is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 20, 1939, no 5, 1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afnam wordt in het verslag niet verklaard; wel wordt gewezen op de mogelijkheid dat bij anderen inwonende gezinnen zelfstandig zijn gaan wonen en dat door clandestiene splitsing ontstane woningen leegstaan, wat niet in de administratie van den woningvoorraad tot uitdrukking komt.

Bij splitsing van den woningvoorraad naar de huurklassen blijkt het hoogste cijfer der leegstaande woningen voor te komen in de laagste huurklassen, beneden f. 4 huur per week, namelijk 10,09 %. Ook hier daalt het percentage, wat deels een gevolg is van de daling van het absolute cijfer, deels van een toeneming van het aantal woningen in deze huurklasse door huurverschuiving naar de laagste groepen. Van de 4404 hofjeswoningen stond zelfs 16,55 % leeg. Laat men de hofjeswoningen, die in het algemeen minder gewild zijn, buiten beschouwing, dan was het percentage leegstaand in de groep beneden f. 3 per week 2,24, in de groep van f. 3 tot f. 3,50 4,54 en in de groep van f. 3,50 tot f. 4 5,48.

In alle jaarhuurklassen, behalve die van f. 700 tot f. 800, f. 1200 tot f. 1600 en f. 2000 en hooger daalde zoowel het aantal als het percentage der leegstaande woningen.

Na de hofjeswoningen blijken de 2e etage- en hooger geleger woningen het slechtst verhuurbaar.

Streekplancommissie voor Utrecht en omgeving

De gemeenteraad van Utrecht heeft zich na vrij langdurige beraadslagingen vereenigd met het voorstel van B. en W. inzake de medewerking aan een in te stellen streekplancommissie, waarvan wij melding hebben gemaakt in het vorige tijdschriftnummer.

Buitenland

Engeland

Volkshuisvesting

Na het overzicht, dat wij verleden jaar ontleenden aan het Jaarverslag van het Ministerie van Volksgezondheid (zie het Januari-nummer 1938), valt over de ontwikkeling van de volkshuisvesting in Engeland gedurende het laatste jaar op sommige punten wederom nieuws te vermelden. Wij laten hier eenige mededeelingen volgen, die wij in hoofdzaak ontkenen aan het laatste jaarverslag van de National Housing and Town Planning Council en inzonderheid aan een daarin afgedrukte rede van den Minister van Volksgezondheid, Walter Elliot.

Een van de hoofddoeleinden van de Engelsche woningpolitiek blijft nog steeds de krotopruiming, overeenkomstig het bekende programma, dat een tijdvak van 5 jaar omvatte, beginnende met 1934. In het laatste jaar is de omvang van dit programma opnieuw belangrijk vergroot; het beoogt nu de opruiming van niet minder dan 464.000 woningen, d.i. 66 % meer dan het aanvankelijk geraamde cijfer. Het aantal woningen, dat tot October 1.1. begrepen was in besluiten tot opruiming, bedroeg 267.000.

Wat den strijd tegen de overbevolking tweede hoofddoel van de woningpolitiek in Engeland aangaat, is het van belang dat overal de data zijn vastgesteld, waarop nieuwe overbevolking een overtreding zou vormen. Sinds in 1936 de Overcrowding Survey werd gehouden, is al een aanmerkelijke verbetering ingetreden. Het cijfer van de overbevolking vertoont blijkens de rapporten van het Toezicht op de Volksgezondheid over 1937 een daling van 20 a 35%, uiteenloopend in verschillende groepen van gemeenten. Dit blijkt vooral bevorderd te zijn door samenwerking tusschen plaatselijke autoriteiten en huiseigenaren, waardoor verplaatsing van huurders werd bereikt. Het aantal woningen, dat voor de bewoners van overbevolkte woningen gebouwd werd, is nog gering; het was tijdens de rede van den Minister (November 1938) 15.000. Waarschijnlijk zal dit aantal in de naaste toekomst zeer aangroeien, doordat de bijdragen voor woningbouw voor dit doel verhoogd zijn. De Housing (Financial Provisions) Act, 1938, stelt uniforme bijdragen beschikbaar, ongeacht of de woningen dienen ter vervanging van krotten dan wel ter bestrijding van overbevolking. De Rijksbijdrage voor laatstgenoemd doel, die vroeger in normale gevallen £ 5 per woning gedurende 20 jaar bedroeg, is nu verhoogd tot £ 5.10. gedurende 40 jaar. Hierbij komt nog een gemeentelijke bijdrage van de helft van laatstgenoemd bedrag.

