is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 21, 1940, no 9, 1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met loodrecht daarop de lijn Kopenhagen—Berlijn—Leipzig—München, enz. Vervolgens worden de aanwezige centra onderzocht naar hun ligging ten opzichte van deze zwaartelijnen en van elkander, en worden de mogelijkheden vastgesteld voor de uitbreiding en de ontsluiting van plaatsen voor cultureele en recreatie-doeleinden. Dan komt een verdeeling van de afzonderlijke opgaven over de aanwezige of nog te stichten steden en dorpen. Daarmede zijn grondslagen gegeven voor de architectonische vormgeving van de nederzettingen en wordt een werkelijk verkeerssysteem ontworpen ter verbinding van een en ander. Ten slotte worden op deze wijze ook gezichtspunten verkregen voor de administratieve indeeling. Deze gedachtengang wordt in het kort voor het genoemde gebied nader toegelicht. Met een kaartje.

Eine Werksiedlung. Een serie van 26 afbeeldingen van een hij een industrieel bedrijf behoorende kolonie, met toelichting, De grootte der plaatsjes loopt uiteen van 900 tot 1700 m^.

Neue Berliner Wohnhausbauten, nebst einigen Anmerkungen über den Wohnungshau, door Alfons Leitl. Nadat nog voor kort een sterke strooming bestond, die den étagebouw wilde terugdringen ten gunste van de Siedlung, is nu het getij weer gekeerd. Gedeeltelijke vulling van den werktijd in den eigen tuin is thans overbodig, terwijl ook de massale woningbehoefte en in Berlijn ook de wensch tot een representatieven uitbouw van de Rijkshoofdstad het meergezinshuis op den voorgrond brengt, In het Noorden van Charlottenburg ontstaat een woonstad van 8000 woningen, die als voorbeeld voor de komende vormgeving in den Berlijnschen woningbouw gedacht is. Zij hebben o.a. groote onverdeelde vensters, loggia’s en doorloopende balcons met betonnen borstwering. Wat de beste woningplattegronden betreft, wijst schr. op de ontwerpen, die in samenwerking met het technisch bureau van de Gemeinnützige Siedlungs- und Wohnungshaugesellschaft Berlin, zijn uitgewerkt. Het oppervlak van de woningen varieert van 43 tot 66 m-. De woonkamers zijn in het algemeen 16 tot 18 m-. De kooknis is niet in toepassing gebracht. Er is integendeel een afzonderlijke keuken, ter grootte van gemiddeld 8 m-, De voordeelen van het kuipbad hebben tot de inrichting van volledige badkamers geleid. De gemeenschappelijke waschkeukens worden bij bouw in drie en meer verdiepingen algemeen onder het dak, samen met droogruimten, ingericht. Met foto's, situatie en plattegronden.

■, No. 8, Augustus 1940

Raumordnung, Aufgabe und Beispiel, door Karl Koster. Schr. vergelijkt de ruimtelijke ordening met de oecologie, dat deel van de biologische wetenschap, dat de betrekkingen der organismen tot de omgeving en tot elkander bestudeert, en licht zijn zienswijze toe aan de hand van een voorbeeld, de ruimtelijke ordening van het Sulmdal, een zijdal van den Neckar bij Heilbronn. De uiteenzetting, die door eenige kaartjes en andere afbeeldingen wordt toegelicht, demonstreert duidelijk de veelomvattendheid van de ruimtelijke ordening in de Duitsche beteekenis van het woord. Opmerkelijk zijn de weerkundige onderzoekingen. Getracht wordt de nachtvorstschade door den aanleg van stuwmeren en door windschermbeplantingen te beperken.

Ranmforschung und Raumordnung, No. 5, 1940

Nationalsozialistisches Bauschaffen in der Gestaltung des deutschen Lcbensraumes, door Paul Steinhauser. Korte principieele uiteenzetting. De nieuwe wereldbeschouwing brengt den Duitschen mensch ertoe overal te zoeken naar uiterlijke teekenen van de grootheid, waarvan hij zich bewust is geworden, en waar hij deze niet vindt, dringt zij hem tot scheppenden arbeid. Aan dit streven is niet slechts het enkele bouwwerk onderworpen, maar de geheele levensruimte van het volk.

Die Gestaltung der Gemeinschaft aus Raum und Volk, door Karl Neupert. Eveneens een principieele beschouwing, waarbij een groot aantal afbeeldingen gevoegd zijn, die een kijk geven op plattegrond en stadsbeeld van eenige Duitsche steden en op goede en verkeerde oplossingen van de uitbreiding.

Die Wohnung, No. 6, Juni 1940

Das neue Recht der gemeinnützigen 'Wohnungswirtschaft, door Werner-Meier. Verslag van een lezing. De uitvoerige uiteenzetting laat zich moeilijk excerpeeren.

