is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 17, 1936, no 4, 1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ter bestrijding van dit ongemak zijn zeer vele uren arbeidsloon lsetaald geworden.

Een deel van het stof daalde naar het lager gelegen vertrek door de reten van den vloer. Ook dit bezwaar werd zonder onderbreking bestreden door het inbrengen van plamuur in de vloer-plafond-naden, waaruit het met onfeilbare zekerheid na eenigen tijd weder los geraakte.

Het oude schoorsteenkanaal, naar den nok smaller toeloopend, dat met zijn zeer ruime doorsnede boven de stookplaats, zeer dienstig was voor de rookwolken van het oude hout- en turfvuur, was minder geëigend voor de nieuwere stookmethoden. Bovendien was de steen en een groot deel der aangrenzende muren door en door verroet. De gevolgen ervan bij regenbuien laten zich denken.

In de kamer lag een houten vloer gespijkerd op ribben, dik 4.5 k 7 cm, welke lagen op een vloer van plavuizen groot 22 X 22 cm en dik 4 cm. Daaronder bevond zich een laag zand ter dikte van gemiddeld 14 cm, daaronder weer plavuizen, groot 18 X 18 cm en dik 3 cm. Deze laatste lagen op een zandlaag, welke ongeveer 0.85 m dik was.

Hieronder begint een veenlaag, welke doorgaat tot op het vaste zand, dat ongeveer 1.50 m lager wordt aangetroffen. Vaakbevindt zich tusschenhetveen en het vaste zand een enkele cm’s dikke laag klei.

Onder de houten vloeren werd soms schelpkalk aangetroffen, daar gestort ter bestrijding van vocht. Buiten de kamer was in het voorportaal, bedstede en kasten een cementen vloer aangebracht.

De sanitaire installatie van het geheele complex bestond uit twee privaten, een wel- en een regenwaterpomp en vijf kranen op de duinwaterleiding.

Elke woning bezat een electrische lamp, welker komst men dankte aan de schaarschtevanpetroleuminde oorlogsjaren.

Gegeven voorgaande gebreken, zou de beantwoording van de boven gestelde vraag hebben moeten luiden, dat afbreken eisch was, indien het Heilige Geest Huis niet die belangrijke historische waarde bezat, welke het algemeen wordt toegekend.

Nu deze beantwoording niet kon worden aanvaard werd de opgaaf om in het gegeven volume van elk huisje een woning te maken, welke aan de hedendaagsche wooneischen beantwoordde, en wel voor een bepaald soort en aantal bewoners, in dit geval één oude vrouw per huisje.

Daarbij werd de eisch gesteld het historisch gegevene, dat bouwkunstige waarde bezit, te behouden en te conserveer en.

De deugdelijkheid van verschillende materialen en constructies was uiteraard in den loop der jaren minder geworden. Gedeelten der muren waren verweerd, de kap met de bedekking was grootendeels vergaan, evenals een gedeelte der balklagen.

Groote scheuren of verzakkingen van muren kwamen niet voor. De fundeering, hoewel op veen aangelegd, was dus in het algemeen voldoende gebleken. De aanslag ervan op een eiken plank ter dikte van 3.5 cm bevindt zich op een diepte van 130 tot 150 cm onder de openbare straat, dus 80 cm tot i m beneden de bestrating van den hof.

De gevels aan de niet aangebouwde vleugels helden aan den hof over, die der zijden met back-to-backbebouwing helden achterover.

Trillingen door het zwaarder wordende verkeer en de oveibelasting door de op de fundeering van het complex parasiteerende belendende bebouwing zijn daar niet onschuldig aan.

Plattegronden schaal i :ioo Boven: oude toestand Onder: nieuwe toestand

Sedert de stichting was de omgeving niet in het voordeel van het complex veranderd. Aan de niet aangebouwde Noord-West-zijde is de sloot door een straat vervangen, waardoor het bezwaar der trillingen werd vergroot.

Aan de twee andere aangebouwde vleugels, is de ertegen aan gebrachte bebouwing, boven de belemmering van toetreden van licht en lucht, schadelijk voor de constructie van het Heilige Geest Huis. De twee of meermalen hoogere muren van de belendende huizen zijn aangelegd op een fundeering, welke gemiddeld 90 cm hooger ligt dan die van het Heilige Geest Huis. De muren Zelf zijn bouwvallig en steunen op en tegen die van het complex.

Versterking van de fundeering was daarom raadzaam. Echter was het niet gewenscht daarvoor diep te ontgraven. Tenslotte is de voorkeur gegeven aan het construeeren van een 15 cm dikke gewapend beton plaat, welke met randbalken, waaraan consoles, is verstekt.

Deze plaat is aangebracht ter hoogtevan den theoretisch hoogsten waterstand, welke 25 cm ligt boven den ter plaatse genoteerden hoogsten waterstand. Zij strekt zich uit over het geheele bebouwde oppervlak.

Doordat zij voorzien werd van een laag asphalt, kon