengesteld, zijn niet alle even uitvoerig. Alleen in staat 1 is voor de bij de contracten betrokken arbeiders onderscheid gemaakt tusschen hen, die lid zijn van de organisaties, welke de overeenkomst gesloten hebben, en hen, op wie, hoewel niet-georganiseerd, krachtens het contract de bepalingen der collectieve arbeidsoverkomst toch van toepassing zijn. Zoowel de leden als de niet-leden zijn onderscheiden naar mannen en vrouwen boven en beneden 16 jaar. Men mag evenwel aan de cijfers voor de ongeorganiseerden geen te groote waarde toekennen, daar voor tal van contracten, waarin omtrent de toepassing op ongeorganiseerden niets staat vermeld, toch een aantal ongeorganiseerden op de vragenlijsten is ingevuld. Zelfs geschiedde dit, zooals uit staat XVIII (noot 48) blijkt, met betrekking tot enkele contracten, waarin uitdrukkelijk de bepaling is opgenomen, dat het contract niet van toepassing zou zijn op de niet-leden der contracteerende organisaties. In de andere staten is dan ook de onderscheiding tusschen georganiseerden en niet-georganiseerden weggelaten, te meer daar niet alle berichtgevers konden opgeven hoeveel arbeiders tot elke categorie behoorden. Evenmin zijn in de andere staten de arbeiders naar den leeftijd onderscheiden, omdat bleek, dat de berichtgevers ook hiervoor niet steeds over betrouwbare gegevens beschikten.

In verband met het reeds vermelde feit, dat voor een aantal contracten geen opgaven werden ontvangen betreffende het aantal werkgevers en arbeiders, moest het plan om, evenals dit in buitenlandsche statistieken geschiedt, staten samen te stellen, waarin de contracten gegroepeerd worden naar het aantal ondernemingen en het aantal arbeiders, waarvoor zij gelden, worden opgegeven.

Bij de hieronder volgende beschouwingen houde men steeds in het oog, dat, indien niet van alle contracten opgaven werden ontvangen omtrent het aantal daardoor gebonden werkgevers en arbeiders, telkens achter het aantal dezer werkgevers en arbeiders tusschen () vermeld is, van hoeveel contracten deze cijfers bekend waren.')

Staat 1 vermeldt de op 1 Januari 1911 bestaande collectieve arbeidsovereenkomsten, onderscheiden naar de beroepsgroepen en de beroepen. Op genoemden datum bestonden 48 contracten met 1 werkgever, onder welker bepalingen ± 2 605 (46 contracten) arbeiders (± 2 133 mannen en ± 472 vrouwen) vielen. 11 contracten golden voor méér werkgevers. Onder de bepalingen dezer contracten vielen 99 werkgevers en + 1 768 arbeiders (± 1 766 mannen en 2 vrouwen). Met één of meer patroonsorganisaties, waren 22 contracten gesloten, die voor + 972 (16) werkgevers en ± 18 629 (18) arbeiders (+ 16 879 mannen en ± 1750 vrouwen) golden. ,, , .,

In totaal bestonden derhalve op 1 Januari 1911 81 collectieve arbeidsovereenkomsten, geldende voor + 1119 (75) werkgevers en ± 23 002 (75) arbeiders (± 20 778 mannen en ± 2 224 vrouwen).

i) Zie voor de beteekenis der tusschen () geplaatste cijfers in de staten, de met een * aangeduide noten.