is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 18, 1937, no 4, 1937

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

~dat door de desbetreffende voorschriften de appellant niet onredelijk wordt getroffen, aangezien zij, bij eventueele afbraak van de bestaande villa, den bouw van drie woningen op het bedoelde terrein gedoogen;

~Overwegende ten aanzien van het beroep van de Weduwe Asselbergs-van Dixhoorn, dat weliswaar het beroepschrift niet door haar, maar door C. J. Asselbergs is onderteekend, doch dat is geschied namens de belanghebbende, terwijl er geen gegronde reden aanwezig is, om de beweerde machtiging in twijfel te trekken;

weziy 15, uiii ue ucwcciuc iiiaciiiiyiiiy lii ~dat dus deze appellante, in tegenstelling met de meening van Gedeputeerde Staten, mede in haar beroep ontvankelijk is;

~dat, wat de hoofdzaak betreft, de bezwaren dezer appellante, voorzoover niet reeds hierboven weerlegd. Ons ongegrond voorkomen; ~dat de beoordeeling van den ~ordelijken staat", waarin krachtens de verordening voor-, zij- en achtererven als tuin moeten worden gehouden, gereedelijk aan burgemeester en wethouders kan worden overgelaten, terwijl er geen aanleiding is van dit college willekeur te duchten, dan wel een streven om zwaardere eischen te stellen dan noodig is voor het doel, waarvoor de desbetreffende bepalingen geschreven zijn, met name de te groote verwildering en overwoekering der beplanting te voorkomen;

~dat de bepalingen in de artikelen 3 en 8, betreffende de perceelsscheidingen. Ons geenszins onredelijk voorkomen, te minder, daar volgens artikel 12, sub d, de leden 1 en 2 van artikel 8 niet van toepassing zijn ten aanzien van op het tijdstip van het in werking treden der verordening bestaande gebouwen, zoolang de bestaande afscheidingen niet geheel worden vernieuwd;

„dat het voorts onjuist is, hetgeen door de appellante wordt beweerd, als zoude er na slooping van de bestaande bebouwing op hare perceelen gezamenlijk niet meer dan één woning of een blok van twee woningen kunnen worden gebouwd, aangezien volgens de voorschriften op de perceelsgedeelten ten Zuiden van den geprojecteerden weg één enkele woning en een dubbele woning kunnen worden gebouwd, terwijl de perceelsgedeelten ten Noorden van den bedoelden weg, in verband met artikel 12, met een woning bebouwd kunnen blijven, zoodat de totale exploitatie-mogelijkheid uit twee enkele en een dubbele woning bestaat;

„dat mitsdien ook dit beroep aan de goedkeuring van het raadsbesluit niet in den weg staat,”

Uitbreidingsplan Assen

Kon. Besluit 15 Maart 1937, No. 12

Beschikkende op de beroepen door eenige belanghebbenden ingesteld tegen een besluit van Gedeputeerde Staten van Drenthe, houdende goedkeuring van een uitbreidingsplan voor de gemeente Assen met bijbehoorende bebouwingsvoorschriften, heeft de Kroon beslist, zulks met vernietiging van het bestreden besluit van Gedeputeerde Staten, dat omtrent de goedkeuring van het genoemde plan met de behouwingsvoorschriften geen beslissing als bedoeld in art. 37, 5e lid der Woningwet meer kan worden genomen.

De Kroon overwoog daarbij; ~ten aanzien van de ontvankelijkheid van de appellanten in hunne beroepen; dat de appellanten, blijkens de overgelegde stukken, tegen het ontwerp-uitbreidingsplan met daarbij behoorende bebouwingsvoorschriften, zooals deze laatste bij raadsbesluit van 23 Mei 1935, No. 72, zijn gewijzigd, bij den gemeenteraad bezwaren hebben ingediend, binnen den termijn van 4 weken, gedurende welken de ontworpen wijziging overeenkomstig het bepaalde in artikel 37, 2de lid, der Woningwet ter inzage heeft gelegen;

~dat zij mitsdien, ingevolge artikel 38, Iste lid, der wet, tot het instellen van beroep bij Ons gerechtigd zijn;

~Overwegende ten aanzien van het in deze door Gedeputeerde Staten genomen besluit tot goedkeuring van het in voege voormeld gewijzigde uitbreidingsplan c.a.; dat ingevolge artikel 37, sde lid, der Woningwet Gedeputeerde Staten omtrent de goedkeuring van een hun te dier zake toegezonden door den gemeenteraad vastgesteld uitbreidingsplan hebben te beslissen binnen 6 maanden, terwijl de beslissing éénmaal voor ten hoogste zes maanden kan worden verdaagd:

~dat de bewoordingen van deze wetsbepaling bezwaarlijk een andere beteekenis kunnen hebben, dan dat na afloop van den hiervoren bedoelden termijn van ten hoogste twaalf maanden, eene beslissing omtrent het al of niet goedkeuren van het plan niet meer vrijstaat; „dat zulks geacht moet worden ook de bedoeling van de wet te zijn, aangezien deze termijn bij de wijzigingswet van 1931 is gesteld in verband met het nieuw ingevoegde 4de lid van artikel 5 (thans artikel 6) der Woningwet;

