is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 21, 1940, no 5, 1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun taak de noodige stuwende kracht op de gemeentebesturen te kunnen uitoefenen. Vooral indien zal worden overgegaan tot stelselmatige onbewoonbaarverklaring en krotopruiming, is aanstelling van adjunct-inspecteurs, althans voor eenige jaren van groot belang. Dit is vooral het geval, zoolang in de gemeenten op het platteland het bouwtoezicht onvoldoende is.

Districts-woninginspectrices

In vele gezinnen ontbreekt nog veel aan een goede wijze van bewoning. De bewoners weten geen partij te trekken van de voordeelen en gemakken, welke de woning biedt en gebruiken de verschillende ruimten voor andere doeleinden, dan waarvoor zij bestemd zijn. De reden hiervan is gelegen in onkunde en in vasthouden aan primitieve woonzeden (b.v. het gebruik van bedsteden). In het bijzonder geldt dit van a-sociale gezinnen. Practische voorlichting van bekwame vrouwelijke krachten kan hier veel goeds doen. zooals de ervaring in de groote steden en in de laatste tijden de in sommige streken bestaande huishoudelijke voorlichting ten plattelande en de in dit opzicht door het Departement van Economische Zaken georganiseerde dienst, als onderdeel van den dienst Steun aan kleine boeren, heeft bewezen. De keuze van de medewerksters is van groot belang. Het werk eischt veel tact; de gezinnen moeten niet het idee ontvangen, dat zij onder voogdij staan. Daarom is dit een taak voor betaalde, jonge krachten, die een opleiding voor dit werk hebben genoten, b.v. aan een school voor maatschappelijk werk en over het noodige enthousiasme voor den arbeid beschikken. Het spreekt van zelf, dat het allerminst de bedoeling is, met deze uitspraak iets te kort te doen aan de geschiktheid en bekwaamheid van oudere krachten, die op dit gebied reeds werkzaam zijn, en met veel succes.

Twee mogelijkheden staan in dezen open: een zuivere woninginspectrice voor een groot gebied, of een sociale werkster voor kleineren kring, die ook ander sociaal werk verricht. De keuze tusschen deze mogelijkheden hangt af van plaatselijke omstandigheden. Misschien zou een oplossing kunnen worden gevonden door een woninginspectrice te verbinden aan den dienst van het bouw- en woningtoezicht, ingericht in den vorm, zooals hiervoren is uiteengezet. De kosten, aan de aanstelling van woninginspectrices verbonden, zullen voor een deel kunnen worden teruggevonden in besparing op de onderhoudskosten. en voor het overige in vermindering van de overheidskosten op ander gebied van sociale voorzorg en zorg.

Woningcommissies

De instelling van woningcommissies zou beteekenen de herleving van de vroegere gezondheidscommissies. Het resultaat dier commissies liep zeer uiteen, en was geheel afhankelijk van de personen, die de commissie vormden. Het groote voordeel was, dat personen uit verschillenden kring in het sociale werk konden worden ingeschakeld. Een woninginspectrice of sociale werkster zou van een dergelijke commissie veel steun bij haar werk kunnen ondervinden. Voor de inspecteurs van de volksgezondheid zouden de commissies ook van nut kunnen zijn voor het inwinnen van politiek-onafhankelijk advies. Het ressort van de commissies ware gelijk te stellen met de kringen van het gemeenschappelijk bouw- en woningtoezicht.

Inschakeling gemeenteartsen

Hoewel de gemeenteartsen door hun werk dikwijls met slechte woningtoestanden en de gevolgen daarvan in aanraking komen, schijnen zij zich niet gedrongen of geroepen te gevoelen, van hun ambtelijke positie gebruik te maken, om die toestanden ter kennis te brengen van instanties, die daarin verandering kunnen brengen. Contact met de woninginspectrice of sociale werkster of eventueelé woningcommissie zou daarin wellicht eenige verbetering kunnen brengen. Ook dienen de gemeentebesturen de gemeenteartsen meer in hun actie in dezen te betrekken.

Positieve normen bestaande woningen

Men moet hierin onderscheiden twee punten: bepalingen omtrent de bewoning en omtrent de woning.

In de bouwverordening bestaan als regel ten opzichte van de bewoning voldoende bepalingen. Zij blijven echter bijna zonder uitzondering een doode letter. Nauwgezette handhaving stuit af op te groote practische bezwaren. Toch zou optreden in vele gevallen gerechtvaardigd en nuttig zijn. Geregeld woningonderzoek is daarvoor noodig. Verbetering van het bouw- en woningtoezicht en aanstelling van een woninginspectrice kan hierin van veel nut zijn.

