is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 15, 1934, no 9, 1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Voorzitter dankt den spreker en zegt dat allen zeer getroffen zijn door de hartelijke ontvangst en de vele moeite, welke de Haarlemsche vereenigingen zich in verband met het congres hebben getroost.

2. Hierna zijn aan de orde de notulen der vorige vergadering, welke onveranderd worden goedgekeurd.

3. Verslag over het afgeloopen jaar.

De Woningstichting „Patrimonium” te Haarlem brengt het bestuur hulde voor zijn beleid en vraagt of het rapport der commissie inzake het onderhoud spoedig tegemoet kan worden gezien.

De Bouwvereeniging „Volkshuisvesting” te Delft informeert naar de motieven, op grond waarvan het gemeentebestuur van Zeist de vereenigingswoningen ter plaatse wil naasten. Was er soms wanbeheer?

De Bouwvereeniging „Glück auf” te Heerlen deelt mede dat het gemeentebestuur van Heerlen den bouwvereenigingen ter plaatse heeft aangezegd om te bedanken voor het lidmaatschap van den Woningraad en dat het hierop, ondanks uitgeoefenden aandrang, nog niet is teruggekomen.

De Secretaris deelt mede dat het vooral de taak van de onderhoudscommissie is om een grondig voorbereid rapport uit te brengen, waarmee uit den aard der zaak eenige tijd gepaard zal gaan. Overwogen kan worden om het eerste deel van het rapport, hetwelk al voor een belangrijk deel gereed is, afzonderlijk

te publiceeren. Het naastingsvoorstel van Zeist is niet het gevolg van wanbeheer der vereenigingen. Het gemeentebestuur meent dat het beter is dat de gemeente de woningen exploiteert, hetgeen wij ontkennen. Intusschen is aan de argumenten, welke het gemeentebestuur voor zijn voorstel meende te kunnen aanvoeren, door de jongste wijziging van de Woningwet de kracht grootendeels ontnomen, zoodat wij alle hoop hebben dat het niet tot naasting komt.

De Voorzitter zegt dat het bestuur de handelwijze van het gemeentebestuur van Heerlen als volkomen ongeoorloofd beschouwt. Intusschen worden over deze aangelegenheid nadere besprekingen gevoerd en wij kunnen ons moeilijk voorstellen dat zij niet tot resultaat zullen hebben, dat het gemeentebestuur op zijn standpunt terug komt. In geen geval zullen wij er ons bij neerleggen wanneer het gemeentebestuur zijn standpunt handhaaft. *)

Het jaarverslag wordt hierop goedgekeurd.

4. De rekening en verantwoording over het afgeloopen jaar geven geen aanleiding tot opmerkingen en worden goedgekeurd.

5. Ook de begrooting over het loopende jaar wordt zonder discussie goedgekeurd.

6. Verkiezing van leden van het bestuur.

De Voorzitter wijst erop dat de aftredenden zich herkiesbaar stellen met uitzondering van de Heeren Maenen en Douwes. Spreker richt enkele woorden van dank aan het adres van beide laatstgenoemden voor hetgeen zij voor onze organisatie hebben gedaan.

De aftredende bestuursleden, de Heeren Mr. Dr. G. v. d. Bergh, J. Bommer, W. J. Bossenbroek, H. Keegstra, K. R. v. Staal en L. V. d. Wal, worden bij acclamatie herkozen. In de plaats van den Heer Maenen wordt op voorstel van het bestuur benoemd de Heer W. Steinmetz te Amsterdam, nadat de R.K. Bouwvereeniging „St. Martinus” te Weert haar candidaatstelling van den Heer A. Post heeft teruggenomen. Eveneens op voorstel van het bestuur wordt besloten voorloopig nog geen ander te benoemen in plaats van den afgetreden Heer Douwes.

Inmiddels is deze ■ aangelegenheid reeds op bevredigende wijze geregeld. (Red.)

7. Tot leden van de commissie tot nagaan van het beheer over 1934 worden benoemd de Woningbouwvereeniging „Eigen Haard” te Amsterdam, Algemeene Coöperatieve Woningvereeniging te ’s Gravenhage en Woningstichting „Ons Belang” te Haarlem.

