is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 19, 1938, no 10, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijke functie werkzaam in een andere gemeente, in 1 geval tevens als polderopzichter) door de gemeente-politie 1

door B. en W. zonder specialen ambtenaar ... 2 twijfelachtig 27

Deze laatste gevallen zijn waarschijnlijk voor het meerendeel op te vatten als behoorende tot de groep met een uitsluitend in gemeente-dienst staanden ambtenaar.

14. a. Wordt bij de beoordeeling van bouwplannen ook gelet op de schoonheid?

b. Zoo ja, wie is dan belast met de beoordeeling van bouwplannen in dit opzicht? (Bijv. het bouw~ toezicht of een provinciale schoonheidscommissie ?)

De vraag onder a is slechts ontkennend beantwoord in 18 gevallen. Deze zijn bovendien nog niet alle geheel ontkennend. Althans in verscheidene daarvan wordt medegedeeld dat ~in sommige gevallen” wel op de schoonheid wordt gelet.

De bevestigende antwoorden zijn als volgt verdeeld naar de beantwoording van het onder b gevraagde.

bouwtoezicht 29 provinciale schoonheidscommissie 39 (waaronder enkele, waarbij deze organisatie kennelijk slechts in bepaalde gevallen wordt ingeschakeld) bouwtoezicht en provinciale schoonheidscommissie 10 B. en W 5

(waarvan in êén geval voorgelicht door deskundigen) het Provinciaal Welstandstoezicht in Noord-Brabant

de ontwerpers van het uitbreidingsplan .... 1 de Bond Heemschut 2 de Limburgsche Streekplannendienst 1 twijfelachtig

15. Welke eischen bevat de bouwverordening met betrekking tot wegen, waaraan mag worden gebouwd ?

Deze vraag is opgenomen om een indruk te verkrijgen van de mate, waarin de plattelandsgemeenten op grond van haar bouwverordeningen in staat zijn het onbeperkte bouwen langs landwegen tegen te gaan.

Een gedetailleerd overzicht zou hier weinig zin hebben, aangezien de meeste gemeenten de modelverordeningen hebben gevolgd.

Slechts 12 gemeenten hebben geantwoord dat op het in de vraag bedoelde punt geen eischen zijn opgenomen. In 10 gevallen gaf het antwoord geen voldoende zekerheid. In alle overige gemeenten zijn meer of minder vergaande eischen in de verordening opgenomen. Daarvan zijn er 45, die uitdrukkelijk melding maken van den in stedebouwkundig opzicht belangrijken eisch van aansluiting aan het plaatselijk net van verharde wegen.

16. a./s de bestaande bebouwing verspreid of in overwegende mate samengetrokken in een of meer kommen ?

b. Komt de nieuwe bebouwing tot stand aan bestaande wegen in of onmiddellijk bij de kom (kommen), aan nieuw aan te leggen wegen in

aansluiting hieraan, of cp grooleren afstand van de kom (kommen) langs bestaande wegen?

Deze vragen zijn gesteld om iets te weten te komen omtrent de mate, waarin de uitbreiding ten plattelande geconcentreerd is.

be antwoorden op vraag a waren aldus verdeeld

overv/egend samengetrokken in kommen .... 34

deels verspreid, deels samengetrokken 46 verspreid ... 34

twijfelachtig f

De antwoorden op vraag b vertoonen het volgende beeld.

bebouwing aan bestaande wegen onmiddellijk bij de kom 40

idem aan nieuwe wegen bij de kom 7

zoowel langs bestaande wegen als aan nieuwe wegen bij de kom 16

op grooteren afstand van de kom langs bestaande wegen 2 deels bij de kom, deels aan bestaande wegen op grooteren afstand daarvan 29

deels aan nieuwe wegen bij de kom, deels aan bestaande wegen op grooteren afstand daarvan . . 2 op alle genoemde manieren 8

twijfelachtig 6

Deze uitkomsten geven den indruk dat de nieuwe bebouwing in sterker mate een geconcentreerd karakter heeft dan de oude.

H. V. d. W.

Praeadviezen over de volkshuisvesting ten plattelande

Praeadvies Mr. H. W. Bloemers

De wensch van het bestuur van het Ned. Instituut voor Volkshuisvesting en Stedebouw om een beeld van den toestand der volkshuisvesting ten plattelande te geven is ongetwijfeld geïnspireerd door wat tevens de grootste moeilijkheid is bij het verwezenlijken van dezen wensch: n.i. het gemis aan actueele statistische gegevens en het ontbreken van literatuur, die voldoende algemeen en ook alweer • actueel is om daaruit conclusies te trekken, die voor de nabije toekomst van waarde kunnen ~T. . j 1

Terecht heeft het bestuur van het Instituut dan ook gemeend, dat een enquête onder een representatief aantal gemeentebesturen onmisbaar zou zijn als uitgangspunt voor verdere beschouwingen. De resultaten dezer enquête zijn hiervoren aan een algemeene analyse onderworpen en deze analyse zal thans dienen te worden geconfronteerd met de resultaten, die de enquête heeft gehad in het mij toebedachte gedeelte des lands. De uitkomsten van deze vergelijking zullen m.i. echter met zeer veel reserve moeten worden aanvaard en gevolgtrekkingen daaruit zullen slechts met groote omzichtigheid mogen worden gemaakt. Ondanks mijn uiteraard onvolledige locale kennis van het door mij te bespreken gedeelte des lands heeft mij bij het bestudeeren der en-