is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 9, 1913, no 12, 29-01-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Arbeidsbeurzen.

(Offices de placement.)

November (novembre) 1913.

Een overzicht van het aantal aanbiedingen, aanvragen en plaatsingen voor elke beurs afzonderlijk, zoomede een overzicht van de aanbiedingen, aanvragen en plaatsingen bij alle beurzen te zamen, gesplitst naar de voornaamste beroepsgroepen, wordt aangetroffen in de staten 1 en II, voorkomende op bladz. 782 en 783.

Aan staat I, welke een beknopte samenvatting en vergelijking geeft van November 1913 met de maanden October 1913 en November 1912'zijn de volgende cijfers ontleend, welke betrekking hebben op de werkzaamheid van alle arbeidsbeurzen te zamen.

Aanbiedingen Aanvragen Plaatsingen

van werkzoekenden, door werkgevers. 6

In Nov. 1913 meer (+) of minder (—)

dan in Oot. 1913 — 749 — 1 587 — 769

In Nov. 1913 meer (+) of minder (—) dan in Nov. 1912 + 1 706 + 799 + 749

De verhouding tusschen aanbiedingen en aanvragen en tusschen aanbiedingen en plaatsingen, voor alle beurzen te zamen, is als volgt:

M » A W n f V Aanvragen op Plaatsingen op

MAANDEN. jqo aanbiedingen. 100 aanbiedingen.

(Mois.) (O/fres sur 100 (Placés sur 100

clemandes.) demandes.)

November 1913 . . . 64,73 44,90

October 1913 .... 73,58 48,34

November 1912 . . . | 67,60 45,06

Uit staat II blijkt, bij vergelijking van de verhoudingscijfers van vraag en aanbod in de maanden November en October 1913, dat de arbeidsgelegenheid in eerstgenoemde maand in de groepen 3, 6 en 24 gunstiger was.

In November 1913 was het aantal plaatsingen op 100 aanbiedingen in de groepen 3, 6, 21, 24 en „overige beroepsgroepen" gunstiger dan in de vorige maand.

Vergeleken met dezelfde maand van het vorige jaar, was de verhouding tusschen vraag en aanbod in November 1913 in de groepen 7, 15, 18 en 21 voor de werkzoekenden gunstiger.

Op 100 aanbiedingen kwamen in November 1913 in de groepen 7, 21 en „overige beroepsgroepen" meer plaatsingen tot stand dan in dezelfde maand van het vorige jaar. In groep 24 was de verhouding tusschen aanbiedingen en plaatsingen voor beide maanden gelijk.

Bij de Nederlandsche Arbeidsbeurs te Oberhausen werden in November 1913 als werkzoekende ingeschreven:

161 personen; bovendien waren op 1 November 64 inschrijvingen overgebleven.

Aangevraagd door werkgevers werden:

2 fabrieksarbeiders, 70 grondwerkers, 2 kleermakers, 1 kuiper, 5 matrassenmakers, 14 metselaars, 54 mijnwerkers, 6 smeden, 2 stokers-machinist en 6 timmerlieden (in totaal 162 personen); bovendien waren 74 aanvragen nog onafgedaan.

Geplaatst werden:

61 grondwerkers, 1 kleermaker, 1 metselaar, 32 mijnwerkers, 3 smeden, 2 stokers-machinist en 1 timmerman (in totaal 10] personen).

In de „Handelsberichten" van 18 December 1913, no. 353 ,'werd het volgende bericht aangetroffen:

Van het Bestuur der Vereeniging van Nederlandsche arbeidsbeurzen werd de mededeeling ontvangen, dat het op het oogenblik zeer moeilijk is geschikte arbeidsgelegenheid in Duitschland te vinden. Fabrieksarbeid wordt thans in het geheel niet gevraagd; mijnarbeid is zeer moeilijk te vinden, terwijl in de bouwvakken reeds sedert langen tijd een depressie viel te constateeren.

De Nederlandsche arbeidsbeurs te Oberhausen ontvangt reeds uit de groote Duitsche steden aanvragen van Nederlanders om plaatsing te Oberhausen, aangezien in hunne woonplaatsen geen arbeid is te verkrijgen. Ook de Duitsche arbeidsbeurzen vangen aan de Nederlanders naar Oberhausen te verwijzen, daar er voor Duitsche arbeiders reeds moeilijk plaatsing is te vinden. Mitsdien is het aan Nederlanders op het oogenblik sterk te ontraden zich naar Duitschland té begeven zonder de zekerheid door de beurs te Oberhausen geplaatst te kunnen worden en zonder voldoende middelen om eventueel de terugreis te kunnen aanvaarden. Behalve een aantal vaklieden is de directeur voorloopig slechts in staat grondwerkers te plaatsen.