is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 9, 1913, no 12, 29-01-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10 uur iu den zomer, (zijnde van primo Maart tot ultimo October) en 9 uur in den winter, (zijnde van primo November tot ultimo Februari). Daarna resp. op hoogstens 9'/2 eu 9 uur.

Art. 7. De werktijd zal geacht worden te loopen tussehen des morgens G uur en des avonds 6 uur, schafttijden daaronder begrepen.

Art. 8. Indien het in spoedeischende gevallen — in burger- zoowel als iu aangenomen of bij andere bouwwerken — ter beoordeeling van den patroon of diens gemachtigde, noodig is, zullen de werklieden gehouden zijn langer te werken dan in art. 6 van dit contract is bepaald. Daarvoor zullen dan de navolgende verhoogingen boven en van het vastgestelde uurloon worden uitbetaald: voor het le, 2e en 3e uur 25 pCt., voor de navolgende uren 50 pCt<

Art. 9. Indien het noodig mocht zijn, dat door dezelfde personen in het bedrijf nachtwerk of Zondagsarbeid wordt verricht, zullen de verhoogingen bedragen: voor nachtarbeid 50 pGt., voor Zondagsarbeid 100 pCt.

Wanneer echter met het z.g. tweeploegenstelsel gewerkt wordt, zullen deze verhoogingen alleen dan gelden, wanneer door dezelfde personen van iedere ploeg langer per etmaal gewerkt wordt dan 9'/2 uur in den zomer en 9 uur in den winter.

Voor de nachtploeg zal echter een verhooging van 25 pCt. boven het gewone loongelden.

Art. 10. Onder nachtarbeid wordt verstaan de arbeid, die verricht wordt tussehen des avonds 10 uur en des morgens 6 uur. De Zondag wordt geacht aan te vangen des Zaterdagnachts 12 uur en te eindigen des Zondagsnachts 12 uur. Met Zondagsarbeid wordt gelijk gesteld de arbeid verricht op algemeen erkende Christelijke feestdagen.

Art. 11. Des Zaterdags zal niet langer gewerkt worden dan tot des namiddags i uur en het loon biunen 1 uur na dien tijd aan iedereu werkman worden uitbetaald.

Art. 12. Geen loon is verschuldigd voor den tijd gedurende welken de arbeider den bedongen arbeid niet heeft verricht. Geen loon is dus verschuldigd in de gevallen van vrijwillig of gedwongen verzuim als bedoeld in de artikelen 1638c en 1638a? van het B. W.

Art. 13. Geschilllen, welke naar aanleiding van een der bepalingen dezer overeenkomst mochten ontstaan, zullen aan het oordeel worden onderworpen eener commissie van vijf leden, die op de volgende wijze worden gekozen, t.w.: twee door de Vereeniging „de Nijverheid" Afd. 's-Gravenhage van den „Nederl. Aanuemersbond" of twee door de Bouwkundige Vereeniging „Onderneming en Vrijheid" of twee door de ,,'s-Gravenhaagsche Mctselaarspatroonsvereeniging" te 's-Gravenhage (n.1. van welke dezer drie vereenigingen de betrokken werkgever lid is), twee door de contracteerende vereenigingen in onderling overleg en de Voorzitter die buiten het bedrijf moet staan, door de vier eerstgekozenen.

Deze Commissie, met eventueel plaatsvervangers, zal telkens voor een jaar worden benoemd; voor de eerste maal zal deze Commissie benoemd worden direct na het teekenen van dit contract.

Art. 14. Aan de Commissie zal een Secretaris, geen lid der Commissie, worden toegevoegd. De uitspraken dezer Commissie zullen zonder voorbehoud voor beide partijen bindend zijn en in den kortst mogelijken tijd, uiterlijk binnen lé dagen nadat het geschil ter harer kennis is gebracht, worden gewezen.

Art. 15. Beide partijen verbinden zich per drie maanden aan elkander over te leggen de ledenlijsten van de aan de contracteerende vereenigingen verbonden leden.

Art. 16. Deze overeenkomst is aangegaan om in werking te treden op.... en om te eindigen op 30 April 1916.

Art. 17. Indien partijen deze overeenkomst na hare expiratie niet ongewijzigd mochten willen continueeren, zullen zij gehouden ziju eventueele voorstellen of wijzigingen, uitvoerig toegelicht en met redenen omkleed, uiterlijk drie maanden vóór het eindigen dezer overeenkomst aan de wederpartij te doen toekomen.

Art. 18. Indien echter geeu der contracteerende partijen uiterlijk drie maanden vóór het tijdstip waarop de overeenkomst eindigt, aan de andere partij heeft kennis gegeven van haar voornemen om de overeenkomst niet te verleugen, zal zij geacht worden telkens voor den tijd van één jaar op dezelfde voorwaarden te ziju verlengd.

Door den Ned. Bond van mann. en vrouw, arbeiders in de kleeding-

industrie werd na eene staking, welke begon en eindigde op 27 October 1913 met één werkgever eene collectieve arbeidsovereenkomst gesloten.

— Groningen. Tussehen den Nederlandschen Bond van mann. en vrouw, arbeiders in de Kleedingindustrie en aanverwante Vakken, den Nederlandschen R. K. Naaisters- en Kleermakersbond „St. Gerardus Majella" en de Prot. Chr. Kleermakersvereeniging „Bid en Werk" eenerzijds en één firma anderzijds is op 1 October 1913 een collectieve arbeidsovereenkomst met tarieflijst voor stukwerk afgesloten, geldende tot en met 30 April 1915.

— Haarlem. Door een werkgever is met de afd. Haarlem van den Bond in de Kleedingindustrie en van de R.-K. Kleermakersvereeniging „Gerardus Majella" eene collectieve arbeidsovereenkomst gesloten, geldende tot 1 Januari 1917.

— Heerenveen. Tussehen de Bakkerspatroons-vereeniging „Heerenveen en Omstreken", gevestigd te Heerenveen, te eener zijde, en den Algem. Nederl. Bond van Arbeiders(sters) in het Bakkers-, Chocolade- en Suikerbewerkingsbedrijf, als rechtspersoon erkend, laatstelijk goedgekeurd bij Koninklijk besluit