Een ander onderdeel van het woningvraagstuk, waaraan in Engeland meer dan vroeger zorg wordt besteed, is de huisvesting op het platteland. De genoemde wet stelt een aanzienlijke bijdrage in het vooruitzicht voor woningbouw op het platteland, namelijk van £ 10 per woning, aangevuld door bijdragen van de districts- en graafschapsraden, elk van £ 1. Deze bijdragen zijn niet beperkt tot woningen ter vervanging van krotten of ter bestrijding van overbevolking. Gekapitaliseerd is het bedrag van dezen steun £ 250, wat een huur mogelijk maakt van 3 s tot 4 s per week. In streken waar de bouwkosten abnormaal hoog zijn. kan de Rijksbijdrage zelfs £ 12 per jaar worden. In gevallen, waarin de overheid van oordeel is dat de woningbouw voor de agrarische bevolking beter door particulieren dan door de overheid zelve kan geschieden, kunnen ook aan dezen bijdragen worden verleend.

Een andere zijde van hetzelfde vraagstuk betreft de verbetering van bestaande woningen ten plattelande. De geldende regeling, die de plaatselijke autoriteiten machtigt tot Vs van de kosten van verbetering tot maximaal £ 100 per woning voor haar rekening te nemen, is weer voor 4 jaren verlengd. Die regeling is nu 12 jaar toegepast en heeft tot de verbetering van ruim 20.000 woningen geleid. Gedacht is vooral aan constructieve verbeteringen, zooals vernieuwing van muren en daken, vergrooting van ramen; aan uitbreiding, zooals het bouwen van een nieuwe slaapkamer, een waschplaats, e.d., aan watervoorziening en -afvoer en sanitair.

Ten slotte moet vermeld worden dat een nieuwe hurenwet in den loop van 1938 van kracht werd, de Increase of Rent and Mortgage Interest (Restrictions) Act, 1938. De geldigheidsduur van de vroegere wet liep namelijk in dat jaar af. In het algemeen zijn thans woningen met een belastbare huurwaarde boven £ 35 in Londen en £ 20 daarbuiten aan beperkingen onttrokken.

Overzicht van tijdschriften

Nederland

De 8 en Opbouw, No. 7, 1 April 1939

De bebouwing van het Damplantsoen. Eenige opmerkingen van de redactie, met afbeeldingen toegelicht.

No. 9, 29 April 1939

De chaos der bouwverordeningen, door I. W. F. N. Keulemans. Aan de hand van een aantal voorbeelden, samengevat in tabelvorm, wijst schr. op de ongerijmde verschillen in de eischen der bouwverordeningen. Normalisatie zou ook voor de productie van bouwmaterialen groote voordeelen brengen.

Bondsorgaan, No. 2, 8 April 1939

Regelen voor het in bouwexploitatie brengen van gronden door particulieren, door Mr. K. J. van Nieukerken. Bespreking van het bekende boekje onder dezen titel, uitgegeven door de N.V. Samsom. V/ordt vervolgd.

No. 3, 15 April 1939

Huur en inkomsten van huurders van Overheidswoningen, door L. Klawer. Uiteenzetting naar aanleiding van de jongste circulaire van den Minister over deze aangelegenheid.

Regelen voor het in bouwexploitatie brengen van gronden door particulieren, door Mr. K. ]. van Nieukerken. Vervolg.

Bouwbedrijf en Openbare Werken, No. 9, 28 April 1939

Woningen voor Ouden van Dagen ~Gysbert Bakker", door Ir. M. E. H. Tjaden. Beschrijving met plattegronden en foto’s van een complex van 31 woningen voor ouden van dagen van het fonds Gysbert Bakker, aan den Postjesweg bij den Hoofdweg te Amsterdam.

De Gemeente, No. 8, 15 April 1939

De gemeente en de volkshuisvesting, door A. J. A. Rikkert. Kort, populair geschreven overzicht.