Ten aanzien van het tweede punt bevat de bouwverordening meestal voldoende bepalingen. Het is in vele gevallen mogelijk door het aanbrengen van verbeteringen van betrekkelijk geringen omvang de bewoonbaarheid der woning zeer te verhoogen: financieele bezwaren kunnen voor een belangrijk deel worden ondervangen door toepassing van de bepalingen omtrent de premie voor verbetering van woningen en zoo noodig door het geven van een voorschot, als bedoeld in artikel 51 der Woningwet. Voor een systematische toepassing is echter een woningonderzoek noodig.

Vastgesteld in de op 8 Januari 1940 gehouden vergadering der commissie.

Namens de Commissie voor de verbetering der volkshuisvesting ten plattelande (w.g.) G. Boelens, Voorzitter (w.g.) T. v. Wijland, Secretaris

Het Bouw- en Woningtoezieht op het platteland ‘)

door Ir. W. Gijzen

In het November- en December-nummer 1939 van dit blad gaf de Heer Mr. ]. Kruseman een uitvoerige uiteenzetting van de onbevredigende toestanden op het platteland, inzake bouw- en woningtoezicht. Dit zeer duidelijke betoog van dezen geachten deskundige laat weinig ruimte over voor optimisme. Misschien mag ik hier op grond van vele jaren plattelands-praktijk nog een enkel woord aan toevoegen.

Ik laat nu de niet zeldzame gevallen, dat het bouw- en woningtoezicht wordt uitgeoefend door den dorpsveldwachter of door dorpsaannemers bij toerbeurt maar buiten beschouwing.

Wat verstaat men in andere kleine gemeenten meestal onder bouwen woningtoezicht? In de meeste gevallen vindt men, dat men al zeer ver gaat als men alle ingekomen bouwaanvragen naziet en registreert (dit vooral met het oog op de te betalen leges).

Van geregelde bouwcontróle komt gewoonlijk niet veel terecht. Men bedenke dat de z.g, kleine gemeenten dikwijls een groote uitgestrektheid omvatten.

Ik vrees nu. dat de voorgestelde samenwerking van meerdere kleine gemeenten nog meer aanleiding zal geven deze bouwcontróle te verwaarloozen. Een van twee, deze controle is noodig of ze is het niet. Maar als ze noodig is voor de stad, dan is ze zeker niet minder noodig voor het platteland, dat zuinig en achterlijk is. Dit mag m.i. geen kwestie van meer of minder ruime middelen zijn.

Maar zelfs indien het bouw- en woningtoezicht aan redelijke eischen voldoet (in welke kleine gemeente is dit het geval?), is men dan gered?

Wat heeft men aan goede woningen, als de terreinen slecht gekozen zijn, als de grond drassig is, de wegen slecht, de stank van slooten ondraaglijk, de onderlinge ligging ondoelmatig, als de rioleering een toekomstdroom is, die door de groote afstanden later niet te verwezenlijken is, als winkels en scholen bij gebrek aan goede kernvorming versnipperd en verspreid liggen, om van openbare verlichting maar niet te spreken.

Men klaagt zoo dikwijls over ontvolking van het platteland, maar wat doet men eigenlijk om hen die er blijven te gerieven? Moet de bouw- en woningdienst op het platteland niet samengaan met een behoorlijken dienst van gemeentewerken? Is het werkelijk zoon luxe, dat elke gemeente, of combinatie van gemeenten, één goeden deskundige heeft met volledige bevoegdheid, zoowel voor het een als voor het andere?

Men heeft op het platteland tientallen vraagstukken op stedebouwkundig gebied, voor wegenbouw, rioleering, vuilafvoer, plantsoen dienst, brandweer, luchtbescherming, zuivering van afvalwater, woningbouw, grondbedrijf, woningpolitiek, krotopruiming, enz. enz. Groote gemeenten hebben voor elk onderdeel een expert, maar op het platteland zoekt men naar een goedkoopen aankomend opzichter, die dan alleen voor alle puzzles komt te staan.

Elke gemeente heeft in deze moderne tijden een taak op sociaal, economisch en hygiënisch gebied: kan ze deze taak niet naar behooren vervullen, dan heeft de kleine gemeente geen bestaansrecht. Positie en salaris van burgemeester, secretaris en ontvanger worden

1) Wegens overvloed van copie kon de Redactie tot haar spijt dit artikel eerst nu plaatsen.