Die Siedlungen Friedrichs des Grossen und das nationalsozialistische Siedlungswesen, door Dr. Theodor Steimle. Het artikel beschrijft het kolonisatiewerk van Frederik den Groote.

■, No. 7, Juli 1940

Kraftwagen und Wohnreform, door Dr. Roland Rainer. De auto heeft de verstrooiing van de stedelijke bebouwing langs de verkeerswegen begunstigd. Te verwachten is ook een bevordering van de ontwikkeling der kleine steden en steden van middelbare grootte. Een moeilijkheid is de groote afstand van woning tot garage. In nieuwe bouwblokken is deze afstand door de stichting van een garageruimte in elk blok tot 100 a 150 m te beperken. Bij eengezinshuizen leidt het veelvuldige gebruik van auto's tot hoogere straatkosten. Schr. wijst op een oplossing, waarbij de eengezinshuizen aan een niet berijdbaren woonweg van 100 tot 150 m lang komen te liggen, terwijl de gezamenlijke garage ontworpen is aan den ingang van dezen woonweg, die loodrecht op den rijweg gedacht is. Met twee afbb.

Entwicklung der Bodenpreise, door Dr. Ing. Erich Sprengel. Critiek op de serie artikelen over dit onderwerp van Vespermann.

Wetten, Besluiten, enz.

Maatregelen ter besparing op bouwmaterialen

Circulaire van den Regeeringscommissaris voor den 'Wederopbouw van 21 Augustus 1940, afd. Materialen, no. 4237 11, aan de gemeentebesturen.

De mogelijkheid tot uitvoering van bouwwerken en tot opvoering der werkgelegenheid in de bouwbedrijven hangt ook in normale omstandigheden ten nauwste samen met de materialenvoorziening.

In de tegenwoordige bijzondere tijdsomstandigheden, waarin deze materialenvoorziening in menig opzicht gebonden is aan beperkingen, zal een voorziening in een doelmatige verdeeling en een nuttig verbruik van de bouwstoffen uit den aard der zaak de totale bedrijvigheid in de bouwvakken in het algemeen en in den woningbouw en utiliteitsbouw in het bijzonder gunstig kunnen beïnvloeden.

De noodzakelijkheid om maatregelen te treffen ter beperking van het gebruik van bepaalde bouwstoffen wijst echter ook de oplossing van het vraagstuk aan, n.h: op verantwoorde wijze besparen van bepaalde algemeen toegepaste en slechts in beperkte mate verkrijgbare bouwstoffen door toepassing van zooveel mogelijk gelijkwaardige vervangingsmaterialen ten gunste van de opvoering van de totale bedrijvigheid in de bouwvakken, in het bijzonder daar waar eerstgenoemde bouwstoffen, zonder buitengewone technische of financieele bezwaren vervangen kunnen worden door andere.

Ofschoon ik aanneem, dat uit den aard der zaak de materialenpositie in algemeene trekken in meerdere of mindere mate aan iederen deskundigen ontwerper van plannen en uitvoerder van werken bekend is, zoodat reeds voor plannen van woningbouw en utiliteitsbouw al ware het alleen uit eigen belang ~automatisch” met de huidige materialenpositie zal worden rekening gehouden, neemt dat niet weg, dat een zekere ordening op dit gebied zonder twijfel menige teleurstelling en veel verlies van tijd en geld tusschen het stadium van ontwerp en uitvoering zal voorkomen.

Het een en ander brengt bovendien met zich mede, dat het verleenen van mijn goedkeuring voor de uitvoering van werken vereenvoudigd en derhalve versneld zal kunnen worden, zoodra het kader van de bouwwijzen meer in overeenstemming wordt gebracht met de materialenpositie.

In het algemeen belang acht ik mij dus verplicht een aantal maatregelen ter besparing op bouwmaterialen bekend te maken, welke U hierbij aantreft; meerdere exemplaren van deze maatregelen worden U toegezonden ter uitreiking aan belanghebbenden bij aanvraag. Ik ben er mij ten volle van bewust, dat deze maatregelen in een aantal kringen meer of minder zware offers zullen vragen, doch in de huidige omstandigheden gaat het algemeen belang vóór, terwijl alleen zooveel mogelijk rekening kan worden gehouden met incidenteele onoverkomelijke bezwaren.

Van de toekomstige omstandigheden, doch ook van het aanpassingsvermogen van een ieder, die in het bouwbedrijf een functie bekleedt, zal het afhangen of de maatregelen zullen dienen te worden uitgebreid c,q, omgezet in verderstrekkende maatregelen. Ik verzoek U den inhoud van deze maatregelen ter kennis te willen