is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 16, 1935, no 9, 1935

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RECHTSPRAAK

BOUWVERORDENING GOIRLE

KON. BESLUIT 5 Juni 1935, NO. 12

Beschikkende op het beroep, ingesteld door den Raad der gemeente Goirle tegen het besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, waarbij goedkeuring is onthouden aan de bouwverordening voor die gemeente, heeft de Kroon dit beroep ongegrond verldaard, overwegende.

„dat Gedeputeerde Staten daarbij hebben overwogen, dat in artikel 12, sub d, der onderwerpelijke verordening wordt bepaald, dat aan bestaande wegen, die door den raad zijn aangewezen als verkeerswegen, als voorgevelrooilijn geldt, onverminderd het bepaalde sub a en b van genoemd artikel, eene lijn evenwijdig aan de as van den weg en gelegen op een afstand van zes meter uit die as, een en ander in dier voege, dat de breedte van den weg door een nieuwen bouw nimmer mag worden verminderd; dat de in de vorige alinea bedoelde bestaande wegen, door den raad aangewezen als verkeerswegen, in artikel 12, sub e, der bouwverordening voor de gemeente Goirle zijn opgenomen; dat hun college van meening is, dat artikel 12, lid d en e, der onverwerpelijke verordening bijzondere voorschriften bevat, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, der Woningwet;

„dat het eerste lid van artikel 2 der Woningwet in de punten a en. b spreekt van rooilijnvoorschriften met een algemeen normatief karakter, terwijl lid 2 het oog heeft op speciale rooilijnbesluiten ;

„dat de wet andere regelen stelt voor de algemeene, andere voor de bijzondere rooilijnvoorschriften, hetgeen blijkt uit de beperking tot bijzondere rooilijnvoorschriften in artikel 6, vierde lid, en de artikelen 10 en ii der Woningwet, alsmede in artikel 92 der Onteigeningswet;

„Overwegende: dat Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant van oordeel zijn, dat de voorschriften, genoemd in artikel 12 sub d en c der gewijzigde bouwverordening der gemeente Goirle bijzondere rooilijnvoorschriften zijn, dat het opnemen daarvan in de bouwverordening in strijd is met de Woningwet en niet voldoende rechtszekerheid verschaft aan eigenaren van bij de vaststelling der bijzondere rooilijnvoorschriften betrokken gronden;

„Overwegende: dat, in het algemeen gesproken, niet wel is in te zien, waarom eene gemeente niet in hare bouwverordening meer dan één soort algemeene rooilijnvoorschriften zoude kunnen opnemen, bijvoorbeeld eene voor wegen binnen de kom en eene andere voor wegen buiten de kom, of, zooals in casu, eene voor alle bestaande verkeerswegen en nieuw aan te leggen wegen binnen de kom en eene voor alle andere wegen;

„dat dit toch een zeer geëigend middel is om in eene gemeente waar in de kom wegen zijn met daaraan, op de meest verschillende afstanden van de as, gebouwde woningen, voor de toekomst ordening te brengen en de geschiedenis der laatste tientallen van jaren in onderscheiden gemeenten laat zien, dat deze methode eene goede uitwerking heeft gehad, doordat in de kom der gemeente breedere gelijkmatige wegen zijn ontstaan;

„dat trouwens Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant in hun schrijven van 10 Juli 1934 aan den betrokken Inspecteur van de Volksgezondheid mededeelen, dat naar hunne meening geen wettelijke bezwaren bestaan tegen het vaststellen voor bestaande verkeerswegen van eene rooilijn, gelegen op een afstand van 6 meter uit de as;

„Overwegende: dat echter voormeld artikel 12 sub dnietspreekt van verkeerswegen in het algemeen, doch van wegen, die door den raad zijn aangewezen als verkeerswegen, terwijl sub e deze wegen met name worden opgesomd;

„Overwegende: dat hierdoor deze bepalingen haar karakter van algemeene rooilijnvoorschriften verliezen en in de bouwverordening geen plaats kunnen vinden.”

