is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 18, 1937, no 4, 1937

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

midden van een groot aantal omringende kleine gemeenten, waarvan zij door landelijke terreinen was gescheiden, heeft de bebouwde kommen van die gemeenten zich langzamerhand zien ontwikkelen en aaneenvoegen om ten slotte met haar samen te vloeien tot één enkele nederzetting, die zelfs de grenzen van het departement van de Seine heeft overschreden en die Groot Parijs vormt met 6 millioen inwoners.

Maar al is de nederzetting, waarover het gaat, één geheel, waarvan alle deelen nauw aaneengesloten zijn, toch is dat geheel door een volkomen kunstmatig geworden administratieve indeeling verdeeld gebleven in meer dan 600 onafhankelijke gemeenten, waarvan de eene: Parijs, meer dan 3 millioen inwoners heeft en sommige anders slechts twee tot driehonderd, terwijl het geheel zich uitstrekt over het grondgebied van vier departementen.

Deze abnormale administratieve toestand, overblijfsel van het verleden, is de oorzaak van de onmiskenbare gebrekkigheid van de ontwikkeling van het gebied rond Parijs.

Ofschoon het zeer lang duurt voor de openbare meening in beweging komt voor vraagstukken, die haar slechts zuiver administratieve beteekenis schijnen te hebben, zoo is zij tenslotte toch belang gaan stellen in het vraagstuk van de ontwikkeling en gaan begrijpen dat in deze agglomeratie, die in werkelijkheid één enkele stad vormt, een algemeen plan een volstrekte eisch was en dat men niet kon doorgaan met elke gemeente een plan te laten maken zonder zich te bekommeren om haar buren. Zij heeft ook begrepen dat een zeker financieel verband moest worden tot stand gebracht tusschen al die gemeenschappen, waarvan sommige rijk zijn en andere arm, al naar den aard van de bevolking, die er woont, maar die in werkelijkheid leden zijn van één maatschappelijk lichaam, zooals de verschillende wijken van eenzelfde stad daarvan niet kunnen worden losgemaakt.

Uit de ontwikkeling van deze stemming is een wet van den Hden Mei 1932 geboren, die de vaststelling van een streekplan voorschrijft.

Dat plan is van 1932 tot 1934 voorbereid onder toezicht van het Comité supérieur d’Aménagement et d’Organisation générale de la Région parisienne, dat al in 1928 is ingesteld en dat vertegenwoordigers van den staat, van de plaatselijke raadsleden en ambtenaren telt.

Het plan is ontworpen in overleg met den voortreffelijken architect M. Prost, lid van het Institut, met medewerking van ambtenaren van de stad Parijs en in het bizonder van M. Fontaine, Inspecteur-Generaal, toegevoegd aan den Directeur-Generaal van Openbare Werken van Parijs en met de waardevolle hulp van de verschillende diensttakken van den Staat en van de belanghebbende departementen en gemeenten.

Het ontwerp is onderworpen geweest aan een openbaar onderzoek, waartoe in alle gemeenten, die de streek van Parijs vormen, gelegenheid is gegeven. De plaatselijke Raden, de Kamers van Koophandel en van Landbouw, de groote openbare diensten hebben hun oordeel te kennen gegeven.

Op het oogenblik is men bezig, rekening houdend met de bij het ter visie liggen verzamelde opmerkingen, waarvan geen enkele ingrijpende veranderingen van het

oorspronkelijk ontwerp meebrengt, het plan in gereedheid te brengen voor de definitieve goedkeuring, die niet lang kan uitblijven.

Intusschen stellen beschermingsmaatregelen, die genomen zijn krachtens een wetsdecreet van 25 Juli 1935, de autoriteiten van nu af aan in de gelegenheid zich te verzetten tegen de uitvoering van elke ontsluiting van bouwterrein of bebouwing, die later aan de verwerkelijking van het streekplan in den weg zou kunnen staan. Dank zij dezen maatregelen is dus een eind gemaakt aan die eenigszins anarchische ontwikkeling, die het esthetisch aspect en de organisatie van de Parijsche agglomeratie maar al te zeer in het gedrang gebracht heeft. Het past, er hier den nadruk op te leggen dat dit streekplan op zich zelf niet voldoende is om de voorwaarden voor de ontwikkeling van de streek te omschrijven.

Dat streekplan moet inderdaad aangevuld worden door evenveel afzonderlijke gemeentelijke plannen als er gemeenten zijn in Groot Parijs.

Ziedaar een zeer bizondere eigenaardigheid, die zich laat verklaren uit de administratieve indeeling, die wij boven omschreven hebben. Zij is de bron van enkele verwikkelingen; men is aanvankelijk geneigd haar dwaas te achten, maar bij nadere beschouwing vertoont zij vele voordeelen.

Het streekplan beantwoordt aan een idee van samenhang, aan algemeene gezichtspunten, aan hetgeen van belang is althans voor een aanmerkelijk deel van de agglomeratie.

Op het plan zullen voorkomen de groote wegen, de lijnen van den stadsspoorweg, de groote parken, de algemeene beperkingen van den eigendom, die op een geheele zóne van toepassing zijn, enz

Daarentegen zijn het de gemeentelijke plannen, die de detail-aangelegenheden zullen regelen, het tracé van de wegen, bestemd voor zuiver plaatselijk verkeer of voor de verkaveling, de ligging van de kleine wijkplantsoenen, de bizondere eigendomsbeperkingen, enz.

Maar de ontwerpers der gemeentelijke plannen moeten getrouw en volstrekt de bepalingen eerbiedigen van het streekplan, dat zich tegenover hen allen doet gelden en dat in zekeren zin een net met ruime mazen vormt, waarbinnen zij alleen hun initiatief vrij spel kunnen laten.

Het streekplan is aldus vastgesteld kunnen worden met een ruimen blik over het geheel, uitsluitend geleid door het algemeen belang, zonder zich te zeer bezorgd te maken over de menigvuldige plaatselijke toevalligheden, waarmede een plan in onderdeelen rekening moet houden. Het zal een stevig geraamte vormen voor het algemeene plan, dat tot uitvoering moet worden gebracht.

De leidende idee van het ontwerp is niet geweest het begunstigen van de ontwikkeling van een bevolking, die reeds te talrijk is in verhouding tot die van geheel Frankrijk, maar integendeel het streven om door een ontlasting van de streek de levensomstandigheden van de bevolking, die er woont, te verbeteren.

Het is een werkelijk ontwikkelingsplan en niet een uitbreidingsplan, zooals men het dikwijls ten onrechte noemt.

Het stelt dus de groote lijnen vast van een programma van werken, die uitgevoerd moeten worden om een be-