is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 19, 1938, no 5, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Duitschland

Wetenschappelijke voorlichting inzake volkshuisvesting en stedebouw

De drie groote vereenigingen op dit gebied, de Deutsche Verein für Wohnungsreform, de Deutsche Akademie für Stadtebau. Reichsund Landesplanung en de Deutsche Akademie für Bautechnik, zijn onlangs, zoo blijkt uit een bericht in Die Wohnung van Maart 1.1., officieel erkend als ~Forschungsstelle” van het Rijks- en Pruisische Ministerie van Arbeid. Tegelijkertijd is een taakverdeeling tusschen de drie organisaties tot stand gebracht; de eerste zal de volkshuisvesting en de Siedlung bestrijken, de tweede den stedebouw en de daarmee samenhangende problemen en de derde de bouwtechniek en het bouwbedrijf.

Woningvoorziening

De onlangs verschenen publicatie „Die Entwicklung der Deutschen Bauwirtschaft im Jahre 1937”, uitgegeven door de Deutsche Bauund Bodenbank en de Deutsche Gesellschaft für öffentliche Arbeiten, bevat naast vele andere belangrijke gegevens ook bizonderbeden over den stand van de woningmarkt in Duitscbland. Aangenomen wordt dat bet woningtekort in den loop van bet verstreken jaar niet verder aangegroeid is en dus nog ongeveer millioen woningen bedraagt. Het aantal leegstaande woningen is dan ook zeer gering; in Berlijn bedroeg bet bij den op 10 October 1.1. gehouden telling 0.4% van den woningvoorraad. De maatregelen, die tot leniging van den woningnood genomen worden, herinneren aan de Nederlandscbe woningnoodwetgeving. Voor een aantal gemeenten heeft de Minister verandering van woningen in ruimten van anderen aard van een bizondere vergunning afhankelijk gesteld. Afbraak van gebouwen is ook aan goedkeuring onderworpen. Daarnaast wordt door den Reicbsbund der Hans- und Grundbesitzer met instemming van talrijke openbare lichamen een verplaatsing van huurders voorgesteld, in dien zin dat diegenen, die niet aan een bepaalde woonplaats gebonden zijn, bij groote woningscbaarscbte zullen verhuizen naar plaatsen, waar bet aanbod ruimer is. Eenige gemeentebesturen hebben voor dit doel reeds bekostiging van bet verhuizen aangeboden. Een ander voorstel, tot overbrenging van oude renteniers e.d. naar tehuizen, wordt reeds bier en daar in praktijk gebracht. De bescherming van de huurders tegen opzegging van de buur werd in bet vorig jaar zoodanig uitgebreid, dat praktisch nog alleen groote woningen en bedrijfsruimten daarbuiten vallen. De voorschriften inzake de hoogte der buren werden eveneens verscherpt. De algemeene ..Preisstop-Verordnung” van 26 November 1936. die elke prijsverbooging afhankelijk stelt van een speciale vergunning, bebeerscbt ook de buren.

|Bij een besluit van 27 September 1937 werd een eind gemaakt aan een regeling, die in uitzonderingsgevallen nog huurverhooging zonder vergunning mogelijk maakte. De Rijkscommissaris voor de prijsvorming gaf verder op 12 December 1937 voorschriften, die de huren nog meer aan banden legden. Die voorschriften erkennen voor de oude woningen slechts als volkshuishoudelijk gerechtvaardigd de z.g. wettelijke huur d.i. een hedrag, verhand houdend met i'de huur voor den oorlog. Ingevolge de vroegere huurwetgeving was die wettelijke huur niet bindend, maar konden partijen, inzonderheid de huurders, zich daarop in afwijking van hun contracten beroepen. Thans kunnen de huren hetzij op verzoek van de huurders, hetzij ambtshalve door de overheid, tot de wettelijke huur .worden verminderd. Voor Berlijn is zelfs een algemeene verlaging tot dit peil voorgeschreven. Voor de nieuwe woningen wordt slechts een passende opbrengst als volkshuishoudelijk gerechtvaardigd erkend, waarbij bepaalde percentages voor renten en allerlei onkosten zijn aangegeven. |

De netto-toeneming van den woningvoorraad bedroeg 310.000 tot 320.000, hetgeen ongeveer overeenkomt met het in 1936 bereikte getal, met dit verschil echter dat in 1937 een grooter getal, namelijk rond 300.000 woningen, te danken is aan den nieuwbouw en een kleiner getal op rekening komt van verbouwing en splitsing van bestaande perceelen. Met het cijfer van den nieuwbouw is het niveau van de gunstigste jaren na den oorlog wederom bereikt. In het algemeen kan een verschuiving van de Siedlung naar den étagebouw worden vastgesteld. Men geeft in beginsel nog wel de voorkeur aan de Siedlung, maar erkent tevens dat deze niet overal in toepassing is te brengen en dat de gezonde en goedkoope etagewoning een zeer aannemelijke oplossing kan zijn.

