is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 20, 1939, no 12, 1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die hieraan niet voldoen, gaan langzamerhand tot de ongewilde behooren.

In verband met een door Mevrouw van der Pek aangehaalde uitlating van den architect Boeken betreffende het verschil in aesthetisch opzicht tusschen de bebouwing die verdwijnt en de nieuwe, merkt spr. op, dat dit verschil uitsluitend het uitwendige betreft. Ook in aanmerking nemende de bezuiniging op den overheidsdienst moet men voortgaan met dit werk; de ambtenaren, die hiermee belast zijn, brengen hun geld op.

Ten slotte heeft de praeadviseuse een pleidooi gehouden voor het vrouwelijk woningtoezicht. Spr. vraagt zich af, of vrouwen onder alle omstandigheden voor dit werk aangewezen zijn. Het is niet uitgesloten dat sommige vrouwen gemakkelijker van een mannelijk ambtenaar dan van een woningopzichteres aanmerkingen aanvaarden.

Het is bekend, dat in een bepaalde gemeente certificaten worden uitgereikt, waaruit blijkt dat een gezin luisvrij is. Zou men dit niet kunnen uitbreiden tot een goede bewoning? Komende tot het praeadvies van den Heer van Saane merkt de Heer Tjaden op, dat het hem zeer verheugd heeft dat een bouwondernemer de daarin ontwikkelde denkbeelden verdedigt. Ook voor de wijze, waarop hij zijn bedrijf uitoefent, brengt spr. den Heer van Saane woorden van grooten lof. Dezelfde conclusie, waartoe deze praeadviseur komt, namelijk de wenschelijkheid van groote en goed geoutilleerde bouwbedrijven, is ook in het mede door het Instituut gepubliceerde rapport van de Commissie voor de Goede en Goedkoope opgenomen. Spr. stipt met instemming nog enkele hoofdpunten uit het praeadvies van den Heer van Saane aan, met name de mogelijkheid van verlaging van den bouwprijs, welke door de stichting van de bedoelde groote bedrijven zou ontstaan, en de zware lasten, die de tegenwoordige financiering meebrengt. Het is jammer dat het onderwerp van het praeadvies van den Heer Bakker Schut ]r. aan het algemeene onderwerp van dezen dag gekoppeld is. De denkbeelden van den praeadviseur vertoonen verwantschap met de door den Heer Sickesz in zijn brochure ~Quo Vadis" verdedigde. Spr. heeft den Heer Sickesz op dit praeadvies gewezen en daarop van hem een uitvoerig antwoord ontvangen, waaruit hij enkele passages voorleest. Opmerking verdient dat er een belangrijk verschil bestaat, in zooverre de Heer Bakker Schut ]r. alleen slechte woningen wil afbreken, terwijl de Heer Sickesz ook woningen, die nog wel bruikbaar zijn, zou willen doen verdwijnen. Een hoofdmoment in het betoog, dat de Heer Sickesz in zijn brief geeft, is de groote toeneming van de geldcirculatie, die van nieuwbouw het gevolg zou zijn, en wel tot een bedrag van 6 a 7 maal de bouwsom. Spr. zou het zeer toejuichen als het Instituut nog een afzonderlijke vergadering zou houden over dit onderwerp en daarin den Heer Sickesz gelegenheid gaf zijn denkbeelden uiteen te zetten.

Hierna wordt gepauzeerd.

In den namiddag wordt de vergadering heropend. Het woord is allereerst aan den Heer J. RUSTIGE.

Het heeft spr. verbaasd dat de praeadviezen in deze vergadering zoo welwillend ontvangen zijn. Na de lezing van de praeadviezen en van het artikel van den Heer Klawer in Huis- en Grondeigendom, in het bizonder over het praeadvies van den Heer van Saane, had spr. felle critiek in de vergadering verwacht. De bedrijfsvorm, dien de Heer van Saane verdedigt, sluit het kleinbedrijf uit. Daardoor is dit denkbeeld alleen toepasselijk voor de groote steden. Spr. vraagt den praeadviseur hoe hij zich de voorziening in de kleine steden en op het platteland voorstelt. Men mag het niet zoo voorstellen alsof de nieuwbouw automatisch tengevolge had dat de oudere woningen leeg liepen. Want als deze behoorlijk waren geëxploiteerd, was er wel geld geweest om ze op peil te brengen! Nu wil men tegen de overheid leunen om uit de moeilijkheden te komen, maar deze draagt hieraan geen schuld. Het opnemen van te hooge hypotheken heeft het ontstaan van ongewilde woningen mede in de hand gewerkt, doordat het ten gevolge had dat de middelen voor verbetering ontbraken. Spr. maakt een parallel met de bezitters van een auto. De overheid steunt deze bezitters toch ook niet, als hun auto's niet meer modern zijn.

Er moet komen een samenwerking tusschen kapitaalverstrekking, grondexploitatie en bouwexploitatie. Een oplossing in deze richting zal steunverleening overbodig maken.

Naar aanleiding van een door den Heer Wilkens geuite klacht over moeilijkheden bij de uitbetaling van een premie te Amsterdam merkt spr. op, dat de betaling uiteraard niet geschiedt, als er iets aan de rekening hapert. Overigens geschiedt de betaling op de meest vlotte wijze.

