is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 19, 1924, no 8, 30-09-1924

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEDERLAND.

(PAYS-BAS.)

Arbeidsmarkt.

(Revue du travail.)

Overzicht van den stand der arbeidsmarkt in de onderscheidene

bedrijven.

Tot juist begrip van dit overzicht wordt er op gewezen, dat, ook waar dit niet uitdrukkelijk vermeld is, het Centraal Bureau voor de Statistiek hier niet weergeeft een eigen meening, doch de inzichten, welke in de ontvangen rapporten, enz. zijn uiteengezet.

TWEEDE KWARTAAL 1924.

Nijverheid.

De over het 2e kwartaal van 1924 ontvangen verslagen vestigen den indruk, dat de algemeene toestand der industrie gaandeweg wel iets gunstiger schijnt geworden te zijn. Lanigzaam aan bleef zich over het geheel meer opleving af teek enen'. Tal van berichtgevers achtten' in vergelijking met hetzelfde tijdvak van het vorige jaar mini of meer verbetering aanwezig en al waren er ook nog tamelijk wat ondernemingen, welke zich door achteruitgang kenmerkten, toch vertoonde de bedrijvigheid alles bijeengenomen een stijgende lijn. Voor een niet onbelangrijk deel mag hierin ongetwijfeld o. a. de gunstige invloed worden gezien van het verminderde concurrentievermogen van Duitschland, waar het bedrijfsleven m<eer en meer depressie-verschijnselen vertoonde wegens den geld- en credietnood. Een bemoedigend teeken is het, dat de waargenomen opleving niet alleen voortsproot uit grooteren binnenlandschen afzet, doch dat in een aantal gevallen ook valt te gewagen van toegenomen export. Zooals uit de maandelijksche Handelsstatistiek blijkt, heeft de totale uitvoer van fabrikaten in dit kwartaal dien van dezelfde periode in 1923 overtroffen met ± 18 pCt. naar het gewicht eü ± 14 pCt, naar de waarde. Ook de niet onbeteekenende afneming der werkloosheid en van het aantal bij de arbeidsbeurzen1 ingeschreven werkzoekenden, welke blijkt uit de elders in deze aflevering dienaangaande vermelde cijfers '), wijst er op dat de industrie gelegenheid heei't gevonden zich uit het voor haar door de tijdsomstandigheden verlaagde peil te gaan verheffen.

Dit neemt intusschen niet weg, dat de gang vaU zaken in vele bedrijfstakken nog allesbehalve rooskleurig was. Nog altijd konden veel fabrieken (in sommige branches meer dan in andere) niet genoeg orders verkrijgen om met vol productievermogen te gaan werken. Bij voortduring werden uit ondernemerskringen klachten gehoord over het menigmaal slechts kunnen bekomen van afzet tegen onbevredigende prijzen, o.a. als gevolg van onvoldoende koopkracht van afnemers en scherpe binnen- en buitenlandsche concurrentie. Ook nu weder wees men op den remmenden invloed der in velerlei vorm op de bedrijven drukkende hooge lasten. Voor verschillende op export aangewezen fabrieken bleef de protectionistische handelspolitiek van verschillende landen een! hinderpaal bij het veroveren of herwinnen van afzetgebied. Verder houde men in het oog, dat de toestand nog een onvast karakter behield. Veel zal in de naaste toekomst o.a. afhangen van de verdere ontwikkeling der financieeleconomisehe toestanden in Europa, in' welk opzicht in den laatsten' tijd wel eenige lichtpunten schijnen gekomen te zijn. Of mogelijk de verlevendiging, Waarop hierboven is gewezen, duurzaam zal zijn, dient te worden afgewacht. In dit verband moge melding worden gemaakt van in den laatsten tijd hier] en daar waargenomen verschijnselen van een verscherpte Duitsclie concurrentie, doordat fabrikanten in genoemd land voorradige goederen tegen uiterst lage' Prijzen van de hand doen om aan bedrijfskapitaal te komen.

Al is de toestand op de arbeidsmarkt voor de industrie-arbeiders min of meer belangrijk verbeterd, toch bleef een te groot overschot van werkkrachten nog steeds het kenteeken van dezen tijd. Dit blijkt o.a. uit de voor]oopige werkjoozencijfers, welke de Rijksdienst der Werkloosheidsverzekering en Arbeidsbemiddeling wekelijks publiceert en in dit Maandschrift geregeld zijn opgenomen'. 2) Intusschen sluit een en ander niet uit, dat hier en daar ondernemingen moeilijk voldoende personeel konden bekomen. In deze gevallen be-

^'.e hiervoor in de „Beknopte Sociaal-Economische Kroniek" op blz. 877

) /<ie afl. 5, 6 en 7 resp. op blz. 551, 648 en 762.