is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 17, 1936, no 3, 1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TABEL Ila

PERCENTAGES VAN GROTE, VOLLEDIGE GEZINNEN (ECHTPAAR MEER DAN 5 EIGEN OF STIEFKINDEREN)

TABEL Ilb

PERCENTAGES VAN GROTC, ONVOLLEDICT GEZINNEN (GEZINSHOOFD I MEER DAN 5 EIGEN OF STIEFKINDEREN)

) Het totaal, incl. alle normale volledige en onvolledige gezinnen Alle gegevens ontleend aan de gezinstelling 1930.

minder dan 6 kinderen aan. De behoeften van deze 92 % bepalen het „woningtype" zoals dat bij elke woningvoorziening in alle tijden automatisch ontstaat. Voor deze behoeften zie men Tabel Ia en Ib. Alleen een logische variabiliteit in dit type kan het maximum aan woonwaarde economisch en sociaal bereikbaar maken.

Samenstelling van het gezin Rijk j A’damß'dam Haag Bussum Drente Echtpaar+ökinderen 3-1 1-7 2.4 1,9 2.4 0.3 li -Echtpaar 4 ykinderen 2- 1.- 1.3 1.1 2.4 Echtpaar 4- Skinderen 1.2 0.6 1.2 0.6 Echtpaar 4* meer dan 8 kinderen 1-3 0.6 i.i 0.8 0.9 1.1 Totaal % grote volledige gezinnen 7.6 3-9 6.- 4.4 4.6 8.8

Aantal eigen of stiefkinderen Mogelijke gezinssamenstelling met het oog op het geslacht Kans dat de samenstelling zal voorkomen I I i/i 2 2 I I 7 3 3 L 2 I a 4 4 4 1.8 3 I 1 2 2 3.'8 5 5 i/i6 4 I 5/i6 3 2 io/i6 6 6 I 33 5 I 3 i 6 4 2 15 32 3 3 5 lö 7 7 1,64 6 I 7.'^4 5 2 21.64 4 3 35.64 8 8 1.128 7 I 1/16 2 7 32 5 3 7/16 4 4 35 128 9 9 1,236 ) 8 I 9./256 7 2 9,64 6 3 21/64 5 4 63/138 10 10 1'512 9 I 5/256 O 2 45/512 7 3 15/64 6 4 105/256 1 5 5 63/256

GROTE GEZINNEN

De grote gezinnen (meer dan 5 kinderen) zijn in het normale type niet sociaal verantwoord onder te brengen. Voor hen geldt, evenals voor de onvolledigen, dat nog maar zeer weinig pogingen zijn verricht, hen werkelijk doelmatig te huisvesten. Bij verdere pogingen in die richting kunnen de tabellen Ila en Ilb van nut zijn.

Samenstelling van het gezin Rijk la'dam R’dam Haag Bussum ' Drente i Gezinshoofd g kinderen Gezinshoofd i 7 kinderen Gezinshoofd 4 meer dan 7 kinderen 0.3 o.r 0.1 0.2 0.1 0.1 0.2 0.1 0.1 0.2 0,1 0.1 0.4 0.1 0.1 0.2 0.1 0.1 1 otaal % grote onvolledige gezinnen 0.5 0.4 0,4 0.4 0.6 0.4 1 Otaal % grote gezinnen 8.1 j 4.3 1 6.4 1 4*B 5.2 9.2

INWONING

De inwoning is niet demografisch gefundeerd, maar een gevolg van economische verhoudingen en woningtoestand. Daardoor treft men zowel wenselijke als onwenselijke vormen van inwoning aan.

INWONEND PERSONEEL

Een belangrijk percentage van de inwonenden bestaat uit het huishoudelijk personeel. Bij de behandeling van de volkswoning speelt deze categorie nauwelijks een rol.

TABEL llc

KANSEN OP HET VOORKOMEN VAN VERSCHILLENDE GEZINSSAMENSTELLINGEN BIJ GEZINNEN VAN VERSCHILLENDE GROOTTE *)

) Bi) gezinnen van 4 kinderen b.v. zal dus 1/8 deel bestaan uit kinderen van hetzelfde geslacht, 1/2 deel uit drie jongens en I meisje of drie meisjes en i jongen en 3/8 deel uit twee meisjes en twee jongens.

Het juiste percentage is uit de beschikbare gegevens met na te gaan. Uit anderen hoofde kan echter met voldoende zekerheid tvorden afgeleid, dat het inwonend personeel 20 a 25 % van het totaal aantal inwonenden uitmaakt.

INWONENDE OUDERS

Een ander belangrijk percentage van de inwoning n.l. een of twee ouders inwonende bij kinderen, is gebaseerd op gezonde gezins- en maatschappelijke verhoudingen. Ook zelfs deze vorm van inwoning behoort echter in de woningindeling tot uitdrukking te komen. Er zullen practisch geen gevallen zijn, waarin een volwassen inwonende niet in één of meer opzichten de behoefte zal hebben, om met een deel van zijn leven buiten het gezinsverband in engere zin te staan (afzondering, ontvangen van kennissen, volgen van kleinere