~dat de in het 2de en sde lid van artikel 37 der Woningwet gestelde termijnen kennelijk ten doel hebben aan de werking van het bepaalde in artikel 6,4 de lid, 2den zin, der wet in het belang van de belanghebbende grondeigenaren eene beperking op te leggen;

~dat in het onderhavige geval Gedeputeerde Staten van Drenthe omtrent het door den raad der gemeente Assen in zijne vergadering van 28 September 1933 vastgestelde herzieningsplan c.a. niet binnen den meergemelden, in artikel 37, sde lid, der Woningwet gestelden termijn eene beslissing, als daarbedoeld, hebben genomen;

~dat daarna omtrent het plan, al moge het door den raad inmiddels nog zijn gewijzigd, eene beslissing als evenbedoeld door Gedeputeerde Staten niet meer had behooren te zijn genomen”.

Bouwvergunning Idaarderadeel

Kon. Besluit 15 Maart 1937, No. 15

Op de voordracht van de Ministers van Sociale Zaken en van Binnenlandsche Zaken heeft de Kroon twee besluiten, onderscheidenlijk van den Raad en van B. en W. van Idaarderadeel betreffende bouwvergunning, vernietigd wegens strijd met de wet.

De Kroon overwoog;

„dat volgens artikel 6, tweede lid, van de Woningwet bouwvergunning moet worden geweigerd indien niet wordt voldaan aan de voorschriften, in artikel 1 vervat:

~dat vorenbedoelde besluiten, blijkens het onderzoek, in onderling verband strekken tot het verleenen van vergunning voor een bouwplan, omvattende splitsing van een huis in twee woningen zoomede, in onmiddellijken samenhang met die splitsing, het maken van een bergplaats ten behoeve van iedere woning;

~dat dit plan, waarvoor Zwat bij één aanvraag vergunning verzocht. m<-de gelet op het doel der verbouwing, als één geheel moet worden beschouwd en als zoodanig moest zijn getoetst aan de voorschriften in dier voege, dat, indien daaraan op eenig punt niet werd voldaan, voor het geheele plan bouwvergunning moest zijn geweigerd;

~dat volgens bedoeld plan achter het te verbouwen huis, waarvan het grondoppervlak 57 bedraagt, slechts een binnenplaats open zou blijven van 5,50 m-, zoodat niet wordt voldaan aan artikel 6 van de bouwverordening van Idaarderadeel, volgens hetwelk ~achter elk gebouw onbebouwd en onoverdekt (moet) worden gelaten een open ruimte, waarvan de oppervlakte tenminste 1/3 gedeelte bedraagt van de oppervlakte van het gebouw”;

„dat de raad van Idaarderadeel nu wel, volgens zijn besluit, vrijstelling heeft verleend van dit voorschrift; maar dat de bevoegdheid tot het geven van vrijstelling volgens de verordening behoort bij burgemeester en wethouders, die daarvan geen gebruik hebben gemaakt:

~dat de onbevoegd verleende vrijstelling het bezwaar tegen het bouwplan niet opheft en de daarvoor, deels in beroep, verleende vergunning mitsdien behoort te worden vernietigd,”

Uitbreidingsplan Spykenisse

Kon. Besluit 2 April 1937, No, 31

Gedeputeerde Staten van Zuid Holland hebben met toepassing van art. 40 der Woningwet voor de gemeente Spijkenisse een plan van uitbreiding I (in onderdeelen) vastgesteld, dat een gedeelte van het grondgebied der gemeente omvat, met een daarbij behoorende bebouwingsverordening.

De gemeenteraad was te voren in gebreke gebleven te voldoen aan de door Gedeputeerde Staten opgelegde verplichting om zelf een uitbreidingsplan vast te stellen, hetgeen noodig werd geacht omdat het ontbreken van een zoodanig plan het bouwen van woningen en andere gebouwen aan aan te leggen straten belette.

Het college van Gedeputeerden droeg de samenstelling van het plan op aan het Instituut Stad en Landschap van Zuid Holland in overleg met de provinciale Gommissie van advies voor de uitbreidingsplannen en den Inspecteur voor de Volkshuisvesting. Tegen het ontwerp-plan zijn geen bezwaren bij hun college ingediend. De Kroon heeft het plan goedgekeurd, overwegende;

„dat, nu de gemeenteraad van Spijkenisse in gebreke is gebleven binnen den door Gedeputeerde Staten krachtens artikel 36, eerste lid, der Woningwet gestelden termijn een plan van uitbreiding voor zijn gemeente, tot de vaststelling waarvan Gedeputeerde Staten met toepassing van artikel 36, 2de lid, der wet den raad hadden verplicht, ter goedkeuring aan Gedeputeerde Staten te onderwerpen.