De kwestie van de canonberekening is ook aangeroerd. Nu is het opmerkelijk, dat het woord canon bij de behandeling van deze begrooting in den Amsterdamschen raad niet is genoemd. De oorzaak hiervan ligt in de stijging van den rentestand, waardoor het praktische belang van het vraagstuk is verdwenen. Er is thans gezegd dat een herziening om de vijf jaar wenschelijk zou zijn, maar hoe moet het dan gaan bij verkoop van een perceel in het vierde jaar? De kooper heeft dan immers geen zekerheid over den omvang van de lasten, die hij op zich neemt. Dit systeem zou dan ook den handel belemmeren. Spr. zou daarom liever een herziening hebben over veel grootere tijdvakken, bijv. om de 20 of 30 jaar. Men mag ook niet vergeten dat het vraagstuk een anderen kant heeft, namelijk het herstel van te lage canons, wat eveneens mogelijk moet zijn. Anders krijgt men een stelsel van eenzijdig leunen op de overheid, dat uit den tijd is.

Wat het onderhoudsvraagstuk betreft, moet men oppassen dat men niet alles centraal gaat regelen en dat de eigenaren afwachten wat er van het centrale punt uit gebeurt. Hier kan juist elke eigenaar rationeel handelen. De particulieren zullen moeten gaan beseffen, dat waardedaling, naar mate hun huizen ouder worden, normaal is. Men neemt echter veeleer stilzwijgend aan, dat de waarde met den tijd nog zal stijgen.

De instelling van een centraal onderhoudsfonds zou leiden tot socialisatie. Ook moet men niet alle risico s willen opheffen. Het leven zonder risico is weinig aantrekkelijk. Het overdragen op de overheid beteekent dat de belastingbetalers ten slotte de lasten dragen. Naar aanleiding van het in de ochtendvergadering geciteerde rapport, waarin ook de conclusie van de wenschelijkheid van groote gerationaliseerde bouwbedrijven getrokken is, wijst spr. erop dat de Heer van Saane daarnaast ook een rationalisatie van de exploitatie voorstaat.

De Heer S. J. MOOK wijst erop dat geen der praeeidviseurs het vraagstuk gezien heeft vanuit den gezichtshoek van de overproductie van woningen, hoewel in de inleiding, die aan de praeadviezen vooraf gaat, wel verband met dit verschijnsel wordt gelegd. De Heer van Buuren maakt bezwaar tegen de premieregeling, inzooverre deze financieelen steun aan de eigenaren in het vooruitzicht stelt voor woningverbetering, die ingevolge de Woningwet van hen gevorderd kan worden. Dit is evenwel in hoofdzaak slechts mogelijk als de desbetreffende bepalingen niet zijn gehanteerd. Bovendien mag men vooral niet vergeten, dat de moeilijkheden grootcndeels voortkomen uit factoren, die buiten de exploitatie zelve liggen. Talrijke eigenaren zijn dan ook geen onwilligen, maar veeleer gedupeerden. Er kan geen enkel bezwaar tegen zijn dat de overheid deze groep wil helpen, vooral niet als daardoor tevens het algemeen belang gediend wordt. 1 .. 1. 1 T T _ T) l_ f.f.%10/-.1 fsmr»

Dc werkwijze, die de Heer van Buuren aanbeveelt voor stelselmatige woningverbetering, heeft het nadeel van verdere overheidsbemoeiing, die de verantwoordelijkheid van de eigenaren dreigt te verslappen. Wil men, zooals de praeadviseur voorstelt, gegadigden tijdig op de hoogte brengen van de kosten, die hun door een latere aanschrijving wachten, dan zal men ook den aspirant-kooper bij onderhandsche verkoopen op korten termijn de noodige inlichtingen moeten veischaffen. Spr. beveelt nadere bestudeering van deze denkbeelden uit het pracadvies aan. ~ ~ , _ – w 1 I . 1 1 _ . _ J L X j, 4\ I w-

Met het praeadvies van Mevrouw van der Pek kan de Heer Mook zich geheel vereenigen. Inderdaad is de bewoning een belangrijke factor, die tot teleurstelling kan leiden bij moderniseering van de

woningen. Tegenover het praeadvies van den Heer van Saane moet spr., in groote lijnen gezien, vierkant stelling nemen. Op ongefundeerde wijze heeft de praeadviseur tal van zijn vakgcnooten gedisqualificeerd. Het is ongerijmd dat de praeadviseur eenerzijds de overproductie van woningen, een verschijnsel van de laatste jaren, als onmiskenbare oorzaak van achteruitgang van woningen aanwijst en andererzijds concludeert, dat de huidige woningvoorziening voor dit euvel aansprakelijk gesteld moet worden. Het door praeadviseur gedachte bedrijf moet noodzakelijk regelmatig kunnen doorwerken en dus eveneens regelmatig de noodige millioenen kunnen aantrekken. In tegenstelling met spr. vertrouwt de praeadviseur, dat financiers hiertoe zullen medewerken, indien hen een commissarisplaats in de onderneming wordt toegewezen. De zekerheid, die de kleine bedrijven aan geldgevers bieden in den vorm van de overwaarde der onderpanden en het persoonlijk vermogen van de geldleeners, acht spr. echter meer waard. De financieringskosten, waarvan het praeadvies spreekt, veroorzaken geen verhooging van de stichtingskosten met 10%, maar als ongunstig maximum en zeker niet algemeen met 5 %, de rente tijdens den bouw buiten beschouwing latende. Hierop