is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 8, 1913, no 10, 30-10-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

selijke belastingen en de kosten der waterleiding. De huurprijzen in Londen overtreffen aanmerkelijk die in de andere steden. Dit blijkt duidelijk uit de volgende tabel, die een overzicht geeft van het verschil van de meest voorkomende weekhuren in de midden-zóne van Londen en die in de overige steden.

Verschil. (TJifférence.)

Aa ntal vertrekken. Londen_ Andere steden. ~

i (Londres.) (Autres villes.) -- Bedrag. in pCt.

des chambtes.) (Monianl.) (En pour cmt.)

sh. d. sb. d. sb. d.

2 5 6 3 H 2 <4 76

3 7 3 4 4i 2 10i 66

4 8 9 5 IJ, 3 7| 71

5 10 9 6 0 4 9" 79

6 12 0 7 44 5 li 09

Bij vergelijking van de huurprijzen in Mei 1912 met die in October 1905 moet opgemerkt worden, dat in sommige steden de stijging van de huurprijzen een gevolg is geweest van verhooging der plaatselijke belastingen en dat, voorzoover deze laatste een gevolg is van tot stand gekomen verbeteringen, zij eene betaling is voor betere toestanden.

Groot zijn de veranderingen in de huurprijzen sedert 1905 niet. De stijging is nog het grootst in steden met 100 000—250 000 inwoners. In alle steden samen bedraagt zij gemiddeld 1,8 pCt. Houdt men rekening met de bevolking, dan is er eene stijging van 1,2 pCt. wanneer men geheel Londen buiten beschouwing laat, doch eene daling van 0,3 pCt. wanneer men Londen meetelt. In Londen zijn de huren namelijk ongeveer 4 pCt. gedaald.

Kleinhandelsprijzen van levensmiddelen. De prijzen van levensmiddelen en steenkolen liepen in de verschillende steden minder uiteen dan die der woningen. De stijging sedert 1905 was echter aanmerkelijk grooter. Zij bedroeg 13,7 pCt., indien men het gemiddelde neemt van alle veranderingen en 13 pCt., indien men rekening houdt met de bevolking.

Kosten van levensonderhoud. Voorzoover deze bestaan uit huishuur en uitgaven voor de verbruiksartikelen, die in het onderzoek begrepen zijn, blijken zij in het tijdsverloop van 1905—1912 toegenomen te zijn met 11,3 pCt. In Londen waren zij 11 a 12 pCt. hooger dan in de andere 87 steden samen. Op Londen volgen de Schotsche steden. Het laagst waren de levenskosten in de Midlands, waar zoowel de prijzen der levensmiddelen en der steenkool als die der woningen laag waren. De kosten van levensonderhoud waren in Engeland en Wales het hoogst in Croydon, Newcastle-on-Tyne, Plymouth en Devonport, Sheerness en Swansea, het laagst in Walsall en Macclesfield.

Indien men de prijsschommelingen over een langeren tijd nagaat, blijkt dat de index-cijfers van de prijzen van levensmiddelen te Londen daalden van 150,7 in 1877 tot 91 in 1896, maar dat zij daarna voortdurend stegen, zoodat de prijzen in 1912 25 pCt. hooger waren dan in 1896.

Ook de groothandelsprijzen van steenkool, metalen, grondstoffen voor de textielnijverheid, levensmiddelen, dranken en tabak vertoonen eene daling van 135,6 in 1871 tot 94,4 in 1901 en daarna eene rijzing tot 114,9 in 1912.

Prijzen van kleeding. Het onderzoek, dat zich uitstrekt over 1905 -1912, doet zien, dat de prijs van kleeding, met inbegrip van schoenwerk, de laatste 8 jaren gestegen is. Een bepaald percentage kan niet genoemd worden, maar de stijging is hier waarschijnlijk niet minder groot dan die van levensmiddelen, steenkool en woningen te zamen.

Loonen. Met betrekking tot de loonen is een onderzoek ingesteld naar het bouw- en drukkersbedrijf en de machinenindustrie, daar deze bedrijven in de meeste steden voorkomen. Ofschoon de loonen in bovengenoemde bedrijven in vele steden in October 1912 nog even hoog waren als in October 1905, was er toch over het geheel genomen in dat tijdvak eene stijging waar te nemen. In de verschillende steden komt eene gemiddelde stijging voor in de bouwbedrijven van 1,9 pCt. voor de vaklieden en 2,6 pCt. voor de overige werklieden; in de machinenindustrie van resp. 5,5 en 3,9 pCt.; en in de drukkersbedrijven voor de zetters van 4,1 pCt.