UITBREIDINGSPLAN NAARDEN

KON. BESLUIT 5 JUNI 1935, NO. I 4

Het gemeentebestuur van Naarden heeft zich bij schrijven van 23 Februari 1935 tot de Kroon gewend met verzoek het Kon. Besluit van 19 November 1934, No. 27, waarbij is verstaan dat ten aanzien van eenige door den Raad van Naarden vastgestelde uitbreidings- en herzieningsplannen geen beslissing, als bedoeld in artikel 37, 5e lid der Woningwet kan worden genomen.

aangezien de termijn van 12 maanden, genoemd in art. 38, 2e lid der Woningwet was overschreden, te herzien, in dien zin dat de werkingssfeer daarvan beperkt wordt tot nader aangegeven terreinen. Het gemeentebestuur voerde daarbij aan dat met betrekking tot de overige terreinen voor den gemeenteraad geenerlei verplichting tot herziening van het reeds bestaande uitbreidingsplan bestond. Nader beschikkende op het indertijd door een belanghebbende ingestelde beroep, heeft de Kroon aan dat verzoek voldaan»

BOUWVERGUNNING ROCKANJE

KON. BESLUIT 5 JUNI 1935, NO. 15

Op de voordracht van de Ministers van Sociale Zaken en van Binnenlandsche Zaken heeft de Kroon een besluit van den Raad van Rockanje, waarbij vergunning werd verleend tot den bouw van een huis aan den Boschweg aldaar vernietigd wegens strijd met de wet.

„Overwegende dat volgens artikel 6, tweede lid, van de Woningwet bouwvergunning moet worden geweigerd indien niet wordt voldaan aan de bouwverordening van de betrokken gemeente, voorzoover daarvan geen vrijstelling is verleend;

„dat volgens het plan het „huiswater” van het te bouwen perceel zou worden afgevoerd naar een greppel, waardoor niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 35 van de bouwverordening van Rockanje, volgens welk artikel afvoer naar een sloot of naar een riool is vereischt;

„dat reeds hierom en bij gebreke van vrijstelling van bedoeld voorschrift bouwvergunning moest zijn geweigerd en niet behoeft te worden nagegaan in hoeverre ook aan andere voorschriften niet wordt voldaan.”

BOUWVERGUNNING SCHIEDAM

KON. BESLUIT I 7 JUNI 1935, NO. 32

Op de voordracht van de Ministers van Sociale Zaken en van Binnenlandsche Zaken heeft de Kroon een besluit van den Raad van Schiedam, waarbij vergunning is geweigerd voor het veranderen van een huis aan de Lange Nieuwstraat aldaar, vernietigd wegens strijd met de wet,

„Overwegende, dat artikel 6, tweede lid, van de Woningwet de gronden vermeldt, waarop bouwvergunning alleen mag (en moet) worden geweigerd; waaruit volgt, dat vergunning moet worden verleend voor ieder plan, ten aanzien waarvan geen der vermelde gronden zich voordoet;

„dat tegen het plan geen bezwaar kan worden ontleend aan een of meer van de gronden, die in de wet zijn vermeld, met name ook niet voor wat betreft een, goedgekeurde, rooilijn, die het te veranderen huis „snijdt”;

„dat toch de verandering, waarvoor vergurming is gevraagd, alleen hierin bestaat, dat een raam van den voor woonhuizen gebruikelijken vorm zou worden vervangen door een winkelraam; en dat een rooilijn, ingevolge artikel 2 van de wet, aan gedeeltelijke verandering van een huis in geen geval in den weg staat;

„dat de raad van Schiedam nu wel, onder meer, overwoog, dat „appellant die eerst na het tot stand komen van het rooilijn„besluit eigenaar van het pand is geworden blijkens onderzoek „niet alleen wenscht bedoelde voorpui te wijzigen, waarvoor door „hem vergunning gevraagd is, doch ook reeds verschillende „veranderingen in het inwendige van het pand heeft tot stand „gebracht, zonder dat hiervoor vergunning gevraagd is, op grond „van welk een en ander moet worden aangenomen, dat appellant „een wezenlijke verandering van het betrokken pand beoogt, „zulks in verband met zijn plan om het pand als winkel, speciaal „als kapperszaak, te exploiteeren; en dat een dergelijke verande„ring zich niet verdraagt met het rooilijnbesluit”;

„dat echter, waar het gaat om bouwvergunning, uitsluitend de aanvraag zooals zij is ingediend, grondslag kan zijn voor de beoordeeling, en met name veranderingen, die reeds zouden zijn aangebracht, niet mede een factor kunnen zijn bij de beslissing, evenmin als, eventueel voorgenomen, verandering van bestemming welke niet in strijd zou zijn met de voorschriften;

„dat de vergunning derhalve bij het ontbreken van een wettigen grond voor weigering had moeten worden verleend en in strijd met de wet is geweigerd.”