is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 9, 1913, no 12, 29-01-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minder vermoeidheid bij den arbeider en daarmee vermindering van het aantal ongevallen ten gevolge hebben, de werkloosheid doen afnemen en het arbeidsvermogen der arbeiders doen toenemen.

De provinciale arbeidscommissies zien het nut van den Engelschen Zaterdag vooral hierin, dat den arbeiders, en in 't bijzonder den vrouwen, wekelijks een volkomen rusttijd verzekerd wordt en dat het gebrek aan leerlingen zal verminderen, doordat de jongens verplicht zouden kunnen worden des Zaterdagsmiddags cursussen, de meisjes huishoudonderwijs te volgen.

De vraag of eene internationale overeenkomst voor de invoering van den Engelschen Zaterdag wenschelijk of noodzakelijk is, werd door 262 lichamen bevestigend, dqor 111 ontkennend beantwoord. Het antwoord heeft echter eene verschillende beteekenis al naar gelang het is gegeven door een lichaam dat vóór of tegen de invoering in het algemeen was.

Groot-Britannië en Ierland.

• (Grande-Bretagne et Irlande.)

De industrieele coöperatieve vereenigingen in het jaar 1912. ')

(Les sociétés coopératives industrielies en 1912.)

Einde 1912 bestonden er — de Iersche vereenigingen in de huisindustrie niet medegerekend — 1 530 industrieele coöperaties (in 1 911 1 535) met in- totaal 2 790 710 leden (in 1911 2 682 942). Het gezamenlijk kapitaal bedroeg £ 56 413 411 (in 1911 £ 53 652 644), de omzet £ 145 156 060 (in 1911 £136 538 989) en de winst £ 13 234 201 (in 1911 £ 12 926 383). In het geheel hadden zij 134 303 personen in dienst en keerden £7 913 820 aan loon uit. 130 dezer coöperaties hielden zich uitsluitend bezig met de productie, 992 waren verbruikscoöperaties met een productie-afdeeling en 413 waren zuivere verbruiksvereenigingen.

Productiecoöperatie. Voor de productie hadden de 1 124 coöperatieve vereenigingen, welke zich daarmee bezighielden (988 voor verbruik in het klein, 2 voor verbruik in het groot, 5 meelfabrieken, 35 broodbakkerijen enz. en 94 productie-vereenigingen van werklieden) 56691 personen in dienst (in 1911 53 409), aan wie £ 3 240 632 (in 1911 £ 2 979485) aan arbeidsloon werd betaald. 22 886 dezer arbeiders waren in de kleedingindustrie werkzaam; dezen ontvingen aan loon een bedrag van £ 1 131 891. De totale waarde der door de 1 124 coöperaties geproduceerde goederen bedroeg £ 28 153 374 (in 1911 £ 25 982 450). Vergeleken met 1903 steeg de totale waarde der productie met 104,9 pCt. De stijging was het sterkst bij de vereenigingen voor verbruik in het klein (152,7 pCt.) en bij die voor verbruik in het groot (104,8 pCt.); daarna komen de broodbakkerijen enz. (83,9 pCt.) en de productievereenigingen van werklieden (39,4 pCt.). Bij de meelfabrieken daalde de waarde der productie sedert dat jaar met 19,2 pCt., voornamelijk een gevolg van het feit dat twee fabrieken in 1906 door de Engelsche coöperatie voor verbruik in het groot zijn overgenomen.

De productie leverde bij de vereenigingen voor verbruik in het groot een winst op van £ 250 677, bij de meelfabrieken van £ 35 032, bij de broodbakkerijen enz. van £ 113 135 en bij de productievereenigingen van werklieden van £ 94 382; de door de productie-afdeelingen der vereenigingen voor verbruik in het klein behaalde winst is niet afzonderlijk opgegeven.

150 der 1 124 productiecoöperaties keerden aan haar personeel, in totaal 16 293 personen, die te zamen £ 899 935 aan arbeidsloon ontvingen, £ 41212 (4,6 pCt. van het loon) als aandeel in de winst uit. Van dit bedrag werd door 104 vereenigingen voor verbruik in het klein £ 8 566 uitbetaald, door de Schotsche vereeniging voor verbruik in het groot £ 10 091, door 41 productievereenigingen van werklieden £ 15 147 en door 4 andere productiecoöperaties £ 7 480.

76 productievereenigingen van werklieden, welke te zamen een omzet hadden van £ 1 400 743 (88,6 pCt. van den omzet van 94 coöperaties dezer soort die in 1912 bestonden) en waarbij 6 701 werklieden werkzaam waren, telden 19 074 leden,, n.1. 3 964 personen behoorende tot het personeel (20,8 pCt.), 3 355 leden van andere vereenigingen (17,6 pCt.) en 11 755 andere personen (61,6 pCt), en

') Labour Gazette van November 1913. Zie voor 1911 afl. 11, 1912, blz. 732.