8. a. Voorstel der Vereeniging tot Verbetering der Volkshuisvesting „Patrimonium's Woningen” te Vlaardingen:

„De jaarvergadering besluite de contributie met lo pCt. te verlagen.”

b. Voorstel van het bestuur om artikel 8, eerste en tvveede alinea, van het huishoudelijk reglement als volgt te doen luiden:

„De jaarlijksche contributie der onder a. en h. van artikel 4 der statuten genoemde leden en van de middenstandsbouwvereenigingen, toegetreden op grond van c. van dat artikel, bedraagt f voor elke woning, welke het lid op 31 December van het voorgaande jaar in exploitatie had, met een minimum van ƒ 4.50 en een maximum van ƒ 90.-. Leden, die op dat tijdstip nog geen woningen in exploitatie hadden, betalen de minimum-contributie.

De contributie der overige aangesloten corporaties bedraagt ten minste ƒ 22.50 en ten hoogste ƒ 90.-.”

De Voorzitter wijst erop dat de beide voorstellen hetzelfde inhouden. Het bestuursvoorstel beoogt niet anders dan een algemeene contributieverlaging met 10 %.

Van verschillende kanten wordt tegen deze voorstellen bezwaar gemaakt. De Bouwvereeniging „Goed Wonen” te Hoorn merkt op dat deze contributieverlaging voor de aangesloten vereenigingen weinig beteekenis heeft, maar voor den Woningraad een belangrijke vermindering van inkomsten meebrengt. Te vreezen valt dat het werk eronder zal lijden, terwijl deWoningraad juist in dezen tijd meer dan ooit actief moet zijn. De Botrw-VEREENiGiNG „Eigen Haard” te AMSTERDAM sluit zich hierbij aan. Waarvoor is deze contributieverlaging noodzakelijk ? Zoolang de vereenigingen nog kunnen beschikken over het volle bedrag voor administratiekosten, bestaat hiertoe geen aanleiding. De vereeniging geeft het bestuur in overweging zijn voorstel nog eens te bezien. De Vereeniging „Beter Wonen” te Leeuwarden zou, alvorens een standpunt te bepalen, gaarne de motieven vernemen, welke het bestuur tot zijn voorstel hebben geleid. De Woningstichting „Patrimonium” te Haarlem herinnert eraan dat de secretaris in zijn vorig jaarverslag heeft opgemerkt dat eenige versterking van de inkomsten van den Woningraad gewenscht was. Ook zij heeft bezwaar tegen een verlaging van de contributie. De Arbeidersbouwvereeniging „Ons Ideaal” te Hilversum vraagt of de zoo juist aangenomen begrooting over 1934 door een verlaging der contributie niet geheel op losse schroeven wordt gezet. Ook deze vereeniging acht onder de huidige omstandigheden, waarin zeer veel werk van het bestuur gevraagd wordt, een contributieverlaging ongewenscht. De Bouwvereeniging „Licht en Lucht” te Enschede merkt op dat het voorstel in werkelijkheid geen contributieverlaging inhoudt. De kleine vereenigingen, waarvan er velen in onze organisatie zijn, zullen zwaarder worden belast. Er zou iets voor te zeggen zijn om juist de kleine vereenigingen te ontlasten.

De Secretaris zegt dat het bestuur na rijp beraad met dit voorstel is gekomen. De financieele toestand van onze organisatie is niet zorgwekkend, maar toch ook niet zoodanig dat wij ons de weelde van een inkomstenvermindering met 10 "o kunnen veroorloven, zonder daar ernstig bij na te denken. Wanneer het bestuur hier dan toch toe overgaat, dan voelt men wel, dat het hiervoor ernstige motieven heeft. Het eerste en voornaamste is dit, dat in dezen tijd van algemeene loondaling en drukkende huren, naar de meening van het bestuur alle factoren, die tezamen den huurprijs vormen, onder oogen moeten worden gezien. Hierbij mag geen enkele, ook niet de geringste, worden verwaarloosd. De contributie van den Woningraad maakt inderdaad een onbeduidend deel van de exploitatiekosten uit, maar het is de eenige factor, waarop wij rechtstreekschen invloed hebben. Vandaar dat wij gemeend hebben een voorbeeld te moeten geven door een vermindering van de contributiepost voor te stellen. Een tweede overweging is, dat vereenigingen, die door de omstandigheden worden gedwongen tot bezuiniging op haar uitgaven, wel eens in de verleiding konden komen om zulk een bezuiniging door te voeren mede ten koste van het lidmaatschap van onzen Raad. Dit gevaar is niet denkbeeldig. Door een contributieverlaging