Wat de financiering betreft, valt op te merken dat van de totale bouwsom van 2 milliard RM ongeveer 10% door de overheid gefinancierd is. Echter zijn rond 100.000 nieuwe woningen met Rijksgarantie tot stand gekomen.

Overzicht van tijdschriften

Nederland

Bondsorgaan, No. 52, 26 Maart 1938

Overrompeling bij de toepassing van Woningwetbepalingen, door L. Klawer. Schr. beveelt aan, dat in de Woningwet een bepaling wordt opgenomen, die B. en W. verplicht den eigenaar van een perceel, dat voor onbewoonbaarverklaring in aanmerking komt, gedurende een zekeren termijn in de gelegenheid te stellen daartegen bij hen bezwaren in te brengen, die met het ontwerp-besluit bij den Raad zouden moeten worden overgelegd. Wordt vervolgd.

No. 1, 2 April 1938

Overrompeling bij de toepassing van Woningwet-bepalingen, door L. Klawer. In dit vervolg wordt een voorschrift verdedigd, dat ook bij uitbreidingsplannen en voorschriften voor de bebouwde kom naast de mededeeling in plaatselijke dagbladen en de gebruikelijke bekendmaking individueele kennisgeving aan de eigenaren verlangt.

De Gemeente, No. 8, 15 April 1938

Overheid en sociografie, door Prof. Dr. H. N. Ter Veen. Bij de uitoefening van haar verantwoordelijke sociale taak, met name t.a.v. woningbouw, stedebouw en streekplannen, moge de Overheid zich bewust worden dat daarbij de hulp en voorlichting van de sociografie, de wetenschap, die het groepsleven leert kennen, onontbeerlijk is.

De Maastunnel, No. 5, Maart 1938

Het Diergaardeplan door R. De Rotterdamsche Diergaarde vormt een hindernis voor het doortrekken van verschillende wegen. Hiervoor is nu een oplossing mogelijk geworden, doordat het Maasstation en het goederenstation hij D.P. in de toekomst moeten worden opgeheven en de Spoorwegen grond moeten verwerven ten Noorden van het huidige emplacement, terwijl de Staat een nieuw spoorwegpostkantoor zal moeten bouwen. De belangen van Spoorwegen. Staat en gemeente liepen parallel, waardoor grondruilingen konden totstandkomen. die een oplossing van het stedebouwkundig probleem mogelijk maken. De Diergaarde wordt verplaatst naar een geschikt terrein in Blijdorp en aan haar financieele moeilijkheden wordt tegelijkertijd tegemoetgekomen door een nieuwe organisatie. Een groot gedeelte van den Diergaardetuin blijft evenwel bewaard om het Dijkzigtkwartier met het Station op grootsche wijze te verbinden. Met drie afbb.

No. 6, April 1938

Het oeververbindingsprobleem in 1929 verhelderd door verkeerstellingen. door V. B. Mededeelingen, waaruit blijkt dat in het licht van de tellingen een tweede oeververbinding als zeer urgent moest worden beschouwd, terwijl daaruit ook aanwijzingen konden worden geput voor de plaatsbepaling van de nieuwe verbinding. Met twee grafieken.

Een ~grootsch en veel omvattend plan uit 1834. Het plan van Ir. ]. A. Beyerinck strekte tot verlegging van de Maas ten Zuiden van Feyenoord met het oog op de beveiliging van de stad tegen hooge vloeden. Met een kaartje.

De Magistratuur, No. 154, Maart 1938

Het algemeen uitbreidingsplan van Amsterdam I, door T. Inleiding tot een artikel, waarin mededeelingen over dit plan zullen volgen.

No. 155, April 1938

Item is gheordineert, door Mr. J. Hazenberg. Schr. geeft een aantal voorbeelden van bepalingen uit oude stedelijke keuren, telkens in vergelijking met daarmee verwante bepalingen uit onze Woningwet. Het algemeen uitbreidingsplan van Amsterdam 11, door T. Slot van het artikel uit het vorige nummer.