is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 18, 1937, no 4, 1937

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vredigende ontwikkeling tot stand te brengen, terwijl het tegelijkertijd de beperkingen van den eigendom vastlegt, die noodzakelijk zijn om later de uitvoering te vergemakkelijken van werken, die onmisbaar zullen worden en vooral om eenige orde te brengen in den bouw van opstallen. Deze zullen niet meer opgericht mogen worden, zooals totnutoe, naar het toeval van persoonlijke grillen en zonder zich om de buren te bekommeren, maar overeenkomstig algemeene voorwaarden, die de noodzakelijke harmonie verzekeren van alle belangen, die erbij betrokken zijn.

Wat men het streekplan noemt omvat in werkelijkheid plannen en een programma, betrekking hebbend op; de bebouwing.

het gebruik van den grond, de bescherming van het landschap, het behoud en de ontwikkeling der open ruimten, de organisatie van de openbare diensten in het streekverband.

het spoorwegvervoer, de wegen.

Het reglement op het bouwen staat beperking van de hoogte en de dichtheid der bebouwing toe.

Wat het gebruik van den grond betreft, voorziet het ontwerp in een verdeeling van het grondgebied in zónes: zóne van meergezinshuizen, zóne van eengezinshuizen, onberoerde zóne, industrieele zóne, gemengde zóne, waarbij rekening gehouden is met een indeeling in vier groepen, al naar haar huldigen ontwikkelingsstand, van de 657 gemeenten van de streek van Parijs. Het gebruik van den grond, dat door het streekplan is aangegeven, moet aangevuld worden door de gemeentelijke plannen. Een speciale industrieele zóne is in het streekplan aangewezen; zij is bestemd om op een plaats, die behoorlijk voorzien is van wegen, spoorwegen en verbindingen te water en voldoende verwijderd van elke bebouwde kom, de hinderlijkste industrieele inrichtingen op te nemen. De onberoerde zóne heeft een tweeledige rol; zij brengt orde in de ontwikkeling der nederzettingen en zij beschermt indirect een zeker aantal landschappen buiten die, voor welke bizondere maatregelen genomen zijn. Namelijk; Versailles, Marly, Meudon, Saint Germain, Sceaux, de eilanden in de Marne en de Seine, die nog niet onherstelbaar verminkt zijn. Zij zijn het voorwerp geweest van bizondere aandacht en zijn bestemd om als open ruimten te worden gehandhaafd.

De bestaande open ruimten, openbare en particuliere, worden beschermd door het verbod van ontginning zonder machtiging, overeenkomstig de wet van 14 Mei 1932. Er is voorzien in de totstandkoming van nieuwe open ruimten in die deelen, waar zij ontbreken. Sommige daarvan kunnen ook dienstbaar worden gemaakt ten behoeve van niet-industrieele openbare diensten, bijvoorbeeld voor de vestiging van vliegvelden, begraafplaatsen, enz.

De bevrediging van de talrijke behoeften van een zoo belangrijke nederzetting stelt de openbare diensten voor steeds meer omvattende en steeds moeilijker vraagstukken. Het is noodzakelijk dat die vragen boven de administratieve grenzen uit in het kader van het streekplangebied rationeele oplossingen kunnen vinden, die alleen aldus uit technisch en economisch oogpunt bevredigend kunnen zijn.

Zoo kan de sanitaire verzorging slechts onder gunstige voorwaarden worden uitgevoerd, wanneer men de stad Parijs, het departement van de Seine en zelfs sommige deelen van het departement van Seine en Gise, die ten aanzien van den loop van het water van de eerstgenoemde gebieden afhankelijk zijn, als één geheel behandelt. De zuivering van het afvalwater moet, evenals de aanleg van de groote geleidingen, die dat water transporteeren, verzekerd worden door een centrale organisatie; het vergaren van het afvalwater in elke plaats en het vervoer naar het net van de groote hoofdriolen is daarentegen een plaatselijke aangelegenheid.

Ordenen en centraliseeren bestaat dus op dit gebied niet in het vernietigen van de rol en de functie der gemeenten. De bepalingen laten haar alles over wat binnen gemeentelijk bereik ligt; bijvoorbeeld, de distributie van leidingwater, het vergaren van het afvalwater en van het vuilnis, enz

Van het standpunt van het spoorwegvervoer is de mogelijkheid van talrijke verlengingen van den Chemin de fer Métropolitain in de banlieue opengelaten. Men heeft eveneens overwogen dat plaatselijke net aan te passen bij het vervoer over de groote spoorwegen.

Al is het net van den Métropolitain niet toegankelijk voor de treinen van de groote spoorwegen, om redenen, die verband houden met de grootte der wagons, het groote net is daarentegen wel toegankelijk voor de treinen van den Métropolitain. Er is een studie gemaakt, die de mogelijkheid aangetoond heeft om sommige lijnen van den spoorweg gedeeltelijk door treinen van den Métropolitain te laten bedienen, dank zij enkele weinig kostbare veranderingen.

Wat de wegen betreft was er reden om eerst de verbetering van het bestaande net door verbreedingen, het afsnijden van bochten en omleggingen om al te dicht opeengebouwde nederzettingen heen te bestudeeren. Overal waar de stand der bebouwing dit nog toeliet is aan beide kanten van de bestaande of ontworpen weggrenzen voorzien in strooken ~non oedificandi”, die zoo noodig een toekomstige tweede verbreeding mogelijk zullen maken. Maar de toepassing van deze beginselen op de groote uitvalswegen van Parijs leidt tot mogelijkheden van verbreeding, die zooveel te grooter zijn als men verder verwijderd is van de stad, terwijl de behoeften van het verkeer toenemen naarmate men Parijs nadert. Het was dus noodig het oude net met enkele nieuwe radiale wegen aan te vullen, gering in aantal, maar van groot nut, die het centrum van de agglomeratie verbinden met de bestaande wegen daar waar deze voldoende vrij van bebouwing zijn om een gemakkelijk verkeer en aanmerkelijke toekomstige verbreedingen mogelijk te maken.

Met deze bedoeling is voorzien in den aanleg van vijf radiale wegen, uitsluitend bestemd voor auto-verkeer en bij het verlaten van Parijs verbonden met den gordelweg, die aangelegd is op het terrein van de oude vestingwerken.

Die wegen zijn zoodanig ontworpen, dat in totaal beslag wordt gelegd op een breedte, uiteenloopend van 60 tot 100 m, omvattende twee verkeerswegen van 9 m, begrensd door strooken non oedificandi, die geschikt zijn voor beplanting of zoo noodig voor den aanleg van parallelwegen. Zij zullen geen enkele kruising a niveau