is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 18, 1937, no 7-8, 1937

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

misch voordeel van deze oriënteering. Hierbij komt nog, dat de straten en binnenterreinen door Zuidzon worden beschenen, wat de opdroging vooral gedurende de wintermaanden ten goede komt.

Afb. 1

Summa summarum dus een indrukwekkende reeks van voordeelen.... ware het niet, dat er van hét gróóte primaire voordeel van gelijke bezonning der beide gevelfronten op de keper beschouwd nu niet zoo héél veel overblijft. Ik stem dan ook ten volle in met diegenen. die de Noord-Zuid richting qualificeeren als de oriënteering, waarbij men goed bezonde straten en binnenterreinen projecteert en slecht bezonde woningen bouwt; woningen namelijk, welke aan beide zijden even weinig, in plaats van even veel zon opvangen en gedurende het geheele winterhalfjaar praktisch nagenoeg geen zon ontvangen. En juist op deze weliswaar zwakke, doch diep in huis doordringende winterzon komt het in ons klimaat aan.

Een en ander hoop ik U duidelijk te kunnen maken aan de hand van de opgenomen grafieken.

Afb. 1 stelt voor de dagboog, welke de zon op onze breedteligging hiervoor is aangenomen de breedte van Amsterdam = N.B. op verschillende tijdstippen van het jaar doorloopt. Hierbij is deze dagboog geprojecteerd gedacht op een verticaal cylindervlak, waarbij het snijpunt van de verticale cylinderas met het horizontale vlak het standpunt van den beschouwer voorstelt.

Vervolgens is dit cylindrisch oppervlak om de Zuidlijn uitgeslagen in een vertikaal tafereel, waarbij dus het Oosten links en het Westen rechts van de Zuidrichting komt te liggen. De afstand tusschen het Zuiden en het

Oosten, resp. Westen zijnde één vierde van den geheelen cirkelomtrek is in 90° onderverdeeld. Evenzoo is de zonshoogte in graden uitgedrukt, waardoor deze projectie-methode i) voor alle breedteliggingen toegepast kan worden. Op 21 Maart en 23 Sept. om 12 uur bedraagt de zonshoogte dus 90° = op 22 December derhalve — 23]/2° = 14° en op 21 Juni + = 61°.

Voorts zijn op dit zonnediagram waaiervormig uitstralende lijnen ingeteekend, welke om het half uur de overeenkomstige zonnestanden verbinden. Aan de hand van deze uurlijnen is het dus mogelijk halfmaandelijks en voor ieder half uur den juisten zonnestand (azimuth en hoogte) in graden uitgedrukt af te lezen.

Dit zonnediagram stelt ons dus in staat voor een absoluut vrijstaand huis, het aantal uren dat de verschillende gevels door de zon worden beschenen, af te lezen. Het is duidelijk dat deze maximale beschijningsduur voor de gemiddelde stadswoning in gesloten bebouwing langs betrekkelijk smalle straten aanmerkelijk wordt bekort door de tegenoverliggende bebouwing. Hiervoor zijn twee verschillende gevallen onderscheiden:

le. een evenwijdig tegenoverliggende bebouwing onderschept het zonlicht (haaks op den eigen gevel) onder een hoek van 15° (zie donkere arceering);

2e. een evenwijdig tegenoverliggende belemmering onderschept het zonlicht onder een hoek van 30° (zie lichtere arceering).

Het eerste geval heeft slechts theoretische waarde, aan-

i) Deze methode werd mij aan de hand gedaan door Ir. W. van Tijen te Rotterdam, die haar op zijn hureau geregeld toepaste.