is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 19, 1924, no 8, 30-09-1924

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trof het dan maar bij hooge uitzondering ongeschoolde mannen, doch meestal bekwame vakarbeiders of vrouwelijk of jeugdig personeel, zooals blijkt uit de bijzonderheden, welke omtrent den gang van zaken in elke industrie afzonderlijk zullen worden opgenomen. Vooraf moge nog enkele mededeelingen van meer algemeenen aard een plaats vinden.

Naar ook uit sommige verslagen bleek, is een aantal werklooze arbeiders in het buitenland gaan werken. Alleen voor zoover hierbij gebruik is gemaakt van de openbare organen der arbeidsbemiddeling kunnen eenige cijfers worden medegedeeld; zeer velen — vooral uit het Zuiden van het land — gaan, nadat de eerstgeplaatsten gunstige berichten naar huis zonden, op eigen gelegenheid. Blijkens de midden Juli bij den Rijksdienst der Werkloosheidsverzekering en Arbeidsbemiddeling beschikbare opgaven waren in het 2e kwartaal geplaatst in: België ± 220 arbeiders (o.a. grondwerkers, betoiitimmerlieden, timmerlieden, metselaars, opperlieden, meubelmakers en mijnarbeiders); Frankrijk 30 fabrieksarbeiders en 44 landarbeiders en in Duitschland ± 150 arbeiders in de veenderijen. Naar Canada vertrokken, voor zoover bij voornoemden Rijksdienst bekend werd, in het eerste halfjaar 1180 personen, waarvan 238 beneden 20 jaar en 942 van 20 jaar en ouder. Van deze 942 waren 810 mannen, waaronder 690 landarbeiders, tuinbouwarbeiders en bieters.

Evenals voorheen werden in een aantal plaatsen en industrieën overcomplete arbeiders ondersteund krachtens door Rijk en gemeenten gesubsidieerde wachtgeldregelingen.Volgens opgaaf van den Rijksdienst der Werkloosheidsverzekering en Arbeidsbemiddeling werd, voor zoover midden' Juli bekend, op grond van deze wachtgeldregelingen gedurende de eerste 5 maanden van 1924 in totaal uitgekeerd ruim f 95 700 (hiervan ten laste van de werkgevers ruim f 45 800 en ten laste van het Rijk en de gemeenten resp. ruim f 21200 en ruim f 28 700). 2)

Aangaande de subsidies voor werkverschaffing kan worden' medegedeeld, dat de kosten voor het Rijk (Departement van Binnenlandsche Zaken en Landbouw), voortvloeiende uit de over de eerste 5 maanden van dit jaar toegezegde maximum-subsidies, worden geraamd op ruim f 1901500. Het aantal werkloozen, dat op deze werkverschaffingen was tewerkgesteld, bedroeg aan het eind der maanden Maart, April en Mei blijkens voorloopige opgaven van den Rijksdienst dei: Werkloosheidsverzekering en Arbeidsbemiddeling resp. 12 309 (in 99 gemeenten), 6 218 (65) en 3 405 (30). De overeenkomstige cijfers van het vorige jaar zijn resp. 8 762 (103), 6 792 (78) en 5 307 (47).

Aan bijslag op in marken verdiend loon is over 1923, voor zoover daarin door het Rijk is bijdragen, in totaal uitgekeerd ± f 199 000 (het Rijk ± f 136 200 en de gemeenten ± f 62 800). In 1924 is uitgekeerd over Januari door 11 gemeenten ± f 6500 en over Februari en Maart resp. door 7 gemeenten ± f 5 200 en 5 gemeenten ± f 5 600. 3)

lardewerk- In de aardeweikfabricage is over het geheel nog tevergeefs naar labucage. lierwicl van eenige beteekenis uitgezien.

Voor de groote bedrijven in en om Maastricht was de mogelijkheid tot afzet nog immer te klein om noemenswaardige toeneming der werkgelegenheid toe te laten. Slechts in één der fabrieken is de personeelsterkte iets gestegen, ofschoon de slapte door het uitblijven van voldoende orders in den loop van het kwartaal feitelijk nog gestadig toenam. Een muurtegelfabriek heeft nog gewoon doorgewerkt. Alle rapporteerende fabrieken te zamen hadden eind Juni een personeel van iets boven de 3 600 man (voor velen dezer echter geen volle werkweken), d.i. ± 175 minder dan verleden jaar en 1600 a 1700 minder dan bij grootere drukte voorheen.

Ook de berichten omtrent de fabricage van fijn aardewerk elders bleven onbevredigend. Deels rapporteerde men nog voortdurende slapte (te weinig vraag zoowel naar tegels en bouwaardewerk als naar luxe-aardewerk), anderdeels meldde men dat door het traag inkomen van bestel] in gen het bedrijf slechts op peil te houden is door goedkoopere artikelen te maken.

1) Voor zoover tot omstreeks half Juli bij den Rijksdienst der Werkloosheidsverzekering en Arbeidsbemiddeling bekend, was dit in het 2e kwartaal het geval in de navolgende industrieën en plaatsen: glas-, porcelein- en muurtegelindustrie te Maastricht: olie-industrie te Zwijndrecht; metaalindustrie te Alblasserdam, Krimpen a/d Lek, Maastricht en Utrecht; papierindustrie te Nijmegen; textielindustrie te Arnhem, Enschede, Hilversum, Rotterdam, Veenendaal en Winterswijk ; margarineindustrie te Amsterdam ; havenbedrijf te Amsterdam en Rotterdam.

2) Het in het vorige overzicht (zie afl. 5, 1924 op blz. C27) vermelde bedrag van ruim f 49 000 voor de maanden Januari en Februari betrof, naar thans is gebleken, niet alleen de uitgaven van het Kijk en de gemeenten, doch ook die van de gezamenlijke werkgevers.

3) Van de hier genoemde bedragen keerden meer dan f 1 000 uit Dinxperlo (in Januari, Februari en Maart resp. ongeveer f 1 700, f 1 200 en f 400), Losser (resp. f 2 300, f 2 200 en f 3 900) en Vaals (resp. f 1 600, f 1 200 en f 1100).