is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 8, 1913, no 11, 30-12-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het aantal op het einde der maand September 1913 in omloop zijnde staangeldboekjes bedroeg 5 790 (5 837 einde Augustus 1913). Het grootste aantal bevond zich in Noord-Holland, n.1. 3 657, daarop volgt Zuid-Holland met 1 374, Gelderland met 170, Overijssel met 145, Limburg met 140, Noord-Brabant met 112, Utrecht met 108, Drenthe met 55, Groningen met 12, Friesland met 10 en Zeeland met 7.

Het aantal in den loop der maand nieuw-afgegeven staangeldboekjes bedroeg 133 (136 in Augustus 1913). Hiervan stonden 92 ten name van arbeiders, werkzaam in de nijverheid (48 in Noord-Holland, 32 in Zuid-Holland, 7 in Utrecht, 3 in Drenthe en 2 in Gelderland) en 41 ten name van arbeiders, werkzaam in den handel (40 in Noord-Holland en 1 in Zuid-Holland).

Scheepvaartverkeer. Nieuwe Rotterdamsche Waterweg. — October 1913. Ingeklaard werden 947 schepen (visschersvaartuigen niet medegerekend), metende 1 169 221 Reg. tonnen, tegen 1017 schepen, metende 1 200 941 Reg. tonnen in October 1912. In October 1913 derhalve 70 schepen en 31 720 Reg. tonnen minder dan in dezelfde maand van het vorige jaar.

Uitgeklaard werden 978 schepen, metende 1 224 386 Reg. tonnen, tegen 1019 schepen met 1 178 536 Reg. tonnen in October 1912. In October 1913 derhalve 41 schepen minder, doch 45 850 Reg. tonnen meer dan in October 1912.

Zeeschepen te Amsterdam. l) — October 1913. Ingeklaard werden 238 zeeschepen, metende 243 596 Reg. tonnen en uitgeklaard 233 schepen, metende 235 521 Reg. tonnen.

Spoorwegen. Op blz. 736 zijn opgenomen de opgaven betreffende de ontvangsten van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij, de Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij en de Noord-Brabantsch-Duitsche-Spoorwegmaatschappij over de maand October 1913.

De omvang der Nederlandsche Vakbeweging op 1 Januari 1913.

(Les syndicats ouvriers dans les Pays-Bas au Ier janvier 1913.)

Op het einde van de maand October verscheen het door het Centraal Bureau voor de Statistiek bewerkte „Beknopt overzicht van den omvang der vakbeweging op 1 Januari 1913".

In het Voorbericht wordt opgemerkt, dat ook dit jaar de medewerking der organisaties bij dezen arbeid van het Bureau weder is toegenomen. Een aantal vragenlijsten werden echter niet tijdig teruggezonden of dusdanig ingevuld, dat zij aanvulling en verbetering behoefden, hetgeen tijdroovende correspondentie en persoonlijk bezoek noodig maakte en de publicatie vertraagde.

In § 1 van het Beschrijvend Overzicht worden de centrale organisaties van vakbonden behandeld. De vijf centralen omvatten op 1 Januari 1913 de volgende aantallen georganiseerden: het Nationaal Arbeids-Secretariaat 8 097 (4,28 pCt. van het totaal aantal georganiseerden) in 72 vakvereenigingen, het Nederl. Verbond van Vakvereenigingen 61 447 (als voren 32,51 pCt.) in 709 vakvereenigingen, het Christelijk Nationaal Vakverbond 7 944 (als voren 4,20 pCt.) in 185 vakvereenigingen, het Bureau voor de R.-K. Vakorganisatie 21 096 (als voren 11,16 pCt.) in 374 vakvereenigingen en het Nederl. Verbond van Neutrale Vakvereenigingen 2 844 (als voren 1,50 pCt.) in 46 organisaties. In de vijf centralen te zamen waren op genoemden datum georganiseerd 101 428 vakvereenigingsleden (d.i. 53,66 pCt. van het totaal in het Rijk). Op 1 Januari 1912 was dit percentage 48,82, op 1 Januari 1911 47,27 en op 1 Januari 1910 43,34.

Blijkens § 2 waren er op 1 Januari 1913 156 vakbonden tegen 135 een jaar te voren. Het aantal leden steeg van 138 031 op 1 Januari 1912 tot 157 285 op

(Vervolg op bladz. 737.)

i) Vergelijking met dezelfde maand van het vorige jaar is niet mogelijk, aangezien thans de nettoinhoud in plaats van den bruto-inhoud der schepen is opgenomen.